Voormalig scharrelslager Tichelaar uit Sneek overleden
Scharrelslager Johan Tichelaar: “De Slagerij was mijn enige Liefde”

Tekst en Fotografie Wim Walda
‘Dus, in september zet U er een punt achter?’ Mijn eerste vraag treft hem meteen als de spreekwoordelijke pijl midden in het hart. Het is even stil en hij knippert een paar keer met zijn ogen, voordat hij met een onmiskenbare brok in zijn keel antwoordt: “Als zich voor die tijd niet een opvolger aandient, dan gaan in september de deuren van Scharrelslagerij Tichelaar aan de Nauwe Noorderhorne in Sneek voorgoed op slot. De zaak en het pand staan te koop. Mijn lichaam is op, ik kan het niet meer.”
Het leven van slager Johan Tichelaar begon 67 jaar geleden in Franeker als slagerszoon. Zijn vader had een konijnenslachterij en had het druk, zodat het met enige regelmaat ‘alle hens aan dek’ was en de kinderen moesten helpen. Dan stond er meteen een aardig legertje, want Johan had zeven broers en drie zussen, waarvan er inmiddels een is overleden.
Het was sappelen, want het vak van konijnenslachter was allesbehalve een vetpot. De kosten waren relatief gezien hoog, want de negotie moest vanuit Friesland uitgezet worden bij voornamelijk poeliers uit het westen van het land. “Mijn vader deed er dan ook van alles naast om brood op de plank te krijgen. Zoals schapen scheren in de zomer en daarna ‘skietlokken’ wassen. De stront moest uit de wol. Net toen er werd nagedacht over het verkassen van de slachterij naar een centraal gelegen plaats in het midden van het land, kwam de vader van Johan te overlijden. Johan was toen dertien jaar oud en had net de lagere school achter de rug.
Doener
“Blij dat ik van die school af was”, verzucht hij, “Want ik was niet zo van het leren. Ik was een doener en kwam aan de lopende band bij een kippenslachterij in Dronrijp. Dat waren lange dagen. ’s Morgens om zeven uur beginnen en toen ik wat ouder was en mocht autorijden daarnaast ’s avonds naar Barneveld. Nieuwe kippen halen.”
Na een avontuur van twee jaar in Culemborg bij een konijnenslachter en een dienstbetrekking van drie weken bij een slagerij in Leeuwarden, belandde hij samen met zijn latere compagnon op de slagersafdeling van ‘de Vivo’ in Harlingen. “Dat heb ik acht jaar gedaan en daar heb ik de fijne kneepjes van het slagersvak onder de knie gekregen.”
Naar Sneek
In 1978 konden Johan en zijn kompaan terecht in Sneek. Koos van Balen, die al een slagerij had op de Dijlakker in Bolsward, had het pand aan de Nauwe Noorderhorne in Sneek gekocht en wilde daar een slagerij beginnen. Johan was welkom. Het noodlot sloeg want Van Balen kreeg de dag voor de opening een auto-ongeluk en overleed daarbij. Johan kwam in dienst van de erven Van Balen. Een jaar daarna kregen hij en zijn compagnon het aanbod om de noodlijdende zaak over te nemen.
“Rust was wat het bedrijf nodig had” legt Johan uit. “We hebben het een paar jaar gehuurd, ik was toen 28 jaar, en in 1982 zijn we ook eigenaar van het pand geworden.” Langzaam maar zeker viel ook bij de bevolking van Sneek het kwartje dat er aan de Nauwe Noorderhorne een topslager zat en de zaken trokken aan. Zijn compagnon wilde meer en nam een slagerij in Joure over. Johan kocht hem uit en bleef in Sneek. “Verstandige beslissing, zo bleek achteraf, want de slagerij in Joure was geen lang leven beschoren.” Scharrelslagerij Tichelaar in Sneek intussen draaide als de spreekwoordelijke ‘tierelier’ en Johan won de ene na de andere regionale en landelijke prijs met zijn ambachtelijke scharrelvleesproducten.
Ambacht
“Dat vind ik het mooiste aan mijn vak, het ambachtelijke. Je maakt van niets iets. Er komt een varken binnen en dat gaat er weer uit als ham, boterhamworst, fricandeau, lever, rookworst, noem maar op. Allemaal zelf gemaakt. Machtig mooi vind ik dat” vertelt hij met lichtjes van enthousiasme in zijn ogen.
“Waarom ik scharrelslager ben geworden? Omdat ik een dierenliefhebber ben. Ik weet dat dat vreemd klinkt uit de mond van een slager, maar toch is het zo. Het couperen van staarten en trekken van tanden, om nog maar niet te spreken over het dierenleed dat er tijdens het vervoer en in de slachthuizen plaats vindt, dat kan ik niet aanzien. En ten tweede omdat een scharreldier lekkerder en mooier vlees oplevert; geen antibiotica, leven in de natuur in plaats van benauwde hokken. Zo hoort het en zo doe ik het ook. Met respect.
Gezondheid
Vanaf het jaar 2000 begon de sympathieke Sneker slager te kwakkelen met zijn gezondheid. Door een hartinfarct belandde hij in het ziekenhuis, waar hij een week later, helaas in de negatieve zin van het woord, als een ander mens weer uitkwam. “Ik was een wrak. Ik hoefde niet te worden geopereerd, maar mocht verder op medicijnen. Maar de minst of geringste inspanning is me sinds die tijd te veel. Ik kom op karakter de dag door, maar weet vervolgens amper hoe ik me naar mijn woning boven de zaak moet slepen.” Tot overmaat van ramp brak hij zijn enkel op meerdere plaatsen tijdens een val van de trap, zodat de tocht naar boven helemaal een martelgang werd.
Toekomst
“Alhoewel ik na bijna veertig jaar met bloedend hart afscheid neem van de slagerij, ik ben nooit getrouwd omdat de slagerij mijn enige liefde was, zie ik ook wel uit naar de toekomst. Ik ga terug naar het ouderlijk huis in Franeker en kan dan meer tijd besteden aan mijn hobby: het bezoeken van vlooienmarkten. Elke zondagmorgen zit ik om een uur of vijf uur in de auto en rij ik naar een vlooienmarkt. Naar de IJ-hallen, de grootste vlooienmarkt van Europa en op de terugweg pik ik ook Schoorl, Callantsoog en Den Helder nog even mee. “
Op de tafel staat een koperen kandelaar. “Kijk dat verzamel ik, werk van kopersmid Klaas Dijkstra uit Sneek. Dat werd in de periode van 1918 – 1937 door Douwe Egberts onder de merknaam ‘Friesche Koper Kunst’ uitgegeven en daar kon je op de koffie- en theepunten van DE voor sparen. Daarnaast verzamel ik emaille reclameborden over vleesproducten”, vertelt hij, terwijl hij naar de winkel loopt om er een paar op te halen.
Met een puntgaaf exemplaar en een stralend gezicht van enthousiasme komt hij terug; ‘Gedurende de Zomermaanden zijn alle Vleeschwaren in de IJskast voorradig’ staat er op. “Deze is heel zeldzaam. Heb ik ook nog in een modernere versie, dan staat er ‘Koelkast’ op in plaats van ‘IJskast’. Die hangt ook in de winkel. Ik vermaak me dus wel. Maar het achterlaten van mijn eerste liefde valt me wel zwaar. Begin september is het echt gebeurd”.





















