De jeugd van Sjirk de Vries: Het huis uit “mei it brommerke en it sekje op ‘e rêch”

AKKRUM - Wanneer Sjirk de Vries zich weer eens opwindt over wat er nú weer in de krant staat (Nee, níét in GrootHeerenveen Krant), zegt zijn vrouw Griet: “Man, erger dy net sa oan dy krante, begjin dan oan de achterkante!”

Nou is de puzzel achterin ónze krant ook een geliefde pagina, maar we hebben toch écht een afspraak met Sjirk voor het openingsinterview! We melden ons bij zijn bedrijf aan de Polsleatwei 8 in Akkrum, waar Sjirk de Vries eigenaar/directeur is van Friesland Montage. Nou is dat niet direct de reden waarom wij langs willen komen, al willen we altijd wel graag ‘de mens’ achter een ondernemer portretteren in onze kolommen. De reden is meer dat Sjirk in Akkrum een graag gezien man is, die het dorpsleven kleur geeft en maatschappelijk betrokken is tot ver over de landsgrenzen. Sjirk fleurt even makkelijk het dorpsfeest in Akkrum op als dat hij kinderen in Gambia blij maakt met een vrachtwagen vol speelgoed. Een portret van een bijzonder man, die - omdat de feestmaand december tóch in aantocht is - speciaal voor de fotograaf zijn feestkleding aantrekt en er eens goed voor gaat zitten. Overigens, dat ooglapje hoort niet bij de feestkleding…

Sjirk de Vries

Sjirk de Vries (Hempens, 1954) heeft al heel wat van de wereld gezien en is begaan met die wereld. Dichtbij huis is hij bekend als de Akkrumer Superreus van de Reuzedei, die zich inzet voor duurzaamheid en verder van huis kennen ze hem van plaatselijke acties rond ‘Kinderen van Gambia’. “Dan kopen we voor weinig geld hier in Nederland oude vrachtwagens en rijden volgeladen met gratis speelgoed en andere zaken voor kinderen naar Gambia. Enkele reis 7500 kilometer. Die oude vrachtwagens verkopen we daar, zodra ze leeg zijn. Die opbrengst gaat ook naar de actie, met aftrek van onze kaartjes om terug te kunnen vliegen naar Nederland.”

Nu, in het coronatijdperk, is dat allemaal even niet mogelijk, maar de acties rond kinderhulp aan Gambia is wél waar Sjirk de Vries veel mee bezig is. En hij trekt er belangrijke conclusies uit. “In het grootste deel van de wereld heerst armoede, terwijl wij hier in Nederland onze eigen situatie als standaard zien. Wíj zijn juist de uitzondering.”

Auto-avonturen

Oude vrachtwagens, auto’s, trekkers… ze horen een beetje bij Sjirk en hij heeft er al heel wat avonturen mee beleefd. Sjirk is achttien in 1972 en koopt een Chevrolet. En niet zómaar eentje. “Wat is er nou mooier dan Chevrolet Corvair, met een zes cylinder luchtgekoelde motor achterin? Een heel exclusief ding; haalt wel 200 kilometer per uur. Maar heel gevaarlijk, want die wagens waren veel te licht, mensen verongelukten er nogal eens mee. Ik had blokken tegels voorin liggen voor het tegenwicht.”

Auto’s en Sjirk. Met avondjes stappen in Grou wordt soms de avond van tevoren al een auto bij De Treemter neergezet. “Dan konden we na die avond verder. Dat waren mooie tijden”, mijmert Sjirk. De autoloze zondagen tijdens de oliecrisis in 1973, dat vinden Sjirk en zijn maten dan ook maar niks. “Dus met twee vrienden had ik het plan opgevat om naar Afrika te gaan. We kochten voor 75 gulden een camperbusjes, een Fiat 238, om onderweg achterin de auto te kunnen slapen.” De drie komen op hun reis in Frankrijk terecht en zetten het busje bij wat bosjes om te overnachten.

Helemaal ongevaarlijk is de wereld niet in 1973. Het zijn de jaren waarin de Duitse Rote Armee Fraktion (RAF, ook wel de Baader-Mainhof groep –red.) en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO actief zijn. Voor terreuraanslagen in Frankrijk wordt óók gevreesd en de Franse politie staat op scherp. En bij wat bosjes, ergens in Frankrijk, heeft de hele nacht een buitenlands camperbusje gestaan… “De volgende ochtend vroeg moest ik plassen,” vertelt Sjirk, “dus ik kroop de auto uit en stond in de bosjes. Kwam plotseling de hele Franse Mobiele Eenheid uit die bosjes! Ze dachten zeker dat ik van de Rote Armee Fraktion was. Ik hie de lytse noch net iens wer yn ‘e broek!

In datzelfde Frankrijk geeft de Fiat 238 een paar dagen later de geest. “We moesten liftend verder, of we kropen gewoon stiekem achterin een vrachtwagen om verder te kunnen. Daarna lopend door de Pyreneeën, op weg naar de Spaanse grens.” Sjirk geniet zichtbaar als hij over zijn avonturen vertelt. “We waren een soort vluchtelingen de andere kant op”, zegt hij grijnzend.

“Uiteindelijk kwamen we met een boot op Ibiza terecht, in onze ogen een hippie-eiland, waar je geweest moest zijn. Daar zijn we veertien dagen gebleven. Daarna is iedereen op eigen kracht terug naar Nederland gelift. Afrika hebben we tóén nooit gezien…”

Op de brommer in de kou

En vóór de auto’s? We gaan terug naar 1970. We vinden Sjirk op zijn brommertje, op weg naar… “Wég van thuis! Ik was zestien, en aan het puberen.” Thuis zijn de spanningen aardig opgelopen, vooral tussen moeder en zoon. “Mijn moeder is in Gorredijk geboren, maar woonde in de oorlogsjaren, toen ze zelf een jaar of zestien, zeventien was, met haar ouders in Amsterdam. Pake had daar werk als koperslager. Ze zijn in de hongerwinter terug naar Fryslân gegaan, maar mijn moeder heeft daar toen in Amsterdam veel gezien, waar ze nooit over heeft kunnen praten. In 1948 is mijn moeder met mijn vader getrouwd en in 1954 ben ík geboren, als een kind van vier in het gezin. Mijn relatie met heit was redelijk, de relatie met mem moeizaam. Heit is alweer twintig jaar weg. Mem is 92 geworden. Ze leefde uiteindelijk in onmin of onvrede met zichzelf.”

Sjirk denkt even na en dan: “Toen ík zestien was, zat ik in het verzet, zeg maar. Ik was aan het puberen, wat had ik nou met die oorlog van mijn moeder? Dus op it brommerke mei in sekje op ‘e rêch en fuort!” Het rugzakje is eigenlijk een schooltas met zijn spullen, maar Sjirk gaat wél uit huis. Het gezin De Vries woont dan in Warten en Sjirk komt bij een boer in Mantgum terecht, waar hij anderhalf jaar blijft. Zijn school, de lagere landbouwschool in Leeuwarden, maakt er een leer/werk project van. Bij de boer in Mantgum leert hij met de hand melken en monsternemen, het werk in de praktijk.

En natuurlijk weten zijn ouders wel waar hij verblijft, maar Sjirk zal niet naar zijn ouderlijk huis terugkeren. En natuurlijk gaat hij, áls hij een keertje vrij is, stappen met de maten. “Op it brommerken nei Bears, T-shirtsje oan, spikerjackje, pûde sjek yn ‘e bûse… it moast wat lykje! Mar hartstikke kâld!” En dan ’s ochtends bijna te laat komen voor het melken.

De Kodam carrousel

“In Mantgum werkte ik drie jaar lang in de grasdrogerij. Met trekkers rijden, hoe groter en zwaarder, hoe beter. Prachtige jaren waren dat en ik verdiende geld als water.” In 1975 komt Sjirk in Grou terecht. “Stappen in Siderius, de Treemter en de Bierhalle. Moai tichtby”, zegt hij lachend. Daar komt hij ook Griet tegen, een telg uit een skûtsjeschippersfamilie, die later zijn vrouw wordt.

Hij doet van alles: boerenhulp, monsternemen, de deuren langs met boerengereedschap. Sjirk woont dan in Aldskou, waar hij zeven jaar blijft en daarna vertrekt hij in 1983 naar Haskerdijken. Daar woont hij in een grote boerderij, die hij omschrijft als een overblijfsel van de Kodam Carrousel’. “In 1980 had je de ‘Kodam Affaire’ in Fryslân, een grootschalige vastgoedfraude. Dat was een soort carrousel. Op één dag werd er dan een pand gekocht en direct voor veel meer doorverkocht. En nog weer eens binnen drie maanden opnieuw doorverkocht. Die korte doorlooptijd scheelde overdrachtsbelasting. Er is in Fryslân toen op grote schaal belastingfraude gepleegd in de vastgoedhandel.”

Ná deze carrousel wordt Sjirk eigenaar van de boerderij in Haskerdijken en hier heeft hij ook alle ruimte voor zijn hobby. “Auto’s zijn altijd mijn hobby gebleven. Aan oude Landrovers prutsen voor een Final Ride, of een Toyota Hilux, heel exclusief, met goede speakers er in voor AC/DC.”

Friesland Montage

Sjirk is in zijn jongere jaren na enkele korte werkrelaties bij verschillende bedrijven intussen ook voor zichzelf begonnen. Hij noemt ‘Handelsonderneming Sjirk de Vies’ en ‘4 x 4 Friesland Montage VOF’. “Dat VOF stond netjes…” In Haskerdijken noemt hij het bedrijf uiteindelijk ‘Friesland Montage’ en het gaat zo goed dat hij op een gegeven moment vijftien man in dienst heeft. De bankencrisis van een jaar of tien geleden hakt er echter ook voor Sjirk de Vries in. ‘Friesland Montage’ is nu een éénmansbedrijf, gevestigd in Akkrum. Sjirk is van 22 juli 1954, hoe lang moet hij nog voor hij met pensioen gaat? “Ho, ho, ho, zóver zijn we nog lang niet in het interview”, protesteert hij lichtjes. “We zijn nog maar bij mijn jeugd en jonge jaren, ik heb nog véél meer te vertellen. Even jeuzelje, dat is altyd goed!”

Feest

Het jeugdig enthousiasme van Sjirk duurt tot op de dag van vandaag, zo lijkt het. Het is altijd ‘feest’ met Sjirk de Vries. “Deze feestkleding voor de foto draag ik altijd bij het Streekein Festival in Gersloot”, zegt hij. “Dít is mijn feesttentkostuum. Ik leg altijd de vloer in de feesttent van het Streekein Festival. Vrijwilligerswerk.” SJirk doet veel aan vrijwilligerswerk, ook in Akkrum, en dan stelt hij zijn kraan ter beschikking. “Ik breng heel wat mensen in de bak omhoog tijdens een dorpsfeest.” Het maakt hem tot een geliefde attractie in Akkrum.

En dat ooglapje, hoort dat ook bij het feestkostuum? “Nou nee, dat komt door een ongeluk bij een betoncentrale. Ik viel precies met mijn oog ergens in en de achterkant van mijn oogbal raakte op drie plekken gescheurd. Ik kan geen lichtinval in de iris verdragen, vandaar.” Hij lijkt op deze manier wel wat op de Noordse oppergod Odin, merk ik op. “Ha!,” besluit Sjirk, “nou, het Alziend Oog doet het niet meer.”

We nemen afscheid, hoewel hij graag nog even doorpraat. “Zet er dan maar ‘wordt vervolgd’ onder”, roept hij ons na. Waarvan akte.

Door: Henk de Vries




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda Groot Fryslân

Wees loyaal – aan onze vrienden