Wender en de Reidsjonger: “It is hiel nijsgjirrich om te sjen hoe’t dizze fûgels mei elkoar omgeane”
Tot verbazing van de jonge vogelaar Wender Bil (29) gedroeg de rietzanger in natuurgebied Van Oordt’s Mersken zich anders dan gedacht. Na vier jaar fulltime promotieonderzoek weet Wender inmiddels veel meer over hoe deze rietspecialist gedurende het seizoen inspeelt op de omstandigheden.

Het is een merkwaardig kruispunt van waterwegen in Van Oort’s Mersken, het Natura 2000-gebied tussen Terwispel en Beetsterzwaag. Rechts meandert het Koningsdiep, richting de bron; rechtdoor loopt de Beetsterfeart in een rechte lijn, richting Beetsterzwaag; de overgang naar de Skipsleat, richting Kolderveen bij Terwispel, is afgedamd. En links is het vooral riet in een op het oog dichtgegroeid stuk water. “Dat is it ferlingde fan it Keningsdjip, rjochting Beets”, vertelt Wender Bil. “Dit is in geweldich plak foar de reidsjonger.” Wender kan het weten, hij komt hier al bijna zijn hele leven. Vanuit Lippenhuizen ging hij als kind vaak met zijn vader Willem Bil mee naar dit natuurgebied. “Us heit is al tsientallen jierren dwaande mei it ringjen fan fûgels.”
Op krachten komen
Een van de vogelsoorten in dit gebied is de rietzanger, reidsjonger in it Fries. Wender werkte vier jaar fulltime aan een promotieonderzoek naar het gedrag van dit kleine vogeltje. De dissertatie is nog in de afrondende fase, maar Wender doet graag een boekje open over de leefwereld van deze rietspecialist.
Ôfrûne winter is der hiel folle reid meand. Dat betsjut dat der foar reidsjongers dit jier dêr gjin briedplakken mear te finen binne.
Het is de tweede week van april wanneer Wender ons vroeg in de avond het leefgebied van de reidsjonger laat zien. De doffe klank van de roerdomp klinkt een paar keer. Het kleurrijke ijsvogeltje vliegt dansend door de lucht voorbij. En ineens gaat een vinger in de lucht. “Ik hear de reidsjonger. De earste kear, dit jier.” Het blijft niet bij die ene waarneming. In het uur dat volgt laten meerdere rietzangers van zich horen. Ze zitten diep verscholen in het riet, bijkomend van hun lange reis; het zingen duurt dan ook niet lang. “Se moatte noch op krachten komme; se binne noch mar krekt werom út Afrika. Se oerwinterje yn it stroomgebiet fan de Niger”, vertelt Wender.
Twee routes naar het Zuiden
De weg van Fryslân naar Afrika kent twee grote routes, zo ontdekte Wender in de afgelopen jaren. Lang werd gedacht dat de vogels via Frankrijk en Spanje zuidwaarts trokken. Wender weet inmiddels dat een deel van de vogels kiest voor een oostelijke route door Centraal-Europa, langs Italië en Griekenland. “Ik ha fûgels fûn dy’t yn dy lannen ringe binne.” Ook gegevens van zogenaamde geolocators, een soort lichtloggers waarmee een aantal rietzangers werd voorzien, hielpen mee deze route vast te stellen. De loggers registreren de lengte van de dagen. “It earste jier fong ik ien dy’t dy rûte naam; in jier letter noch in oare.”
Het belang van overjarig riet
De eerste mannelijke rietzangers arriveren in de eerste weken van april weer in Nederland. Ze zijn voor beschutting dan vooral aangewezen op overjarig riet. “Ôfrûne winter is der oan beide kanten fan de Nije Feart lâns Van Oordt’s Mersken hiel folle reid meand. Dat betsjut dat der foar reidsjongers dit jier dêr gjin briedplakken mear te finen binne, hiel spitich.” Het belang van overjarig riet voor nestelende rietzangers heeft Wender tijdens zijn onderzoek goed kunnen vaststellen. Met die kennis gaf hij ook de dringende oproep aan Staatsbosbeheer om het stuk dichtgegroeide Koningsdiep ongemoeid te laten. “Der binne plannen om dit stik wer streame te litten. Ik begryp dat dit foar in diel fan de natoer goed is, mar foar de reidsjonger en oare sjongfûgels dy’t der folop gebrûk fan meitsje, wurdt it in drama.”
![]()
Dat heeft ook alles te maken met de dansmuggen, zogenaamde chironomiden. De larven van deze muggensoorten leven in de rottende plantenresten en komen vroeg in het seizoen tot ontwikkeling. Daardoor zijn de dansmuggen de belangrijkste voedselbron voor de terugkerende rietzanger. Via drijvende insectentenvallen verzamelt Wender wekelijks monsters van het aantal muggen. “Yn de tichtgroeide stikken komme wol hûndert kear mear dûnsmiggen foar dan yn de stikken wêr’t hekkele wurdt.” De dansmuggen pieken eind april, begin mei, en zijn dus vooral in die periode een belangrijke prooi voor rietzangers. Wender doet nog nader onderzoek naar het menu van de vogels. Bij het ringen poepen de vogels vaak. “Dat fang ik op en dêrmei kin ik letter fia DNA-spoaren sjen wat se iten ha.”
Verdedigen en verleiden
Bij terugkomst in het gebied kiezen de mannetjes hun eigen territorium in het riet. Een gebied dat ze fel verdedigen tegenover de andere mannetjes. Ongeveer twee weken na de mannetjes keren de eerste vrouwtjes terug uit Afrika. Dan begint het grote verleidingsspel. De mannetjes zingen dansend op de rietpluimen het hoogste lied. Wender: “De wyfkes sjogge nei it leefgebiet, mar lústerje ek hiel goed nei it sjongen. Hoe komplekser it sjongen, hoe mear de mantsjes yn de smaak falle.”
Sa’n tsien prosint fan de jongen yn in nêst binne net fan de heit dy’t se fersoarget.
Begin mei zijn de boorden van het Koningsdiep verdeeld in tientallen aaneengesloten territoria van mannelijke rietzangers. De mannetjes laten de vrouwtjes na het paren niet met rust. Zolang niet alle eieren zijn gelegd, blijven ze de vrouwtjes achtervolgen. Vooral om te voorkomen dat andere mannetjes alsnog hun kans grijpen. De mannetjes nemen volgens Wender een belangrijk deel van de verzorging van de jongen voor hun rekening. “Dan wolle se wol wis wêze dat it ek harren eigen jongen binne, se steane gjin oare mantsjes ta.” Het verdedigen is nodig, de mannetjes gaan ook buiten hun eigen territorium op vrouwtjesjacht. Deels met succes, volgens Wender. “Sa’n tsien prosint fan de jongen yn in nêst binne net fan de heit dy’t se fersoarget. De jongen yn ien nêst kinne dus fan mear as ien heit wêze.”
Eén mannetje, twee vrouwtjes
Het is dit gedrag dat jaren geleden de interesse van Wender wekte. Bij het ringen van rietzangers viel het hem op dat ze vaak meer vogels vingen dan dat ze hoorden zingen. Ook vingen ze soms vogels op andere plekken dan waar ze zongen. “Dat wie net logysk. De measte fûgelaars tochten dat de mantsjes fakentiids net bûten harren eigen territorium fan sa’n fyftich meter kamen.” Hier wilde de vogelaar meer van weten. Wender besloot de vogels te voorzien van gekleurde ringen; zo kon hij beter zien waar ze zaten. “Sa krigen wy hieltyd mear sicht op harren gedrach.” Wender ontdekte dat bijna de helft van de mannetjes, nadat het vrouwtje is gaan broeden, opnieuw op een andere plek begint te zingen, in een poging een tweede vrouwtje te versieren. “At it twadde wyfke dan begjint te brieden, kinne se krekt op tiid werom wêze by it earste wyfke om te helpen by it fersoargjen fan de jongen.”
Onderzoek naar de ‘ruimtelijke heterogeniteit’
Wender volgde een hbo-opleiding bos- en natuurbeheer, maar ontdekte later dat hij toch meer interesse heeft in de achterliggende biologie dan in het toegepaste beheer. Tijdens een onderzoek in Ivoorkust kwam hem ter ore dat er een plek vrij kwam voor een promotieonderzoek naar de bonte vliegenvanger, ook een kleine zangvogel die in de winter naar het Zuiden trekt. “Myn hobby oer de reidsjongers soe ik der as ûndersyksprojekt nêst hâlde.” Door corona en onlusten in het onderzoeksgebied kon het geplande onderzoek niet doorgaan. Zo werd de rietzanger, die als trekvogel voor vergelijkbare uitdagingen staat als de bonte vliegenvanger, het hoofdonderwerp van zijn onderzoek.
![]()
De interesse van Wender gaat vooral uit naar hoe de vogelsoort omgaat met wisselende omstandigheden in de loop van het seizoen, en hoe ze daarbij gebruikmaken van verschillen tussen plekken, in vakjargon de ‘ruimtelijke heterogeniteit’ genoemd. (’Ruimtelijke heterogeniteit’ verwijst naar de ongelijke verdeling van verschillende concentraties van elke soort binnen een gebied red.). Mooi voorbeeld hiervan is de confrontatie met de kleine karekiet. Deze andere rietspecialist nestelt graag wat hoger in het riet dan de rietzanger en keert ook later terug uit Afrika, wanneer de eerste groene scheuten voldoende dekking voor hun nesten bieden.
De wyfkes sjogge nei it leefgebiet, mar lústerje ek hiel goed nei it sjongen. Hoe komplekser it sjongen, hoe mear de mantsjes yn de smaak falle.
“It is hiel nijsgjirrich om te sjen hoe’t dizze fûgels mei elkoar omgeane”, meent Wender. Keert de rietzanger bijvoorbeeld eerder terug om de kleine karekiet voor te zijn? Of keert hij eerder terug omdat hij minder plantengroei nodig heeft om te kunnen nestelen? Volgens Wender is dit een kip-ei verhaal. “Beide soarten ha harren eigen strategie dy’t op alle ûnderdielen mei-inoar te meitsjen hawwe. Dochs sjoch ik hjir yn de Van Oordt’s Mersken faak botsingen tusken dizze beide soarten.”
Meerdere keren per jaar een nest
Om de kans op voldoende nageslacht te vergroten broeden de rietzangers als het kan meerdere keren per jaar. Maar dat lukt in de loop van het seizoen niet meer in het riet. Dat domein is dan inmiddels opgeëist door de karekiet. Dus moet de rietzanger op zoek naar een alternatief, dat binnen de Van Oordt’s Mersken meestal wordt gevonden in ruige slootkanten of in de natte hooilanden met pitrus. Nestplekken die aan het begin van het seizoen ongeschikt zijn, vanwege het gebrek aan begroeiing en dus aan bescherming. “Dat is en bliuwt hiel nijsgjirrich. Ik wol foaral dat gedrach yn kaart bringe en sjen welke faktoaren in rol spylje.”
Otter
Het college van anderhalf uur in de vrije natuur nadert het einde. Wender zegt dat Van Oordt’s Mersken een gebied is dat voortdurend in ontwikkeling is en daarom steeds weer voor verrassingen zorgt. Die verrassing komt direct, als zich ineens in het Koningsdiep een zwemmende otter aandient. “Dat is wol in jier lyn dat ik dy hjir sjoen ha”, reageert Wender enthousiast. We gaan er niet verder op in. Dít college ging over de rietzanger.
Tekst Arend Waninge
Foto’s Martijn van der Vaart
![]()












