Rechter: gemeente De Fryske Marren onderbouwt dwangsom voor agrariër onvoldoende
DE FRYSKE MARREN – De gemeente De Fryske Marren heeft onvoldoende aangetoond dat een agrariër zijn bedrijfsloods in strijd met het omgevingsplan gebruikt. Dat oordeelt de rechtbank Noord-Nederland. De ondernemer kreeg een last onder dwangsom opgelegd, maar volgens de rechter is onvoldoende onderbouwd dat daadwerkelijk sprake was van een overtreding.

De zaak draait om een agrariër die naast zijn boerenbedrijf eigenaar is van Silage Safe, een onderneming die afdekmateriaal voor ruwvoer produceert. In september 2025 diende een buurman, verbonden aan v.o.f. De Bûterkamp, een handhavingsverzoek in. Volgens hem werd de agrarische loods gebruikt voor productieactiviteiten die daar volgens het omgevingsplan niet zijn toegestaan.
De gemeente voerde vervolgens zeven controles uit. Daarbij werd meerdere keren opslagmateriaal van Silage Safe aangetroffen, maar slechts één keer werden productiewerkzaamheden vastgesteld. Toch besloot het college van burgemeester en wethouders op 23 juli een last onder dwangsom op te leggen. De ondernemer moest de strijdige activiteiten beëindigen, anders riskeerde hij een boete van 1.500 euro per week, oplopend tot maximaal 15.000 euro.
Onvoldoende bewijs
De agrariër maakte bezwaar en stapte naar de rechter. Volgens hem was geen sprake van structurele productiewerkzaamheden in de loods.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van een overtreding. Bij de enige controle waarbij productieactiviteiten werden waargenomen, was niet vastgelegd wat de aard, omvang en frequentie van die werkzaamheden waren. Tijdens de zes andere controles werden geen productiewerkzaamheden aangetroffen.
Ook het argument van de gemeente dat de opslag van materialen in strijd was met het omgevingsplan, hield vooralsnog geen stand. Volgens de rechter was opslag niet duidelijk als zelfstandige overtreding in het handhavingsbesluit opgenomen.
Gemeente moet kosten vergoeden
De rechter heeft de termijn waarbinnen de ondernemer aan de last moet voldoen, met terugwerkende kracht verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De gemeente moet daarnaast 2.068 euro aan griffierecht en proceskosten vergoeden.
De uitspraak van 8 oktober is voorlopig. De gemeente moet het bezwaar nog behandelen. Pas daarna wordt duidelijk of de opgelegde dwangsom in stand blijft.










