Wietze Jonker ademt Batavus

Batavus kennen we vooral van de fietsen en de brommers. Minder bekend is dat ze ook motorfietsen maakten en wat vrijwel niemand weet is dat er in de fabriek in Heerenveen ook ziekenhuismeubilair, schaatsen en zelfs elektrische auto’s werden gefabriceerd. Wietze Jonker (68) lepelt het allemaal op. Jonker ademt Batavus. Niet zo gek als je bijna een halve eeuw voor en met dit merk hebt gewerkt. In zijn woning schuin tegenover de fabriek doet veel herinneren aan zijn werkzame leven. 

“Moment”, zegt Jonker. Even later is hij terug met een vuistdikke ordner. Hierin de wereld aan folders, lijsten en instructieboekjes die de geschiedenis van Batavus weergeven. “Een liefhebberij”. Een understatement, misschien moeten we spreken van een verzamelwoede, want er is weinig wat hij niet heeft, zo blijkt later. Zijn verzameling brom- en motorfietsen bestaat uit veertien exemplaren. Vol is het meer nooit. 

 

Zijkamer doet dienst als showroom

“Maar ik heb wel eens gedacht: ‘Dit komt niet goed’. Op een gegeven moment had ik er 24”, vertelt Wietze Jonker. “Er waren er een heleboel waar ik nog stevig aan moest werken. Als ik wilde sleutelen, moest ik eerst drie bromfietsen buiten zetten. Dan heb je gewoon te veel. Ik heb er een aantal overgedaan aan andere liefhebbers. Maar het gekke is, als je er drie wegdoet, komen er altijd twee terug”, lacht hij. Het heeft er voor gezorgd dat ze niet allemaal meer in zijn hok en werkplaats passen en er een zijkamer in zijn woning dienst doet als showroom. Want dat moet gezegd worden: stuk voor stuk zien ze er uit als door een ringetje te halen. 

 

Elke dag mee bezig

“Een paar moeten er nog onder handen worden genomen”, zegt de sympathieke Heerenvener, als we een kijkje nemen in zijn werkplaats. “Het is niet zo moeilijk, hoor. Als je één keer een model uit elkaar hebt gehaald en weer in elkaar hebt gezet, weet je het wel. Dan heb je nog wat verschillen tussen één, twee en drie versnellingen en variaties in uitvoeringen, maar dan heb je het wel. Ik ben er elke dag op de een of andere manier mee bezig. Ik sleutel graag. Kacheltje aan, muziekje er bij, dan ben je zo een paar uurtjes kwijt. Maar ik zit ook graag achter mijn computer, sneupen op Marktplaats en eBay, kijken of er nog iets voor me tussen zit. Daar ben ik vaak een avond mee zoet. Van elk model dat ik heb, wil ik ook graag het instructieboekje en de folder. Daar begint het mee. Maar dan ga je door en wil je meer documentatie van Batavus. Ik denk dat ik het meeste onderhand wel heb. Er schijnt een mooi boekwerkje te zijn van Batavus schaatsen. Die heb ik nog niet kunnen bemachtigen.”

Niet zonder trots laat hij een folder uit 1960 zien van carriers en motorcarriers. Voorzichtigheid is geboden bij het uitvouwen. De randen zijn nogal gaar. “Deze is erg zeldzaam. Ik denk dat maar weinig mensen hem hebben. Ik heb deze en nog een aantal andere gekregen van een man die zeker wilde weten of ze bij mij in goede handen waren.”

 

Nozembrommer

En zo gaat het van de folder met motorbakfietsen naar die van elektrische auto’s en van naaimachines naar de Batavus Whippet: een nozembrommer uit het begin van de jaren zestig, vaak uitgevoerd in twee kleuren, compleet met panterprint op de buddyseat, een schuin omhooglopende uitlaat met dubbele pijpjes en een windkapje op de koplamp. Populair onder verzamelaars die er zo zesduizend euro voor op het kleed leggen. “Mijn hobby is een stuk duurder geworden. Ik begon met een paar tientjes, maar nu ben je voor een brommer zo duizend euro kwijt. Die Whippet heb ik niet. Is me te duur. Ik heb er staan die veel zeldzamer zijn.” Jonker doelt op de snelbrommers die vooral in Duitsland populair waren. Zijn paradepaardje is een oranjekleurige met slechts 25 kilometer op de teller. Hij neemt ons mee naar de zijkamer en wijst op het dikke (motor)blok. “Vijftig cc, topsnelheid zomaar 85 kilometer per uur. In Duitsland mocht je er met zestien jaar op rijden, maar dan moest je wel een speciaal rijbewijs hebben. In Nederland mocht dat niet.”

 

Vraagbaak

Batavus loopt als een rode draad door het leven van Wietze Jonker. Hij werkte er niet alleen bijna een halve eeuw, maar is ook vrijwilliger in het Batavus Museum en weet erg veel van de historie van het merk en van de techniek van de brom- en motorfietsen. Het maakt hem tot een vraagbaak. “Je wilt niet weten hoeveel mensen er op een beurs bij je de stand oplopen. Vragen waar ze een bepaald onderdeel kunnen kopen of vragen naar de afstelgegevens van een motorblok en welke sproeier er in een bepaalde carburateur moet.” Dat hij er veel van weet is ook de reden dat hij voor het magazine van de Batavus Bromfiets Club schrijft. “Dat is erg leuk om te doen en daardoor doe je zelf ook weer kennis op. Kan ik ze niet zelf helpen dan weet ik vaak wel iemand die dat wel kan.” Op de vraag hoeveel modellen bromfietsen Batavus heeft uitgebracht blijft Jonker het antwoord schuldig. “Ik heb werkelijk geen idee. Het zijn er giga veel. Er zijn merken overgenomen en ze hebben erg veel varianten gemaakt. Elk jaar moest er een nieuw model komen. Ook al was het maar een detail, in het plaatwerk bijvoorbeeld.”

 

Ritjes in de omgeving

Lid zijn van de Batavus Bromfiets Club betekent in het geval van Jonker ook het maken van vier gezamenlijke ritten per jaar. “Altijd op een zaterdag, verdeeld over Nederland. Met een lengte van zeventig tot tachtig kilometer. Met in het midden een lange pauze voor de lunch. Er rijdt ook altijd een bezemwagen mee, want het is natuurlijk wel oud spul. Maar ik maak ook toertjes hier in de buurt hoor. Over die kleine paadjes, Oudeschoot, Oranjewoud, het is hier prachtig.”

 

Vleugels

Terug naar zijn werkplaats. Behalve motoren en bromfietsen, zien we onder een enorm kleed ook de contouren van twee vleugels zoals we die kennen van Amerikanen uit de jaren vijftig. Jonker schiet in de lach door het verbaasde gezicht van zijn toehoorder. “Een Chrysler Windsor uit 1957. Daar ben ik nog niet aan toegekomen.”

 

De verzamelaar

Nederland is een land vol verzamelaars. Spaarden we vroeger als kind vooral speldjes, postzegels, sigarenbandjes, modelautootjes en stripboeken, tegenwoordig kun je het zo gek niet bedenken, of het wordt wel verzameld. Er is zelfs een website met alle mogelijke verzamelingen opgericht: Last Dodo. Daarnaast zijn er de echte groten, voor wie het huis soms te klein is om alle items te herbergen. Deze maand: Wietze Jonker uit Heerenveen. Wietze verzamelt brommers. En meer.

 

Tekst en foto’s: Richard de Jonge




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda Groot Fryslân

Wees loyaal – aan onze vrienden