Joke Visser wil liefde aan mensen geven en een luisterend oor “Gesprekken met mensen, daar verlang ik naar”

Foto: Jelly Mellema

HINDELOOPEN - Joke Visser is kleurrijk! Dat is het eerste woord dat mij te binnen schiet als ik haar voor het eerst zie op een maandagmiddag in mei. 

Een tuniek in mooie kleuren, een flesgroene broek en een gele jas rechtvaardigen die kwalificatie. Flowerpower in de straten van Hindeloopen, want dat is sinds kort de woonplaats van de geboren en getogen Harlingse. Twee uur later weet ik ook dat het kleurrijke niet alleen op haar kleding slaat, maar ook op haar leven.

Sphynx, de naaktkat

De kale kat van Joke haar dochter is een paar weken te logeren en kijkt mij met grote geelgroene ogen aan. De driehoekig gevormde kop met de grote rechtopstaande oren horen onmiskenbaar bij de Sphynx. Ik heb het niet zo op katten staan. Gelukkig zoekt het beest constant de aandacht van Jelly Mellema, de fotografe. Het opvallende dier past hier overigens prima thuis. Ik voel geen aandrang om de kale kat te aaien. Jelly ook niet. Joke begrijpt er niets van.

“Het is zo’n mooi beestje, hij is heel aanhalig, hij wil het liefste constant bij je zijn. Knuffelen, hij ligt de hele nacht bij mij in bed. Het is net een kruik van 42 graden. Ik heb nog nooit zo’n lief beestje gehad. Ik had mijn hele leven katten, honden, woestijnratten en kippen om mij heen. Maar dit…? Alleen molt hij alles.”

Nog voordat we tegenover elkaar zitten met een kop vers gezette thee begint Joke al te vertellen, over waarmee ze op dit moment bezig is. Een winkeltje met kleding en van alles en nog wat. Ja, ook spijkerstofkleding. Als ik niet oppas pingpongt het verhaal alle kanten uit, wat overigens ook wel weer z’n charme heeft.

Vlaggenzee voor Joke

“Joke Visser, wie is dat?”, herhaalt de dame in kwestie de eerste vraag die ik haar stel. “Nou, Joke Visser is geboren op de Voorstraat in Harlingen. Dochter van Kees en Martha, die al twee dochters hadden toen ik geboren werd; dat was natuurlijk een beetje een teleurstelling want ze hadden liever een jongen willen hebben. Die kwam later na mij nog. Ik zag het eerste levenslicht op 29 juni 1960 en overal in Harlingen gingen de vlaggen uit. Want de verjaardag van Prins Bernhard werd groots gevierd! Ik heb heel lang gedacht dat die vlaggenzee voor mij was. Later spat dat sprookje uiteen: ‘Eh nee je, die flaggen binne foar de prins!’, zeiden de Harlingers tegen mij.”

De ouders van Joke hebben een naaimachinewinkel op de Voorstraat, maar het was nu niet bepaald een vetpot, herinnert Joke zich. Maar toch zijn de herinneringen aan haar jeugd goed. “Mijn moeder, ze is inmiddels 88 jaar, kocht dan bij de slager een klein worstje. Dat sneed ze dan in stukjes, zodat het hele huis naar vlees rook. Nog zo’n mooie herinnering. Bij de paardenslager in de Sint Odolphisteeg moest ik van moeder een onsje rookvlees halen, dat vervolgens in de rijst kwam. Onderweg had ik dan al eerder een plakje paardenrookvlees uit het zakje gehaald. Ja, wat een stiekemerd hè! Ik weet wel dat ik in een heel liefdevol gezin ben opgegroeid. Mijn ouders waren baptist; ook niet zo vreemd, omdat opa Visser dominee was. Elke zondag gingen we naar kerk en we zaten ook in het combo van de kerk. Ik zong tweede stem, samen met mijn zus. Totdat er een moment kwam dat ik dacht: ‘Waar zing ik eigenlijk over?’ Toen was het over en uit. Dat was voor mijn ouders geen probleem.”

Jong in het huwelijksbootje

Het leven van Joke Visser is niet alleen kleurrijk, maar mag ook zeker als bewogen worden genoemd. Al op haar negentiende trouwt ze met haar jeugdliefde, Willem van Calsbeek uit Sexbierum. Het huwelijk met Willem houdt stand tot 2017. “Het was op”, zegt Joke. Erg overtuigend komt het er overigens niet uit. Het doet zeer. Wat blijft, zijn de vier kinderen die Willem en Joke krijgen. Daan (1989), Loes (1990), en de tweeling Eva en Iris (1993). “Moeder zijn is het mooiste wat er is!”

Bij de GGZ

Na haar middelbare schooljaren volgt Joke Visser een coupeuse opleiding om daarna zo snel mogelijk te kunnen verdienen en op zichzelf te wonen. “Mijn ouders hadden liever gezien dat ik naar de pabo zou gaan; achteraf heb ik dan ook wel spijt van mijn keuze gehad om het niet te doen. In het laatste jaar van de coupeuse-opleiding was er een verzoek van de GGZ uit Franeker, waarbij ze mensen zochten voor op de naaikamer. Niemand toonde belangstelling, behalve ik. Bingo! Ik kreeg die baan en heb er 37 jaar gewerkt! In het begin was het werken op de naaikamer , samen met twintig cliënten. We deden al het verstelwerk: sokken stoppen, knoopjes aannaaien. Het linnengoed werd handmatig gemaakt, je kreeg grote rollen badstof binnen en dat knipte je op de grote tafel. En dat werd door ons genaaid. Alle lakens, slopen. Alles! Eigenlijk was het een therapeutische afdeling.”

Lege nest-syndroom

In 2015 is er een reorganisatie bij de GGZ en vallen er vele ontslagen. Joke is één van degenen, die ‘na jarenlange trouwe dienst een rotschop meekrijgt’. In diezelfde periode verlaten haar drie dochters ook nog eens het ouderlijk huis. Een nare tijd.

“Achteraf bekeken had ik gewoon last van het lege nest-syndroom. Vergeet niet dat ik jarenlang met hart en ziel mij in had gezet voor de GGZ. Ik begeleidde ook cliënten, soms ook wel na ‘kantoortijd’, ik gaf mijzelf. Daarnaast had ik nog twee banen. Ik runde twaalf jaar lang ook nog eens een peuterspeelzaal en ik kleedde elk jaar letterlijk het Franeker Sinterklaassprookje aan. Voordat ik op mijn dertigste ons eerste kind kreeg, hebben Wim en ik tien jaar keihard gewerkt aan de verbouwing van een oude boerderij die we gekocht hadden. Die bijna vervallen boerderij staat vlak bij Kiesterzijl. Die oude boerderij hebben we helemaal gestript, ik heb iedere steen schoon gebikt en iedere dakpan misschien wel vijf keer door mijn handen gehad. Ik heb nu ook geen vingerafdruk meer, helemaal versleten. In de schuren bij de boerderij bouwde Wim dure Duitse jachten af. Later stapte Wim over naar Petroland en werd er als ZZP ‘er eigen baas. Petroland is later overgegaan naar de NAM en werd zijn werkgebied Emmen en omstreken.”

Harlingen

“Ondertussen was het op de boerderij een komen en gaan van vriendjes en vriendinnetjes. Alles kon er. Allemaal heel gezellig. Op zaterdagavond was het vaste prik, met een hele grote groep spaghetti eten. In de weekends waren hier wel tien tot twaalf kinderen. Geweldig! Als ik nu terugkijk op die jaren, dan was het allemaal wel heel hectisch.”

 Maar de dingen gaan zoals ze gaan, weet Joke Visser. Nu, na al die jaren in de Waadhoeke doorgebracht te hebben, is ze neergestreken in Hindeloopen, nadat ze vanaf 2017 nog anderhalf jaar een baan bij Doeksen had gehad, als buffetmedewerker op de veerdienst Harlingen-Vlieland.

“Ik heb bij alle makelaars in Harlingen ingeschreven gestaan, maar een beetje betaalbare woning was daar voor mij niet te krijgen. Alle woningen langs de haven worden opgekocht door beleggers uit Honkong, China en Duitsland, noem maar op. Die kunnen de gevraagde bedragen zo neerleggen, met dan nog eens een behoorlijke som er overheen. Kijk je bij wijze van spreken twee weken later wat er met die huizen is gebeurd, dan zie je allemaal B&B’s.

Hindeloopen

“Goed, het werd dus, min ofte meer toevallig, Hindeloopen. Toen ik met mijn zus en mijn moeder door dit prachtige stadje liep, beviel het mij wel. Keek ik ’s avonds op Funda en bleek dit huis al tien jaar te koop! De huurster die in het huisje zat, vond het helemaal niet zo erg dat ik het huis zou kopen. Ze is eind maart van dit jaar met haar camper vertrokken en reist nu. Ik vind het hier wel heel stil, maar dat vind ik zo langzamerhand wel lekker. Harlingen was vorig jaar veel te druk. Nu verkoop ik spijkerkleding en retrospulletjes van mijn zus Gerdien. Ik geniet nu. Over twee weken ga ik trouwens met Gerdien twee weken door Friesland varen. Ik ben dan de kapitein en mijn zus is de matroos. Als ik zeg: ‘Spring!’, dan moet je springen.”Een ingehouden lach volgt!

“En na thuiskomst? Wat ga je dan doen Joke?”, vraag ik. “Ik zet ‘s morgens een thermoskan water op en ga op het bankje voor mijn huis zitten. Wie het aandurft om aan te schuiven, krijgt een kop thee en we hebben het over van alles. Gesprekken met mensen, daar verlang ik naar. Luisteren. Ik heb veel liefde gegeven aan mijn kinderen en cliënten. Dat wil ik nóg doen, omdat liefde geven belangrijk is!”, besluit Joke.

Door: Henk van der Veer