Daan Meyer uit Wijckel pakte door corona een veertig jaar oude hobby weer op

WIJCKEL - “Eigenlijk ben ik wel blij met corona”, trapt de 52-jarige Daan Meyer uit Wijckel het gesprek af. “Begrijp me goed, ik bedoel niet de vele duizenden mensen die in het
ziekenhuis zijn beland of zelfs zijn overleden, maar het effect ervan dat de hele
maatschappij even ‘vol op de rem’ moest.” Ik ben te gast in de hobbyruimte van Daan, en
komen terecht in de wereld van de modelspoorbouw…

Daan Meyer, in het dagelijks leven planner buitendienst bij de gemeente De Fryske Marren, vervolgt: “In de loop der jaren verandert je dagelijkse leven door omstandigheden. Je wordt geleefd door je drukke werkzaamheden, vrijwilligerswerk, kinderen die aandacht verdienen, het onderhoud van je huis, verzorgen van de dieren, lidmaatschap van verenigingen, noem ze maar op. Voor iedereen herkenbaar. Gevolg is dat je niet of nauwelijks meer toekomt aan jezelf. Door corona is de maatschappij ‘gereset’. We worden teruggeworpen op onszelf, hebben meer tijd voor dingen die ‘in de onderste la’ zijn verdwenen.”

Modelspoorbaan in een mancave
“Voor mij was dat een veertig jaar oude hobby, het bouwen van een modelspoorbaan, die ik
weer heb opgepakt. Waarbij ik in mijn ‘mancave’ af en toe met treintjes en bouwpakketten
kan klooien. Niets hoeft, er zit geen tijdsdruk achter; lekker niets opruimen en ik kan mijn
hoofd heerlijk leegmaken.”

Zijn hobbyruimte bevindt zich op de verdieping van een bijgebouw achter de woning, dat in
de plaats is gekomen van een bouwvallige schuur die daar aanvankelijk stond. Halverwege
de trap naar boven krijgen we eerste inkijkje, in de vorm van een vitrine waar de trein in de
toekomst door een recreatiegebied rijdt. In zijn werkkamer liggen tientallen bouwpakketten,
die in de toekomst de aankleding gaan vormen van ‘de baan’: een olieraffinaderij, huisjes in
verschillende vormen en maten, spoorwegovergangen met en zonder slagbomen, een
woonboot, riet langs de oever van een meertje waar straks bootjes varen en mensen surfen
en zwemmen.

Op één van zijn drie werktafels staat prominent een indrukwekkende berg
met tegen een van de flanken een mini-bergbeklimmer. Op zijn andere werktafels voor
buitenstaanders een chaos aan gereedschap, lijmsoorten, potjes verf, onderdelen,
piepschuim en papier. Daan weet alles blindelings te vinden.

Camping
Voor hij enthousiast verder vertelt over zijn hobby, gaan we eerst terug in de tijd. Waar
komt Daan Meyer vandaan? “Mijn ouders, hadden een loonbedrijf in Schagen. Toen ik achttien was hebben ze dat bedrijf verkocht en zijn ze in Wijckel neergestreken. Dat was
geen onbekend terrein, want daar kampeerden ze al 25 jaar, op camping ’t Hop. De
toenmalige eigenaar, die al aardig op leeftijd raakte, was wel in voor een overname, zodat
de familie Meyer campingeigenaar werd. De eerste twee jaar - ik had de landbouwschool
inmiddels afgerond - heb ik ze geholpen de camping ‘bij de tijd’ te brengen. Kamperen was
toen nog improviseren, met batterijen, campinggas en flessenwater, bij ontbreken van
voorzieningen als elektrische aansluitingen en stromend water. Dus dat werd als eerste
aangepakt. Mijn zusje heeft de camping in 2000 van mijn ouders overgenomen en er twintig
jaar de scepter gezwaaid. In januari van dit jaar is de camping verkocht aan de European Camping Group.”

Via, via, via, via aan de slag bij De Fryske Marren
“Vanaf mijn twintigste heb ik achtereenvolgens twee jaar gewerkt bij een gevelbeplatingsbedrijf, tien jaar bij de firma Haantjes in de verkoop van elektra en witgoed en kortstondig als relatiebeheerder bij een bedrijf in elektrotechniek, voordat de internetzeepbel in de vorm van een economische crisis roet in het eten gooide. Via AB- Vakwerk kon ik aan de slag bij de gemeente Nijefurd, daarna Lemsterland en door de fusie bij De Fryske Marren. Daar heb ik zeven jaar als chauffeur gewerkt bij de afvalinzameling op een zogenaamde zijlader. Heb daar elk weggetje en ‘geitenpaadje’ leren kennen. Inmiddels ben ik drie jaar planner van de buitendienst.

Vijftien jaar geleden hebben we dit huis gekocht. Dat was aan een serieus onderhoud toe.
Alleen de muren zijn blijven staan. De rest is gestript. Dat heb ik, op het constructiewerk na,
allemaal eigenhandig gedaan met af en toe - bij klussen die ik niet alleen aankon - hulp van
vrienden.”

Veertig jaar op zolder
Dan wordt het maart 2020 en komt corona Nederland binnen. “Ja,” zegt Daan, “alle
publieksactiviteiten plat en dat betekende – noodgedwongen - meer vrije tijd. Toen heb ik
een oude hobby weer opgepakt. Toen we nog in Schagen woonden was ik al begonnen met
verzamelen van treintjes en allerhande materialen voor een modelbaan. Ik had daar een joekel van een zolder van acht bij vijf meter tot mijn beschikking en daar stonden drie grote tafels waarop een uitgebreide modelspoorbaan zou moeten verschijnen. Maar dat is er door de verhuizing naar Wijckel nooit van gekomen. Het hele spul ging in dozen en mee naar ‘het Friese’. En daar heeft het veertig jaar op zolder gestaan in dozen en kisten. Het kwam er nooit van om er weer mee aan de slag te gaan. Ik had het gewoon in het dagelijks leven te druk.

Een jaar of vijf geleden heb ik de kisten uit nieuwsgierigheid nog eens geopend om te kijken
of alles nog werkte en wonder boven wonder deed alles het nog. Maar er zat wel veel
verouderd spul bij, zoals de rails die niet meer in de maatvoering van ruim dertig jaar terug
werd verkocht. Ik heb toen het hele zwikkie voor een leuke prijs aan een verzamelaar
kunnen verkopen en ben met een wat recentere verzameling begonnen, schaal 1 op 87.”

Maak je hier een ontwerp voor?
“Neen, dat ontstaat allemaal organisch. Ik maak in mijn hoofd een denkbeeldige treinreis,
waarbij ik door een berglandschap kom, een industrieterrein, een kanaal waar de
vrachtschepen doorheen varen, een klein dorpje, open veld met kampeerders, bootjes en
surfers op het water en dat probeer ik allemaal in de baan te verwerken. Al bouwende
komen er andere ideeën boven.”

Maar een echte baan ligt hier nog niet…
Daan Meyer vertelt en ik zie een heleboel bouwpakketjes van riet, van een houseboat, van
een surfer, een klimmer, een boerenhuisje en ga zo maar door. Maar een echte baan ligt hier
nog niet…

“Dat klopt. Voordat je een baan kunt leggen moet je eerst met de omgeving bezig en dat is
op zijn Fries gezegd ‘nifelwurk’. Geduld, klooien met piepschuim, grillige vormen uitsnijden
met messen, er met een soldeerbout sleuven in branden, in de grondverf zetten,
kleurverloop aanbrengen, boompjes planten op de hellingen. Zelfs het roet aan de
bovenkant van de tunnel, waar de stoomtrein decennia doorheen heeft gereden, ontbreekt
niet. Er is een ongelooflijke hoeveelheid bouwpakketjes te krijgen om de omgeving tot in de
kleinste details af te werken.

De rest van de baan, met een aantal spannende trajecten, is nog in ontwikkeling. Ik ben na
de verkoop van mijn veertig jaar oude verzameling opnieuw begonnen met het merk
Fleischmann. Het merk bestaat weliswaar niet meer, maar er is via veilingsites nog genoeg te
krijgen.”

Wanneer moet de trein rijden?
“Dat weet ik niet en vind ik ook niet belangrijk. Ik heb het veel te druk, joh! Ik heb dertig jaar
geen eigen ruimte gehad, dus die moest er eerst komen. En onze paarden vergen ook de
nodige uurtjes van ons.

Mijn vrijwilligerswerk bij de manege, de plaatselijke Friestalige toneelclub, het Wijckeler
Iepenloftspul, de feestcommissie in Sloten en wat al niet meer, is op een laag pitje komen te
staan, waardoor ik die oude hobby kon ‘afstoffen’ en weer oppakken.”

We houden Daan Meyer niet langer van zijn werk. Er moet nog veel gebeuren voordat de
spoorbaan er ligt. Maar, zoals hij zelf zegt: “Niet de eindbestemming, maar veel
belangrijker, de weg er naartoe is het allermooiste van de reis.”

Tekst en foto’s: Wim Walda