Brandweervrouw Grietje Siesling: “Als mijn pieper gaat, voel ik de adrenaline stromen”

AKKRUM - Grietje Siesling (42) is brandweervrouw bij de vrijwillige brandweer in Akkrum, naast haar werk als verpleegkundige en haar gezin. Haar drive? Ze wil graag iets betekenen voor een ander in nood. 

“De meeste mensen lopen weg bij een brand, ik ga er juist naartoe. Mensen noemen me vaak stoer, maar zo zie ik het zelf niet. Ik vind het gewoon nuttig.”

Een brandweervrouw tussen de brandweermannen, dat zie je niet zo vaak. Vijf jaar geleden werd Grietje hiervoor gevraagd. “Ik ben benaderd door iemand van de brandweer in Akkrum. Die vroeg: ‘Is het niet wat voor jou?’ Ik wist het eerst niet zo goed, want ik had geen idee wat me te wachten stond. Maar uiteindelijk heb ik het gedaan, en het is het leukste waar ik ooit in ben gestapt.”

Adrenaline

“Mijn pake zat vroeger ook bij de brandweer, dus misschien zit het ook wel een beetje in de genen. Ik houd ervan om mensen in nood te helpen, iets te kunnen betekenen voor de maatschappij. Daarnaast wil ik graag de handen uit de mouwen steken, aanpakken. Het onverwachte ervan, dat je niet weet wat er gaat gebeuren, dat spreekt me aan. Ik houd wel van een beetje actie. Ik word gemiddeld één keer per week opgeroepen. Soms is er drie keer op een dag een melding, en soms twee weken niets. Als mijn pieper gaat, voel ik meteen de adrenaline stromen.

De melding geeft door middel van een code al een beetje aan wat er aan de hand is: een brand, grote brand of bijvoorbeeld een hulpverlening. Dan spring ik in mijn auto en rijd zo snel mogelijk naar de kazerne toe. Tijdens het rijden maak ik me al een voorstelling van wat er gaat gebeuren: wat brandt er, hoe groot is het, wat kunnen we doen en hoe komen we aan de watervoorziening?

Paard uit de sloot

Het brandweerwerk is heel divers, volgens Grietje, en ze vertelt met glimmende ogen: “De uitrukken zijn heel verschillend. Soms is er een gaslekkage tijdens graafwerkzaamheden, we gaan naar ongelukken, maar ook naar liftopsluitingen. We redden ook veel dieren: dan raakt er een koe of paard in de sloot, of er zit een babyzwaan vast in een rooster. Gisteren moesten we nog naar een klein meisje toe, dat met haar voet vastzat in haar fiets.

Eigenlijk zijn alle uitrukken leuk. Het is geweldig als je mensen kunt overdragen aan de ambulance, en dat je weet dat ze het verder gaan redden. Of als je bij een grote brand kunt zorgen dat het gebouw ernaast niet afbrandt, dat geeft een heel voldaan gevoel. En het is een prachtig gezicht wanneer een paard wordt herenigd met de eigenaar ervan.”

Rust erin brengen

Natuurlijk zijn er ook weleens dingen die lastig zijn. “Een ernstig auto-ongeluk waarbij iemand overlijdt of zwaargewond raakt, vind ik moeilijk om mee te maken. Gelukkig kunnen we elkaar daarin ook steunen, we hebben een hechte groep. En als je meer hulp nodig hebt, is dat ook heel eenvoudig te regelen.” Als verpleegkundige houdt Grietje tijdens een calamiteit ook de menselijke kant goed in het oog. “Ik ben vaak degene die bij het slachtoffer kijkt en ik probeer diegene te kalmeren. Soms verleen ik ook eerste hulp. Maar het grootste deel is eigenlijk geruststellen. De rust erin brengen, daar ben ik wel goed in.”

COVID-huis

De variatie en het omgaan met mensen vindt ze ook in haar werk als verpleegkundige. “Mensen willen helpen is de rode draad, zowel in het brandweerwerk als in de verpleging. Omdat ik van afwisseling houd, werk ik bij een detacheringsbureau. Zij zorgen iedere paar maanden weer voor een leuke opdracht. Zo blijf ik leren en me ontwikkelen. Op dit moment werk ik in de thuiszorg en per 1 december ga ik naar het COVID-huis in Wolvega, het Coronacentrum Friesland. Daar liggen vooral ouderen die COVID hebben en uit een verpleeghuis of verzorgingstehuis komen, of mensen die te ziek zijn om thuis te blijven, maar te goed om in het ziekenhuis te worden opgenomen. Ik moet daar volledige bescherming aan. Het lijkt me heel interessant om daar te werken. Wanneer krijg je nu die kans? De zorg zit wat dat betreft wel in een unieke situatie.”

Dubbele diensten

Uiteraard merkt Grietje ook dat er momenteel veel druk op de zorg ligt. “Het is overal merkbaar dat er te weinig personeel is. Er was altijd wel een tekort, maar nu is het echt ernstig. Corona schakelt veel mensen uit. Daarbij: mensen die niet ziek zijn moeten dubbelop werken, en dat werkt ook weer ziekte in de hand. Als ik een dubbele dienst moet draaien, voel ik dat heel goed aan mezelf. Ik moet dan meer mensen helpen in dezelfde tijd en dat is gewoon zwaar.”

Fit blijven

Toch zit ze in haar vrije tijd niet graag op de bank. “Ik ontspan me echt door te bewegen. Als ik vrij heb, ga ik daarom graag op pad om iets te doen. Ik houd van wandelen, racefietsen en ik doe aan sloeproeien. Dan zit je met acht mensen in een sloep en hanteer je elk een riem. Het is niet zo’n bekende sport, maar ik vind het ontzettend leuk. De zwaarste wedstrijd is Harlingen-Terschelling, dan roei je helemaal over de Waddenzee.”

Bijkomend voordeel: van al dat sporten blijf je fit. En als brandweervrouw moet je dat wel zijn. “Lichamelijk werk hoort er natuurlijk wel bij. Een gevulde slang door een huis geleiden, is gewoon zwaar. En ook redgereedschap hanteren, zoals een spreider om een autodeur open te maken, kost veel kracht. Maar we verdelen het werk met z’n allen en wisselen elkaar af. Het is wel eens zwaar, maar het is wel te doen.”  

Sterke band

Het brandweervak wordt ten onrechte vaak als mannenberoep gezien, vindt Grietje. “Mensen denken dat het lichamelijk heel zwaar is, maar vrouwen kunnen dat ook prima aan. Ik doe precies hetzelfde als de mannen. Om de zoveel jaar moet iedereen een test doen om je fitheid en behendigheid te testen. Dan moet je een slang doorvoeren, een ladder beklimmen en sloopwerkzaamheden doen. De traplooptest is het zwaarste: binnen een bepaalde tijd honderd treden omhooglopen met volledige bepakking. Je hebt dan vijftien kilo aan spullen bij je én je hebt een persluchtmasker op, dus dat is anders dan wanneer je vrij kunt ademen.”

Grietje is nu de enige vrouw naast vijftien mannen. “We willen graag meer vrouwen erbij hebben, want vrouwen zijn toch anders, ze zien anders, denken anders. Bij een inzet is die diversiteit handig, het maakt je krachtiger als team.” De band onderling is sterk, brandweerlieden zijn meer dan collega’s. “Je moet heel nauw samenwerken. Je beleeft met elkaar hetzelfde. Achteraf bespreken we dat ook weer, zodat we hetzelfde beeld hebben van wat er gebeurd is. Ik voel me wel thuis in zo’n groep mannen. Ik gedraag me niet als man, maar ik sta wel m’n mannetje.”

Dapper

Het gezin van Grietje Siesling staat er helemaal achter dat ze dit doet. “Mijn vriend is heel betrokken en mijn kinderen vinden het ook mooi. Natuurlijk komt het weleens ongelegen. Soms moet ik vlak voor het eten weg, dat is niet zo gezellig. Maar ze zijn nu in de puberleeftijd, dus als ik weg moet, redden ze zich ook wel. Vanaf het begin ging dat eigenlijk best heel soepel. Mijn dochter wil later ook brandweervrouw worden. Ze wil hetzelfde doen als mem. Mijn zoon vindt het dapper wat ik doe. Dapper, dat klinkt beter dan stoer. Dapper vind ik wel een mooi woord.”

Door: Hannah Zandbergen