Vismigratierivier Afsluitdijk werkt!
KORNWERDERZAND - Een getijdenrivier van tenminste zes kilometer lang is ideaal voor trekvissen die van de Waddenzee naar het IJsselmeer willen reizen. Dat blijkt uit een haalbaarheidsstudie in het kader van het project De Nieuwe Afsluitdijk* het afgelopen half jaar is uitgevoerd. Bovendien komt er geen druppel zout water in het IJsselmeer terecht, een belangrijke voorwaarde voor de realisatie van de zogenaamde vismigratierivier door de Afsluitdijk.

De Afsluitdijk is wereldberoemd als icoon van de Nederlandse waterwerken. De komst van de dijk in 1932 zorgde voor verbetering van de veiligheid en een economische impuls, maar het was ook een ecologische ramp. De Zuiderzee en de Waddenzee werden abrupt van elkaar gescheiden. Sindsdien gaat het slecht met de trekvissen en is er een slechte visstand in het gebied. Uit het onderzoek blijkt dat de vismigratierivier een positief effect heeft op de populaties trekvissen in de Waddenzee, het IJsselmeergebied én het achterland. Op dit moment kunnen de vissen in het gebied maar zeer beperkt migreren via de spuisluizen van Kornwerderzand en Den Oever. Vissen die niet zo krachtig kunnen zwemmen, lukt het helemaal niet om de Afsluitdijk te passeren. De lage stroomsnelheden in de vismigratierivier maakt de route ook geschikt voor zwakke zwemmers als de glasaal, spiering, stekelbaars en jonge vis. Zij krijgen hierdoor een belangrijke, nieuwe route naar het IJsselmeer.
Kosten
De totale kosten voor de aanleg van de vismigratierivier worden geschat op circa 80 miljoen euro, waarbij de kosten voor de komende onderzoeks- en planfase (2013-2015) worden geraamd op 4,6 miljoen euro. De regio en initiatiefnemers gaan uit van een gezamenlijke zoektocht naar financiering, waarbij verschillende bronnen in beeld zijn, waaronder het Waddenfonds. Het plan biedt goede mogelijkheden om verschillende functies te combineren en kan daarmee een belangrijke toeristische impuls zijn voor de regio. ‘Een economische en ecologische impuls is wat hier hard nodig is. Wij gaan er dan ook vanuit dat de steun vanuit de regio wordt voortgezet. Samen met de oorspronkelijke initiatiefnemers zetten we graag de komende maanden de schouders eronder om de benodigde gelden te vinden.’






