Freerk Kleefstra: “It giet net mear sa gek as fiif jier allyn”
“Heel veel mensen denken, dat ik de mede-eigenaar van deze drie locaties ben”, lacht dezelfde man, wanneer we aan de koffie zitten aan de stamtafel van ’t Gerecht. We praten met Freerk Kleefstra, die meteen wat relativerend reageert: “Je wurde wat âlder, no? It giet net mear sa gek as fiif jier allyn.”

Duizend liter bier in vijf dagen
En gek ging het zo nu en dan echt wel, nog niet zo lang geleden. “Een jaar of vier, vijf terug werd ik benaderd door de vriendenploeg van de ‘Akkrumer Sûpskûte’, zeg maar de zuipschuit. Die ploeg kwam elk weekend in De Swetser. Of ik een biertap en een tank kon plaatsen op hun ponton met container. Met die ponton gingen we, geholpen door een opdrukker, het Skûtsjesilen achterna. Naar De Veenhoop, met als eindstation Langwar. In de container kon je slapen en bovenop de ponton stond een bordes, ingericht voor bier. De ‘Akkrumer Sûpskûte’ mag nu De Veenhoop niet meer in. Dit soort objecten worden niet meer toegelaten, er kwamen er steeds meer.” Freerk moet er wel om lachen. “In vijf dagen tijd ging er duizend liter bier doorheen! Het was wel spectaculair!” En dan, na een korte mijmering: “Dat gong te gek, ju. En ach… dy jonges wurde ek âlder.”
Freerk gaat binnenkort opnieuw de Fryske marren over, maar nu met zijn tweeën, met zijn vriendin. En met zijn eigen boot, een kruiser van negen en halve meter. De boot ligt nu bij de Windas, in Heerenveen Noord, bij het kanaal. Daar is hij momenteel mee aan het klussen, zomaar tot elf uur ’s avonds. “Die boot heb ik verleden jaar gekocht. Er moet veel aan gebeuren en ik doe alles zelf, maar hij is bijna klaar, er hoeft allen nog maar geverfd te worden.”
Gorredijk
Freerk heeft de liefde voor boten en voor varen geërfd, zijn ouders hadden al een boot. Dat was niet in Heerenveen, want Freerk Kleefstra is eigenlijk een ‘Gerdykster’. Technisch gezien is hij geboren in Heerenveen, in het ziekenhuis, in 1968. “Maar we woonden in Gorredijk. Ik heb daar tot mijn 38e gewoond. Pas daarna kwam Heerenveen.” Freerk herkent niets in de rivaliteit tussen Gorredijk en Jubbega, of tussen Gorredijk en Heerenveen. “Dat wordt wel eens gezegd, maar ik denk dat dat meer van de oudere generatie vóór mij is. Mijn vrienden kwamen overal vandaan, uit Heerenveen, uit Jubbega, uit Lippenhuizen. Ik heb nooit wat gemerkt van al die verhalen. Ja, de ‘Gerdykster Merke’, die was berucht. Dat was altijd tegen Jubbega.”
Na de Burgemeester Harmsma school in Gorredijk volgt Freerk een technische opleiding. Op zijn 17e komt hij bij Volvo trucks terecht en wordt hij vrachtwagenmonteur. Op zijn 19e heeft hij al het Groot Rijbewijs op zak en mag hij ook op de vrachtwagens rijden. Ook dat heeft Freerk niet van een vreemde. “Us heit was ook al vrachtwagenmonteur. Bij Vleeshouwer in Gorredijk. Ik heb wel veel in vrachtauto’s gereden, maar ik lag er meer onder, op de grond.” Je bent onderhoudsmonteur of niet.
In Gorredijk leert Freerk ook Geert Bosman kennen, die daar rond 1994/1995 een café De Swetser is begonnen, de eerste in een reeks van zes. “Op een gegeven moment was de ijsblokjesmachine stuk en Geert vroeg of ik die kon maken.” Dat kan Freerk en zo rolt het balletje verder, want er komen nog meer cafés De Swetser: in Steenwijk, Wolvega (“Die is al weer weg”, zegt Freerk), Heerenveen (in 1997), Drachten en Joure (“Die laatste is ook al weer weg”). Eigenlijk heten ze geen ‘Café’ maar ‘Bar-Dancing’. En Geert Bosman begint samen met Luberto Agricola in Heerenveen ‘t Gerecht en later Het Postkantoor. Aan onderhoudswerk is er genoeg en Freerk komt bij Bosman en Agricola in dienst. Hij heeft in de weekenden ook nog storingsdienst. Freerk is zo vaak in beeld bij de drie horecagelegenheden in Heerenveen, dat iedereen hem kent. Tegenwoordig wil hij liever wel wat meer door de week en wat minder in de weekenden, trouwens. Want ja, “Je wurde wat âlder, no?”, grijnst hij.
Dat betekent overigens niet, dat de nu 51-jarige Freerk Kleefstra het ook echt wat kalmer aan doet. “It wurdsje ‘nee’ kenne wy net, wy moatte altyd klear stean.” ‘Wij’, zegt Freerk, want hij doet niet alles alleen. “We hebben een eigen ploeg van technici, schilders en timmerlieden. Maar we doen wel alles zelf.” Freerk is met die eigen ploeg anderhalf jaar lang bezig geweest om vijftien hotelkamers te maken boven in ’t Gerecht. “Boven in het gebouw waren allemaal kantoortjes, die moesten worden verbouwd tot wat nu het Boutique Hotel is.”
Eén van de bazen
“Bijna iedereen denkt, dat ik één van de bazen ben, naast Geert en Luberto,” lacht hij, “maar ik ben gewoon voor het technisch onderhoud, zeg maar het ‘manusje van alles’.” Voor dat ‘technisch onderhoud’ beschikt manusje van alles Freerk over een grote eigen loods, nodig voor al het materiaal dat hij voor de drie horecagelegenheden onder handen heeft. Die loods staat vol onderdelen op het gebied van Centrale Verwarming, waterleiding, riolering, noem maar op. “En de loods is ook de winterstalling voor alle terrasparasols, bijvoorbeeld. En er staat een mobiele bar, die komt straks bij de Night Of The Koemarkt weer tevoorschijn.” Zorgt Freek ook voor, voor de aansluitingen daarvan.
Binnenkort ligt de loods misschien zelfs vol dakpannen, wat alle oude monumentale dakpannen van Het Postkantoor zijn aan vervanging toe. “Er komen scheuren in en dat veroorzaakt lekkage.” Werk genoeg voor Freerk. Meer dan genoeg. Freerk heeft, behalve zijn boot, geen tijd om er ook nog hobby’s op na te houden. Alhoewel… hoe zit dat, na die geschiedenis met de’ Sûpskûte’, met het Skûtsjesilen?
Gerben van Manen
“Ik ben donateur van het Heerenveense skûtsje, de Gerben van Manen. En samen met Thom Mulder van café it Houtsje hebben we een volgschip tijdens het Skûtsjesilen. Voor de horeca. We hebben taps aan boord en dan gaan we langs de Veenhoop en Terherne en Langweer. Ik ken de bemanning van het skûtsje dan ook goed.”
Maar duizend liter bier in vijf dagen is er niet meer bij. “Je wurde âlder, no?”











