Postume Yad Vashem onderscheiding voor Sneker echtpaar
Op 15 juli 1940 wordt ze in Amsterdam geboren als Mia Coster, oudste kind van Lion en Rebecca Coster. ‘Mijn vader was een bekende in de stad. Hij is in 1939 turnkampioen geweest bij de Amsterdamse Turnbond Kracht en Vlugheid, en speelde zeer verdienstelijk piano. Was dus regelmatig bij feestjes te vinden voor de muzikale begeleiding. Enkele jaren nadat de oorlog uitbrak kon mijn vader bij de Joodse Raad gaan werken. Hij dacht dat hij zo zijn familie kon redden maar in 1942 werd hem al snel duidelijk dat niemand veilig was tijdens de talloze razzia’s en zocht hij contact met de Amsterdamse Verzetsgroep van Piet Meerburg. Een verzetsheld die honderden Joodse kinderen in veiligheid heeft gebracht. Zodoende kwamen zij in contact met de familie Schaafsma, via hun zoons, die allebei rechten studeerden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.’

Jo Schaafsma had een zus die samen met haar man in Sneek woonde: Pieternel en Hendrik Van der Laan, kortweg Nel en Henk. ‘Toen Jo hen vroeg mij op te vangen, zijn ze nog naar Amsterdam gegaan om mijn ouders te bezoeken. Dat is een bijzonder en vooral heel gevaarlijk bezoek geweest. Mijn ouders woonden in de toen net gebouwde Rivierenbuurt, iedereen kende elkaar. En je ging als Nederlands paar niet zo maar op bezoek bij een Joodse familie. Mijn ouders wilden boven alles dat ik bleef leven en er werd afgesproken dat als zij de oorlog niet zouden overleven, ik bij Nel en Henk zou blijven. ‘Je hoeft haar niet Joods op te voeden hoor, als ze maar blijft leven’, heeft mijn vader gezegd. Ze hebben dit zelfs samen op schrift gesteld. Mijn ouders gaven een mapje foto’s mee en wat sieraden zodat ik nog een herinnering aan hen zou hebben.’
En zo gebeurde het. Mia werd begin juli 1943 door de dochter van Jo Schaafsma naar Friesland gebracht. Eerst met de boot van Enkhuizen naar Stavoren en daarna met de trein naar Sneek waar ze door haar pleegouders werd opgevangen. ‘Van de reis weet ik niets meer. Wel heb ik nog het blauwe jasje dat ik tijdens de reis droeg. Dat heeft mijn pleegmoeder, op advies van de doktersvrouw, altijd bewaard. ‘Baby’s veranderen zo gauw, maar aan de kleren kan een moeder altijd haar kind herkennen’, vertelde ze.’
In Sneek werd Mia om veiligheidsredenen Mieke genoemd. Maar ook daar was ze niet veilig en moest regelmatig in een ruimte onder de vloer duiken tijdens razzia’s. ‘Ik kan me dat nog goed herinneren, die stampende laarzen boven je hoofd.’ Ook werd niet iedereen op de hoogte gesteld van de komst van Mieke. ‘Je kon echt niet alle buren vertrouwen. Naast ons woonde een NSB-gezin maar zij hebben mij nooit verraden. Na de oorlog zei de buurvrouw: ‘je was zo’n schatje, ik kon het niet over mijn hart verkrijgen....’.
Dat geluk hadden de ouders van Mia overigens niet. Kort nadat Mia naar Sneek vertrok, werden zij verraden door de overbuurman die dezelfde avond het huis al leeghaalde. Lion en Rebecca werden op het een na laatste transport gezet naar Sobibor . ‘Toen ik mijn derde verjaardag vierde, zaten zij in de veewagons op weg naar Polen’, vertelt Mieke emotioneel. ‘Dat realiseerde ik me later pas want ik heb ze nooit meer gezien. Na de oorlog bleek dat ze allebei bij aankomst in het kamp zijn vermoord. Net als mijn grootouders en de rest van de familie in Auschwitz.. Niemand is meer teruggekomen.’
Toen ik drie jaar werd, zaten mijn ouders in de trein naar Polen’
Voor de kleine Mieke ging het leven verder. Ze wist niet beter dan dat Nel en Henk van der Laan haar ouders waren. ‘In 1953 werd de Adoptiewet ingesteld en toen wisten mijn ouders dat ze het mij moesten vertellen. Ik was toen 11 jaar en het kwam hard aan. Natuurlijk wist ik wat er met de Joden in de oorlog was gebeurd. Dat hoorde ik op school want thuis werd daar niet over gesproken. Het was te erg. Tijdens de adoptieprocedure moest ik voor de rechter verschijnen. Hij wilde weten of ik wel geadopteerd wilde worden. Ik weet niet meer wat hij vroeg maar ik wist het antwoord niet en zei: ‘dat moet ik even aan mijn vader en moeder vragen’. En juist dat was het antwoord waar hij op wachtte.’
En weer ging het leven gewoon verder. ‘Ergens heb ik toch die Joodse instelling mee gekregen van kracht en altijd blijven doorgaan. De avond waarop mijn ouders mij alles vertelden, heb ik heel veel gehuild maar daarna had ik zoiets van ‘het leven is nu eenmaal zo’. Bij Nel en Henk van der Laan had Mieke een fijne jeugd. In Sneek ontmoette ze haar echtgenoot Meindert Beishuizen en het paar kreeg drie kinderen. ‘Toen Meindert was afgestudeerd als psycholoog moest hij het leger in voor zijn dienstplicht. Dat was bij het Marine Opkomst Centrum, het MOC, in Voorschoten en dus zijn we hier komen wonen. Eerst in een flat en later, toen de derde werd geboren, konden we een huis kopen. We zijn nooit meer weggegaan.’
Mieke is haar verleden nooit vergeten. ‘Mijn kinderen en kleinkinderen kennen mijn verhaal. Alle kleinkinderen hebben over mij geschreven in groep 8. Ja, alle werkstukken hebben we gebundeld. Dat is een mooie herinnering voor later. Met deze hoogste Yad Vashem onderscheiding wil ik mijn pleegouders eren, wiens namen nu gegrift staan in de Muur van Eer in de Tuin der Rechtvaardigen in Yad Vashem in Jeruzalem. De Yad Vashem onderscheiding is speciaal voor niet -Joodse mensen die hun leven hebben gewaagd , om Joodse levens te redden. Ik vond dat mijn pleegouders, die in 1982/1983 zijn overleden, een dergelijke onderscheiding verdienden. Vier jaar zijn we bezig geweest en 23 november kreeg ik de onderscheiding voor mijn ouders postuum uitgereikt in de Leidse synagoge. Een emotioneel moment omdat hun namen voor eeuwigheid zijn genoemd. Ik ben zelf jaren geleden met mijn man naar Yad Vashem geweest en was ontroerd toen de namen van de Joodse kinderen die zijn omgekomen werden genoemd. Dit was heel emotioneel en ik realiseerde mij toen, ik hoor daar niet bij want ik ben gered! Voor mij is de cirkel nu rond. Alle vier mijn ouders worden genoemd bij Yad Vashem, ze worden erkend voor alles wat ze gedaan hebben. Voor mij!’
Bron: Voorschotense Krant

















