
Deeltjes in de atmosfeer verstrooien blauw licht, waardoor de hemel meestal blauw oogt. De overige golflengtes blijven in de stralen van de zon, zodat de zon een iets gelere kleur krijgt. Bij een laagstaande zon worden ook de andere kleuren verstrooid, behalve rood (dat de grootste golflengte heeft en moeilijk te verstrooien is), waardoor de hemel rond en lager dan de zon rood kleurt. Overigens is het effect ook bij zonsopgang te zien, maar minder sterk omdat de lucht aan het begin van de dag minder stof bevat waardoor de verstrooiing minder is. (Foto Yvonne Dijkstra Sneek)









