Thom en Tsjamme Wiersma, Ieder z’n eigen weg, maar altijd samen

BOLSWARD - September ’65 in het Sint Antonius Ziekenhuis in Sneek. Heit en mem Wiersma hebben geen idee dat er twee baby’s zullen komen.

Heit zit op de vrachtauto. Als-tie in het ziekenhuis komt, hoort hij dat het er twee zullen worden. Thom komt als eerste en weegt 4,5 pond. Een kwartiertje later komt Tsjamme er als kadootje bij, 3,5 pond. Samen het gewicht van één gewone baby. Thom mag meteen mee naar huis. Tsjamme moet eerst nog een aantal weken in de couveuse blijven.

Thom en Tsjamme Wiersma, een tweeling, zo eeneiig als een tweeling maar kan zijn. Niet van elkaar te onderscheiden. Het enige verschil is dat Tsjamme een wijnvlek aan de binnenkant van zijn bovenarm heeft. Maar ja, om dat te kunnen zien moet-ie wel zijn hemd uittrekken. Als twee druppels water dus. Al een leven lang bron voor verwarring en vermaak.

Thom en Tsjamme Wiersma

Heit en mem zijn twintig en achttien jaar als de jongens geboren worden. Ze wonen in Dedgum. De Wiersma’s wonen daar al generaties lang. Pake heeft er een transportbedrijf. Ze groeien op in het dorp. Hun huis staat op de Buren. Als oerpake langskomt en de jongens zitten in de box, dan vraagt hij steevast of ze al kunnen autorijden. De jongens steken daarop hun beentjes door de spijlen en beginnen met box en al door de kamer rond te schuiven alsof ze een rondje rijden. Oerpake giert het uit. Op een gegeven moment krijgt mem genoeg van dit ritueel en wordt de box aan de muur vastgeschroefd.

Rood en blauw

Als de jongens kunnen lopen, piepen ze vaak al om zes uur ’s ochtends de deur uit en gaan ze aan de wandel door het dorp. Rond die tijd zit op het bankje voor de kerk vaak al meneer Visser. Die vangt de jongens met een snoepje, neemt er onder elke arm één en zet ze weer over de drempel van het ouderlijk huis. Hij roept in de deuropening: ‘Ze zijn er weer!’Hun kleding is precies hetzelfde. Om toch een onderscheid te maken heeft Thom alle bijkomende zaken in het rood. Autoped, fiets, dat soort dingen. En Tsjamme in het blauw.

Na een jaar of vijf verhuist het gezin naar Bolsward. De jongens gaan naar de CVO-school, het Christelijk Voortgezet Onderwijs, in de Hid Herostraat. Eerst zitten ze in dezelfde klas, maar dat geeft wel ‘ns problemen: als de één klaar is met een opdracht of klusje, wil de ander er ook mee ophouden. Elk wordt in een aparte klas gezet. Beter voor de individuele ontwikkeling.

Tsjamme: “Er zijn gelijkenissen, maar de kreet ‘Ieder kind is uniek’, geldt zeker ook voor ons. Thom is wat uitgesprokener, ik ben uitgelatener. Thom is ook veel fanatieker met sport.”

Thom: “Vroeger werden er weinig foto’s gemaakt. Maar we hebben wel een fotoboek. Die foto’s werden gemaakt door ome Germ. Dat was best wel bijzonder. Op de ene pagina stond: ‘Hier worden de jongens 1’; op de volgende: ‘Hier worden de jongens 2’. Daarna: ‘Hier worden de jongens 3’, enzovoort. Het valt op dat op elke foto Tsjamme lacht en ik niet. Werkelijk op geen één. Tsjamme is fotogenieker, die vindt het leuker.”

Voetbal bij Bolswardia

Beiden zijn verbaal ingesteld. De woorden rollen uit hun mond. Niet zo verwonderlijk. Thom heeft laatst een boek van de Wiersma’s ingekeken en kwam erachter dat ze stammen uit een familie van praters. In elke generatie zijn de Wiersma’s de ceremoniemeesters. Thom: “Je ziet duidelijk patronen in de genen. Over praters gesproken, oerpake zei honderd jaar geleden al: ‘Een mooi verhaal moet niet om een klein leugentje niet verteld worden’.”

Na de lagere school gaan ze beiden naar de christelijke mavo. Tsjamme: “Die mavo was prachtig, we zijn opgegroeid in een fenomenale tijd, in de jaren 80. Mooie jaren bij voetbalclub Bolswardia. Van de jongste jeugdelftallen klommen we op naar het eerste. Kampioenschappen behaald. Nu zijn we trainer en scheidsrechter. Laatst realiseerde ik me: ‘Ik loop hier nu al vijftig jaar over de velden’. Nog steeds met even veel plezier.”

Zwembad

“Op de mavo hebben we twee keer eindexamen gedaan. In de 3e en 4e. Dat was toen zo. Na die examens hadden we drie maanden vakantie. Dat waren gouden zomers. Elke dag gingen we om negen uur met een pak boterhammen en een gulden naar het zwembad. Om vijf uur kwamen we weer thuis. Dat zwembad was onze haven. Daar waren zo maar duizend man op een dag. Wij lagen er altijd met een groep van veertig. Ach ja, af en toe doe je dan ‘ns wat. Om de beurt werd ons dan voor een paar dagen de toegang tot het zwembad ontzegd. Moest je je abonnement inleveren. Maar ja, dan ging de één erin en die gaf dan over het hek bij de kleedhokjes zijn abonnement aan de ander. Die kon er dan ook in. Zagen ze ons toch weer met ons tweeën lopen. Op een gegeven moment hadden ze er genoeg van en kwam er een aantekening op onze abonnementen: ‘met wijnvlek’ en ‘zonder wijnvlek’. Zo was het altijd dollen, soms wisselden we op school bewust een dag van naam. Dat zorgde natuurlijk altijd voor verwarring. Trouwens, toen we in dienst moesten, liep het volledig mis.”

Diensttijd

Tsjamme: “Ik speelde in die tijd trompet, had ook allerlei diploma’s. Wilde ook door in de muziek. Het leek me mooi om in mijn diensttijd bij de Johan Willem Friso kapel in Assen ingedeeld te worden. Had hen ook een brief geschreven, maar niets op gehoord. Maar goed, toen kregen we een militair paspoort, beiden op naam van soldaat T. Wiersma. Thom was ingedeeld bij de zandhazendivisie in Den Bosch; ik bij de rijopleiding in Bergen op Zoom.” 

Thom: “De eerste dag dat ik naar Den Bosch afreisde had ik bij het overstappen in Utrecht meteen al m’n plunjebaal in de trein laten liggen. Het was helemaal niets, daar in Den Bosch. Op een dag kwamen ze vanuit Assen langs om mensen te rekruteren voor de muziek. Of soldaat T. Wiersma ook een stukje wilde spelen? Ik zei: ‘Die toeterclub van jullie, daar heb ik helemaal geen zin in.’ Daarna dreigde ik ingedeeld te worden bij Van Heutz. Dat is het laagste van het laagste, moet je je hele diensttijd wachtlopen bij een munitiedepot.”

Tsjamme krijgt in Bergen op Zoom te horen dat hij niet mag rijden omdat hij eerst een bril moet hebben. Als ze na twee weken thuiskomen, zegt heit: “Jullie medische rapporten zijn verwisseld, jullie zitten verkeerd om”. Thom vertelt dat aan zijn sergeant; die wil er niets van weten. “Ik zei: ‘Mijn familie heeft een transportbedrijf, ik wil rijden en mijn broer wil verder in de muziek. We kunnen elkaars carrière toch niet verknoeien door een fout van jullie?” “Niets mee te maken”, luidt het antwoord.

Orde en discipline

Tsjamme heeft meer succes. Binnen de kortste keren wordt hij aangenomen in Assen. Hij hoeft niet eens voor te spelen. Thom krijgt uiteindelijk ook zijn rijopleiding. Tsjamme: “Die tijd bij Willem Friso kapel was de meest romantische betaalde vakantie die je je voor kunt stellen. We traden overal in het land op, bij promoties, Prinsjesdag, noem maar op.” Thom komt in Havelte terecht. Daar heerst orde en discipline. Twee begrippen waar hij moeilijk mee overweg kan. Voortdurend botst hij met zijn meerderen en krijgt hij boetes opgelegd.

Op een gegeven moment vraagt hij Tsjamme om langs te komen op de kazerne. Hij instrueert hem om alles verkeerd te doen aan zijn uniform wat-ie verkeerd kan doen. Losse epauletten, losse knopen, hemd uit z’n broek. Thom staat met zijn maten om de hoek te kijken als Tsjamme de officiersmess voorbij sloft. Het heeft meteen het gewenste effect; de sergeant komt briesend naar buiten stormen. Soldaat Wiersma krijgt de volle laag. Tsjamme antwoordt in alle rust: “Ik ben soldaat Wiersma van de Koninklijke Militaire Kapel en ik wens niet dat u zo tegen mij uitvalt.” De sergeant kan niet meer uit zijn woorden komen van woede. Dan ziet hij op de achtergrond de grijnzende kop van Thom. “Benne er twee van die klootzakken op de wereld!!” schreeuwt hij het uit.

Voor altijd samen

Beiden bouwen later vanuit hun verbaliteit een werkzaam leven op. Thom wordt vertegenwoordiger bij Nooitgedacht; daarna bij Procter & Gamble en sinds 25 jaar bij cosmeticamerk l’Oreal. Tsjamme gaat op het assurantiekantoor werken dat heit in de jaren 80 overgenomen heeft en dat doorgroeit tot zes vestigingen waar samen zo’n 35 man werken. Nu werkt hij bij educatieve uitgever Osingadejong in Makkum.

Ze spreken elkaar niet elke dag. Ze gaan ieder hun eigen weg, hebben hun eigen vriendenkring. Maar zoals Tsjamme zegt: “Dat liedje uit de Kameleonfilm ‘Voor altijd samen’, dat klopt echt:

‘Voor altijd samen.

Verbonden met elkaar.

Voor altijd samen.

Vanaf ons eerste jaar.’

Je blijft altijd één. Maar het is bij ons niet zo, dat als de één griep heeft dat de ander dat dan ook voelt. Laatst kwamen we er wel achter dat we dezelfde zwembroek gekocht hadden. Ik in Makkum en Thom in Sneek. Dat is dan weer toevallig, hè?

Ons leven is een prachtige reis geweest tot nog toe. Laten we hopen dat het nog lang zo mag blijven.”

Door: Piebe Piebenga