Wiebe Biesma: “Reizen geeft je inzichten over jezelf en de wereld om je heen”

Foto: Mustafa Gumussu/FPH

HEERENVEEN - “Later moet je niet uitstellen! Ga vooral nu reizen. Het geeft je inzichten over jezelf en de wereld om je heen.” Aan het woord is Wiebe Biesma uit Heereneen. 

Eigenlijk is Wiebe een einzelgänger die enorm gesteld is op zijn rust en ruimte. Ondertussen reist deze man minimaal twee keer per jaar naar Zuidoost-Azië, waar je behalve rust ook veel drukte vindt.

“Het is daar in de steden één en al kabaal,  getoeter; het is warm, mensen pakken je beet en willen van alles van je, en toch vind ik juist daar mijn rust!”, begint Wiebe zijn verhaal. Wiebe is een ontdekker op de motor en heeft inmiddels ruim dertig reizen naar dit gebied op zijn naam staan. Door met de motor op pad te gaan komt hij op plaatsen waar de gemiddelde toerist niet komt. Ook slaapt hij graag bij locals thuis en leeft het leven met hen mee.

Ratrace van het leven

Al snel blijkt dat Wiebe voorheen eigenlijk in de ratrace van het leven zat. Hij had een goede baan als communicatiemanager, mooi huis, dure auto en een gezin. Ondertussen bleek er een sluimerend verlangen in hem te leven. Daar had Wiebe op dat moment nog geen concreet idee van. Hij deed mee aan de ratrace, ‘zoals het ‘hoort’. Natuurlijk dacht hij wel eens, ‘later ga ik het zus of zo doen’, maar concreet werd het nog niet. Toen een directe collega ernstig ziek werd en kwam te overlijden aan ALS, ging er een eerste lampje branden.

Ontdekken

In 2000 deed Wiebe mee aan de halve marathon van Peking naar aanleiding van een advertentie in Runnersworld. Hij werd ingeloot en vertrok samen met zijn toenmalige vrouw naar China. Het was, naast de marathon, een georganiseerde reis met de geijkte ‘hoogtepunten’. ’s Avonds kreeg Wiebe de kans om zelf rond te gaan lopen. “Ik liep in de achterbuurten - de hutongs - en ontmoette de bewoners op straat rond vuurtjes met groente en vlees. Naast de viezigheid zag ik de schoonheid. Ik kreeg sterk het gevoel: ‘Dit wil ik ontdekken! Ik wil hier vrij kunnen rondlopen.’

Die georganiseerde reis was duidelijk niets voor Wiebe, maar hij besloot wel dat hij vaker naar Azië wilde, het voelde goed om daar te zijn. Te beginnen met de ‘makkelijke’ landen, zoals hij ze noemt: Maleisië, Indonesië en Thailand. “Dan kom je er in, en leer je gewoontes kennen.”

Dat is direct ook een belangrijke tip van Wiebe. “Weet waar je naar toe gaat, leer iets over de geschiedenis van het land, de basics van de taal en leer snel de gewoontes kennen. Denk hierbij aan respect voor ouderen, overheid en religie. Doe altijd je schoenen uit als je ergens binnen komt en raak niet zomaar iemands hoofd aan. Ook niet bij kinderen, ook al is het hier in Nederland normaal om ze even een aai over hun bol te geven. Dat is daar ongepast. Het hoofd is het meest heilige deel van het lichaam. Je voeten daarentegen zijn het meest onreine deel, die mogen bijvoorbeeld ook nooit gericht worden op de beelden in de tempel. Daarom zie je mensen in de tempels altijd zitten in moeilijke houdingen. In taoïstische tempels bijvoorbeeld heb je hoge drempels waar je overheen moet stappen, niet erop. Vervolgens loop je linksom met de klok mee. Je moet vooral niet meteen met je camera rondlopen en je fotografeert geen biddende mensen.”

Just don’t think about it”

In Cambodja heeft Wiebe de zogenaamde ‘killing fields’ bezocht. Iedereen die gestudeerd had, een bril droeg of bijvoorbeeld Frans sprak, werd in de zeventiger jaren vermoord door de communistische Rode Khmer. Er zijn zo’n twee miljoen mensen vermoord op deze killing fields. Wiebe vroeg aan locals: “Hoe kijk je hierop terug?” Het antwoord was duidelijk: “Just don’t think about it and just don’t talk about it either.”

Ruzie op straat zul je in Azië amper zien, volgens Wiebe. Dat is enorm onterend voor de mensen die er bij aanwezig zijn. ‘Losing face’, heet dat. Er wordt in Cambodja dus ook heel wat afgelachen én het antwoord ‘nee’ wordt vermeden. Wiebe vroeg eens of dit de juiste route naar het station was. Hij kreeg een vriendelijke lach en een ja. Wat bleek? Het was niet de goede richting, maar ‘nee’ is een negatief antwoord…

Ook in Laos en Vietnam viel deze vergevingsgezindheid meermaals op. “In Vietnam hebben ze vier verschrikkelijke oorlogen meegemaakt. Wij noemen het de Vietnam-oorlog maar in Vietnam noemen ze het de Amerikaanse oorlog. Daarvoor hadden ze de Franse oorlog en erna de Cambodjaanse en vervolgens nog de Chinese oorlog. Maar er is geen rancune richting Amerikanen. De mentaliteit daar is zo anders. Het is geweest, het is over. Het heeft voor hen totaal geen zin om al die boosheid op te rakelen.”

Palendorp

De eerste keer in Laos reisde Wiebe nog met lokale busjes rond en hij kwam in een dorpje terecht waar hij de enige buitenlander was. “Er kwam direct iemand naar mij toe: ‘You sleep here’.” Wiebe werd meegenomen naar een huis op palen, dat uit één grote ruimte bestond. “Er werd gekookt op stenen en de privacy bestond uit een gordijntje tussen de verschillende slaapmatten. Het toilet bleek een gat in de vloer, wel met een gordijntje er omheen, waarbij alles naar beneden viel en de varkens het opruimden.” In dit dorp bleef Wiebe een aantal dagen waarna hij zijn vertrek aankondigde. “Mijn laatste nacht werd ik wakker van het gejank van een hond. Ik dacht direct, dit is niet goed.” Wat bleek? De hond werd de volgende ochtend om zeven uur geserveerd. Met rijst natuurlijk. Wiebe at het vlees met lange tanden op, weigeren was namelijk geen optie.

Meestal reisde Wiebe alleen, soms ging er een vriendin mee. “Maar,” zegt hij terecht, “je moet er wel tegen kunnen, achterop de motor, regen en blubber onderweg, basic accommodaties die niet altijd erg hygiënisch zijn, harde bedden… Kortom, het is soms niet zo comfortabel. Dit is mijn manier, ik wil gewoon zo eenvoudig mogelijk door het land reizen en kennis maken met leven zoals het is. Natuurlijk zijn er mooie hotels in de grotere steden, maar daar vind ik niets aan.”

Hachelijke situaties

Tijdens de eerste reizen huurde Wiebe een brommertje om de bergen in te gaan. Dat beviel zo goed, dat het brommertje al snel ingeruild werd voor een motor. In diezelfde tijd zag Wiebe een documentaire over drie jongens die op de motor door India reizen, dwars door achterbuurten, gevaarlijke dingen meemaken, en hij besefte: dit wil ik ook. Dus, ticket geboekt, motor in New Dehli gekocht en rijden. Via Allahabad naar Varanasi aan de heilige Ganges. En ja, ook hij kwam in hachelijke situaties terecht. “Natuurlijk zit het soms tegen, krijg je een lekke band of pech met de motor, is er geen guesthouse of geen eten, behalve een zak chips. Soms werd ik bedreigd. Maar uiteindelijk word je altijd geholpen en komt het goed. Dat weet ik nu zeker.”

De motor gaf hem een groot gevoel van vrijheid. “Je weet ’s ochtends niet waar je terecht komt of waar je slaapt. Dat gevoel van ontdekken en vrijheid is onbeschrijfelijk.” Wiebe vertelt dat hij die rust en dat gevoel probeerde mee terug te nemen naar Nederland. Maar dat was moeilijk om vast te houden, helemaal toen hij nog werkte.

Moeilijker om afscheid te nemen

Inmiddels zit Wiebe in de fijne positie dat hij op zijn 55ste al kon stoppen met werken. De laatste jaren bestonden dan ook uit vrijwilligerswerk, levensboeken schrijven, oppassen, lezingen geven over zijn reizen én reizen natuurlijk. Alhoewel het laatste jaar natuurlijk alles stil stond… Nu Wiebe zijn beide vaccinaties gehad heeft kan hij niet wachten om het reizen weer op te pakken.

Dat onbeschrijfelijke gevoel blijkt eigenlijk ook lastig over te brengen als hij terug komt van een reis. “Als ik vier weken weg ben geweest zegt mijn vader: ‘Bliid datst der wer bist. Hasto moai waar hân? Geen ongelukken gehad?’ En dan is het klaarz.”  Als Wiebe begint met het geven van lezingen, nodigt hij daarom zijn ouders uit. “Mijn ouders begrepen pas bij mijn eerste lezing echt wat deze reizen voor mij betekenen. Mijn vader zei: ‘Ik snap nu wat je bedoelt met die reizen, wat je zo aantrekt in wat je doet’.”

Nu Wiebe ouder wordt merkt hij dat het moeilijker wordt om afscheid te nemen. “Van mijn ouders , mijn vriendin en mijn dochter en haar vier kleine kinderen. Maar als ik eenmaal in het vliegtuig zit, zeg ik tegen mijzelf: ‘Ik ben nu weg en heb geen zin in heimwee en daarover na te denken’.” Het voordeel van de mobiele telefoons tegenwoordig is dat je makkelijk contact kunt houden. “iedere dag stuur ik een setje foto’s naar familie en vrienden en dan hebben ze alles al gezien als ik weer thuis kom.”

Een uitje

Tijdens zijn lezingen voor bibliotheken, rotary’s en vrouwenverenigingen vertelt Wiebe boeiende verhalen en deelt veel foto’s om het levendig te maken. Vaak zeggen mensen dan achteraf: “Dat wil ik ook graag, maar…” Vooral dat ‘maar’ triggert Wiebe. “Je wilt het of je wilt het niet. En als je het echt wilt, ga je gewoon. Later moet je niet uitstellen! Ga vooral nú reizen. Het geeft je inzichten over jezelf en de wereld om je heen.” Het belangrijkste inzicht voor Wiebe is het besef dat we hier in Nederland in een prachtig land leven waar alles goed geregeld is. Hij heeft het dan ook afgeleerd om te zeuren over ons land.

“Weet je wat het is, als je dit soort reizen gewend bent, raak je verslaafd en dan is een vakantie in Europa een uitje.” Wiebe reist dus niet meer in Europa, dat wil zeggen, niet de doorsnee reizen. Aankomende zomer gaat hij wél op de fiets naar Santiago da Compostella. En in het najaar? Dan is het tijd om zijn huidige vriendin mee te nemen naar Bali, “waar het nog authentiek, maar toch ook comfortabel is. Dat is een mooie eerste stap voor ons samen!”, besluit Wiebe.

Door: Janita Baron