De Drachtster oorlogsherinneringen van de 90-jarige Geert de Boer uit Sint Nyk
SINT NICOLAASGA - Geert de Boer werd geboren op 18 februari 1935 aan de Burgemeester Wuiteweg 154 in Drachten en woont sinds enige jaren in Sint Nyk. Hij vindt het belangrijk om zijn verhaal over de Tweede Wereldoorlog te delen, mede omdat hij 90 is geworden en Nederland dit jaar 80 jaar vrijheid viert. “Niet eerder geschreven geschiedenis met betrekking tot de Tweede Wereld Oorlog 1940 - 1945. Wat zich afspeelde in Friesland”, schrijft De Boer.
“Dit jaar ben ik 90 jaar geworden. Vaak denk ik na over de oorlogstijd, het houdt mij behoorlijk bezig. Vooral omdat de dingen me nog zo duidelijk voor de ogen en voor de geest staan, als de dag van gisteren. Voor mij is het nu de hoogste tijd om daarover iets aan het papier toe te vertrouwen. Voor de komende generaties. Ja, dacht ik, het is nu de tijd, het is nu of nooit meer!”
Onderstaand het verhaal door Geert de Boer:
In mei 1940, ik was zes jaar oud, viel Duitsland ons land binnen. Ik herinner me de Duitse militairen nog goed: touringcars vol jonge soldaten reden voorbij ons huis in Drachten, onderweg naar Olterterp en Heerenveen.
School en dagelijks leven
Ik liep elke ochtend naar de Johannes Calvijnschool aan de Stationsweg (Drachten-Noord). Ik zat in de eerste klas bij juffrouw Smit , daarna bij juffrouw Feitsma. Ze speelden op het trap-harmonium. Mijn vader, die onze tuin bewerkte, gaf hen vaak boontjes uit eigen oogst.
Thuis hadden we een handel in land- en tuinbouwartikelen. Veel ruilden we met boeren: vlees, melk, boter, rogge en tarwe. Ik maalde tarwe zelf met de handmolen. De verlichting in huis was karig: een carbidlamp binnen, een stormlantaarn buiten. Mijn ouders plakten verduisteringspapier op de ramen vanwege de overvliegende Engelse vliegtuigen, de “Tommies”.

![]()
Foto Gewoan Dwaan/Douwe Bijlsma
Oproepen, onderduiken en verzetswerk
Mijn broer Berend moest zich laten keuren bij het arbeidsbureau, maar werd afgekeurd door huisarts De Vries. Die moest later onderduiken omdat hij te veel jonge mannen had afgekeurd. Berend vertrok naar zijn verloofde in Gaastmeer, waar hij zich later aansloot bij de Binnenlandse Strijdkrachten. In april 1945 vocht hij mee bij de slag om de Wellebrug bij Woudsend. Ook mijn broer Thomas kreeg geen oproep. Hij verborg zich soms onder een takkenbult. Zijn radio lag verstopt onder losse vloertegels – zo luisterden we stiekem naar de BBC en koningin Wilhelmina.
Schaarste en zwarte handel
Winkels waren leeg. Propagandaborden van de Duitsers domineerden het straatbeeld met kreten als: “Duitsland wint op alle fronten!” Overvallen op distributiekantoren namen toe om bonkaarten, persoonsbewijzen en voedsel te bemachtigen.Jean de Haan, een veekoopman, bracht af en toe lamsvlees: “Is moeke der ook?” vroeg hij dan. De lammeren haalde hij lopend op uit Drenthe, dicht bij de Duitse grens. Mijn oom werkte met postduiven en smokkelde berichten naar Engeland.
Angst en controle
Bij de Stationsweg/van Haersma parkje Drachten verschenen bordjes: “Voor Joden verboden.” Ik begreep toen al dat dit ernstig was. Velen keerden nooit terug uit de concentratiekampen. Mannen, vrouwen, kinderen – vergast!
Bij het Monnikenklooster stond een SD-schildwacht. Hij lachte vriendelijk, maar ik wist: te dichtbij komen was gevaarlijk.
Mijn broer Thomas ontsnapte eens aan arrestatie door simpelweg beleefd te groeten. Hij zag het als een wonder.
Verzet en onderduikers Vliegtuigbemanningen die neerstortten, werden geholpen. Uniformen werden begraven, ze kregen overalls aan en deden zich voor als boerenknechten. De ondergrondse kreeg instructies over het Britse Bren-machinegeweer.
Bij Reinder de Vries in Opeinde (de boerderij “De Overwinning”) zaten onderduikers. De SD voerde een overval uit, waarbij twee broers sneuvelden. De onderduikers schoten terug en doodden bijna alle SD’ers. Later werd de boerderij in brand gestoken. Bij Sieberen van der Velden aan de Zuiderheide zaten acht onderduikers, waaronder een Amerikaan. Zijn vrouw kreeg het verzoek om nóg meer mensen op te vangen, maar weigerde. Zij werkte later in de koninklijke keuken.
![]()
Foto Gewoan Dwaan/Douwe Bijlsma
Luchtgevechten en sabotage
Tijdens een staking van het spoorwegpersoneel weigerden machinisten te rijden voor de Duitsers. Bij een beschieting op een tram raakten mensen gewond. Tegelijkertijd gooiden vliegtuigen zilveren pakjes met Virginia-sigaretten naar beneden. Op de pakjes stond: “ORANJE ZAL OVERWINNEN!” Het zilverpapier verstoorde de Duitse radar. Ik zag een vliegtuig waarvan het staartstuk brandend naar beneden viel, het toestel kwam in de Hemrik terecht!
Hoop en bevrijding
In 1944 hoorden we berichten via de radio: van Hr. Ms. Koningin Wilhelmina “Landgenoten” wij komen u bevrijden!” Na de landing in Normandië zagen we Amerikaanse militairen bij ons huis langstrekken. Ze konden amper fietsen.
De Canadezen bereikten Meppel zei mijn vader, ze komen eraan! Ze trokken van Meppel naar Heerenveen en vervolgens verder naar Drachten. De binnenlandse strijdkrachten (N.B.S.) arresteerden alle nog aanwezige NSB-ers en namen hen gevangen. Ze werden naar de boerderij van de familie Arends aan het Zuid in Drachten (vlakbij Olterterp) gebracht om ze vervolgens af te voeren naar Duitsland (tot de Duitse grens).
Nieuwe vrijheid
In de HBS aan de Torenstraat werden landverraders opgesloten. Ze moesten werken in de Hemrik. Langzaam kwamen onderduikers weer tevoorschijn. Mensen keerden lopend terug uit de kampen. Het leven begon weer.
Op zondag gingen we naar de kerk. Daarna zag ik een landwachter met een houten geweer tussen twee stevige mannen. Tijdens de Oranjefeesten speelden alle drie Drachtster muziekkorpsen. Fietsen en karren waren versierd. In de kerken klonk lof en dank: de Heere had ons bevrijd.
Tot slot
Geert de Boer sluit af: “Dit is me altijd bij gebleven, ik heb het altijd in mij gedragen, het is nooit eerder gepubliceerd. Ik ben nu 90 jaar en vind het waardevol dat dit verhaal op deze manier wordt gedeeld.”







