Herfst en natuur beleef je volop in It Ketliker Skar
KATLIJK - Opzichter Richard de Ree loopt al heel wat jaren rond in de gebieden van It Fryske Gea en steeds opnieuw verrast de natuur hem. Lopend door It Ketliker Skar - de strook bos van pakweg 150 hectare tussen Mildam en Nieuwehorne - wijst hij op zaken die je als doorsnee wandelaar ontgaan. Richard is verantwoordelijk voor het beheer van It Ketliker Skar en leert je met andere ogen kijken.

Richard de Ree (60) is altijd een buitenman geweest. Geboren op Ameland leerde hij al jong de namen van vogels, vlinders en allerlei insecten kennen. Het Ketliker Skar is inmiddels ruim dertien jaar zijn werkplek en als hij niet op kantoor of in informatiecentrum ‘It Beekpronkje’ te vinden is, doorkruist hij het gebied.
Jachtbos
Richard: “Dit bos is ooit aangelegd als jachtbos door de adellijke familie Bieruma Oosting. Dat zie je aan de structuur: lange rechte paden, waar je van veraf de dieren kon zien oversteken. Er moest immers geschoten kunnen worden! Toen werden er vooral konijnen en fazanten uitgezet en liepen er vermoedelijk ook vosjes rond en reeën. Voor óns staat de natuur voorop. Het gaat ons om beheer, behoud, ontwikkeling en cultuurhistorie. Het draait nu om recreatie en educatie.”
Over rotzooi en risico
De rust overheerst, maar wat ís er veel te beleven in dit herfstige bos. Richard wijst op open plekken, stobbes van gekapte bomen en de vele boomsoorten. It Fryske Gea beslist waar bijvoorbeeld hei mag terugkomen en waar gemaaid, gerooid of gefreesd moet worden. Verrassend, hoe soms spontaan andere soorten uit de bodem opschieten, zoals de wilg.
Richard: “Ook inzichten veranderen. Wat er uit de lucht komt, blijkt veel ernstiger dan we dachten en de bodem verzuurt snel. We zijn van water afvoeren naar waterberging gegaan en stikstofminnende soorten nemen toe. Ik bewaak de balans tussen naald- en loofbomen, nat broekland en lage ondergroei bij bomen. Dode bomen voeren we niet meteen af. Ze trekken insecten aan en dus vogels en dergelijke. Wandelaars zien dat soms als rotzooi, maar het gaat ons om biodiversiteit. Alleen als een boom een risico vormt en op bezoekers kan vallen, dan ruimen we ze. Of in geval van nood sluiten we bepaalde paden voor het publiek.”
In 2018 moest een heel perceel worden gekapt, vertelt Richard. Omdat de letterzetter de bomen aantastte. De letterzetter is een verwoestend kevertje, dat vlak onder de bast van naaldbomen - vooral de spar - grillige gangetjes boort waaraan bomen bezwijken.
Sporen in soorten
Het twee en een halve kilometer lange rolstoelpad, door zorgverzekeraar De Friesland medegefinancierd, is drempelvrij en droog, de bosgrond is op plaatsen flink nat. Toch duikt Richard regelmatig de berm in om op paddenstoelen te wijzen die hij met zijn telefoon determineert. Op het dode hout zitten tonderzwammen en elfenbankjes. Het is leuk om samen met kinderen sporen te zoeken. Hen vallen misschien de wildwissels op: oversteekplekken voor wild met pootafdrukken en zelfs dassenhaar, dat aan takken is blijven hangen.
Soms raakt een damhert met zijn gewei verstrikt in ijzerdraad dat mensen om hun tuin hebben, vertelt Richard: “Als ze dan met een rivaal gaan vechten, die er ook in vast raakt, dan gaan beide eraan. Die damherten zijn niet van ons hoor, maar we hebben er wel mee te maken. We hebben de Schotse hooglanders al weggedaan, zodat er wat groen overblijft voor de damherten.”
Vleermuizen op het droppingveld
En dan is er nog - dieper in het bos - het weitje met een oorlogsverleden: het droppingveld. Er staan drie ‘luisterpalen’ met een cilinder erop. In zulke cilinders werden in 1944 wapens geborgen en met parachutes gedropt voor het verzet, klinkt het uit de luisterpaal. Eronder liggen zwarte korrels. Richard: “Kijk, uitwerpselen. De cilinders bevatten kokers - voor geluidstechniek - maar zijn open aan de onderkant. Te oordelen aan de bult eronder wonen er flink wat vleermuisjes in de tussenruimtes! Op begeleide vleermuizentochten kun je ze kort na zonsondergang tevoorschijn zien buitelen.”
Wolven
Richard noemt nog meer dieren die het Skar telt. Behalve reeën en dassen zijn er eekhoorntjes, boommarters en zelfs een wasbeerhond. En wolven? Richard lacht: “Niet gezien, maar we hebben wel een ‘wolvenmonument’. Op de lijn Wolvega-Olterterp staan vergelijkbare kunstwerken op wolven-gehoorsafstand van elkaar. Of It Fryske Gea al een wolf gehoord heeft? Richard: “Nee, maar het schrikt de gewone huiskat niet af om hier ’s nachts op strooptocht te gaan. Hun sporen zie ik liever niet. Gelukkig zijn de mensen behoedzamer met de natuur!”
Tekst en foto’s Alie Rusch














