Algemeen

Sinterklaas: “Ik zou Jan de Vos zomaar als hulpsinterklaas kunnen aannemen”

Het wordt hoog tijd dat de Goedheiligman zelf een keer aan het woord komt, na alle aandacht voor de hulpen van Sinterklaas. Wij stelden acht liedjesvragen aan Sint-Nicolaas, bisschop van Myra, tegenwoordig woonachtig in Spanje.

Afbeelding
HEERENVEEN - Deze maand publiceert GROOT HEERENVEEN Krant een exclusief interview in de serie KLEURRIJK. Een interview met Sinterklaas.

1. ZIE GINDS KOMT DE STOOMBOOT, UIT SPANJE WEER AAN?

“Tsja, Spanje. Dat is eigenlijk nog maar sinds kort hoor. Ik ben geboren en getogen in Lycië, een Romeinse provincie in Klein-Azië. Bij Myra, een stadje aan de haven, bij de Egeïsche zee, om wat preciezer te zijn. Tegenwoordig hoort dit gebied bij Turkije, maar toen spraken we er Grieks. Ik werd er goed katholiek opgevoed en als bisschop heb ik daar behoorlijk wat wonderen verricht. Zeelieden, jonge maagden en kinderen gered, om maar wat te noemen. Dat viel op. Ik ben er heilig door verklaard en dus een Sint geworden. Overal in Europa werden ter ere van mij Sint-Nicolaaskerken gebouwd, van Rusland tot Zuid-Italië, van Amsterdam tot Friesland. In 1850 heb ik een stoomboot gekocht, een heel nieuwe uitvinding in die tijd. En degelijk, heel anders dan dat wegwerpspul van tegenwoordig. Ik vaar er nog steeds mee. Ik ben met die boot als één van de eerste ouderen naar Spanje geëmigreerd. Honderdvijftig jaar later kwamen de pensionado’s, maar die komen hier alleen maar om te rentenieren. Ik sta wat anders in de wereld, als Heilige. In Spanje kreeg ik voor het eerst ook personeel, een jonge Moorse bediende. Tot 1850 moest ik eeuwenlang alles alleen doen. Ik ben dan wel de beschermheilige van zeelieden en kinderen en zo, maar het valt op mijn leeftijd niet mee hoor, in je eentje in één nacht van 5 op 6 december bij elk lief kind iets door de schoorsteen gooien.”

2. WIE ZOET IS KRIJGT LEKKERS, WIE STOUT IS DE ROE?

“Je vergeet ‘De zak van Sinterklaas’ nog. Toen ik nog alleen opereerde, nam ik de stoute kinderen mee in de zak naar Spanje terug en gebruikte ik de roe om te tuchten. Ik rammelde dan met veel kettinglawaai op het dak, voordat ik iemand kwam halen. Dat werd wat te zwaar op mijn oude dag, dus dat laatste liet ik maar over aan Zwarte Piet, zoals jullie mijn hulp inmiddels noemden. Overigens noemden jullie hem in het begin – ook in Heerenveen – nog ‘Pikkie de knecht’. Jullie gaan wat minder snel met de tijd mee, denk ik. Ik ben er zelf al zo lang, dat ik me wat makkelijker met de tijd mee beweeg. Het Sinterklaasfeest anno nu moet een ongedwongen, plezierig feest zijn. We benaderen de ouders tegenwoordig ook anders. Om even op Heerenveen terug te komen, want daar ben ik binnenkort natuurlijk ook: ik kom met een binnenvaartschip aan bij het Breedpad en ben dan een hele week te gast bij het Sinterklaassprookje dat in dat leuke theater tegenover het Breedpad wordt opgevoerd. Ik logeer daar ook, want het Posthuis Theater is elk jaar het Sinterklaashotel. Kwam ik daar in het hotel vorig jaar een moeder tegen, wier kindje zo bang was, dat het onder de tafel kroop en het moest van moeders mij verplicht een handje geven. Dat is niet goed. Je moet kinderen niet pushen en niets forceren. Ouders mogen kinderen niet bang maken voor Sinterklaas, dat is niet van deze tijd. Bovendien is de verschijning van Sint-Nicolaas alleen al indrukwekkend genoeg. Die moeder, daar heb ik toen een hartig woordje mee gesproken.”

3. ’T PAARDJE DRAAGT MET GEMAK SINTERKLAASJE OVER ’T DAK?

“Ach ja, de Schimmel, waarmee ik over de daken rijd. Daar zit een eeuwenoud verhaal achter, een voorchristelijke Noordse mythe over Odin. Jullie kennen Odin in Friesland als Wodan. Odin had een staf en een lange witte baard en reisde door de lucht op zijn achtbenige witte paard Sleipnir. Aan het begin van de winter gooide Odin bij de mensen noten en zakjes zaad door de schoorsteen, zodat men in het voorjaar genoeg had om te zaaien. Overigens deed Odin dat alleen bij brave mensen. Zijn helpers, twee zwarte raven, luisterden aan die schoorsteen wie goed was en wie slecht en brachten Odin daar verslag van uit. Bijzonder, nietwaar? Ik heb het concept maar overgenomen, het is een goed verhaal.”

4. SINTERKLAAS DIE GOEDE HEER, KOMT HIER ALLE JAREN WEER?

“In het Sinterklaashotel in Heerenveen ken ik een Turkse jongen, die jaren geleden voor het eerst als heel klein, verlegen mannetje bij me kwam. Hij werd bij me neergezet en de moeder ging intussen boodschappen doen. ‘Weet je wel, waar ik vandaan kom?’ vroeg ik hem. Dat wist hij niet. Toen heb ik hem het verhaal van Sint-Nicolaas verteld. Elk jaar kwam de moeder hem weer brengen. Nu is hij groot en helpt hij me met het verzamelen van de verlanglijstjes en de keurplaten.  Iedereen wil met me op de foto, ook grote kinderen. Dat gebeurt al bij de aankomst, vanaf de boot. Over de honderd meter vanaf het Breedpad naar de Dracht doe ik zo’n drie kwartier. Ik ga te voet, zodat ik ook alle kinderen een hand kan geven. Ik heb ze een jaar lang niet gezien, dus dat kost even tijd. Aan het einde van de middag kom ik pas een keer bij mijn hotel aan. Maar eerlijk is eerlijk, er is nog een reden waarom ik te voet ga. Voor de Schimmel zijn de steentjes in de winkelstraten van Heerenveen veel te glad.”

We kijken wat verwonderd, want met de daken schijnt de Schimmel van Sinterklaas geen problemen te hebben. Sinterklaas praat er echter gemakkelijk overheen.

“Ik heb gehoord dat er in de toekomst andere steentjes in het centrum komen, dus dat komt wel goed. Maar ik blijf wel te voet gaan. Zo heb ik direct contact met de kinderen. Jullie noemen dat tegenwoordig een ‘meet & greet’ geloof ik, maar dat doe ik dus al jáááren.”

5. SINTERKLAAS KAPOENTJE?

“Daar geef ik geen antwoord op. Ik ben bisschop en een bisschop leeft nu eenmaal celibatair.”

6. HIER WOONT EEN RIJKE MAN, DIE ONS WEL WAT GEVEN KAN?

“Ho Ho! Je kent je klassiekers niet, dat lied hoort bij mijn collega, een andere Sint. Ik heb als bisschop vroeger al zoveel weggegeven en het geld groeit me niet op mijn tabberd. Bovendien kost het onderhoud van de stoomboot ook veel geld en wat denk je van de personele lasten? Ik heb al enkele Zwarte Pieten boventallig moeten verklaren. Die hebben inmiddels gelukkig weer werk gevonden als cabaretier, maar toch, ik moet tegenwoordig echt gesponsord worden door de winkeliersverenigingen in Nederland. In Heerenveen is dat de H.O.V. Vroeger had Heerenveen geldophalers die langs de winkeldeuren gingen om mijn intocht en Het Sprookje te kunnen betalen, maar ik heb ze op het idee gebracht dat met een jaarlijkse automatische incasso te doen. Dat doen ze gelukkig, maar wel op voorwaarde dat ik Zwarte Piet mee neem.”

7. JA, HIJ RIJDT IN DONK’RE NACHTEN?

“Wat je ’s nachts al niet tegenkomt?! Maar vooruit, we zijn allemaal jong geweest. Eigenlijk is het wel heel relaxed, hoor, ik hoef alleen maar in mijn rol te blijven en ik vervul die rol met plezier. Kwestie van goede voorbereiding. Voorgesprekken met de H.O.V. en met de burgemeester houden, bijvoorbeeld. En na elke nachtrit over de daken ga ik altijd even naar de kapper om mijn verwaaide baard en haren weer in model te laten brengen. Als ik in Heerenveen logeer, is dat mijn goede vrind Jan de Vos, die heeft een herenkapsalon tegenover het Sinterklaashotel, lekker dichtbij. Ik mag altijd een uur voordat de winkel ’s morgens opengaat, langs komen. Aardige man, ik zou hem zo als Hulpsinterkaas kunnen aannemen.”

8. MAKKERS, STAAKT UW WILD GERAAS?

“Ach, jullie hebben als gewone mensen wat moeite om tradities met de tijd mee te laten gaan, ik zei het al. Ik heb al zoveel meegemaakt, ik pas me wel aan. Eerst had ik een met kettingen rammelende getemde duistere figuur bij me om het kwaad af te schrikken; daarna een Moorse bediende zonder naam; toen kwam Pikkie de knecht, gevolgd door één Zwarte Piet met een roe. Nu heb ik 45 Zwarte Pieten, die alleen maar vrienden met de kinderen willen zijn. In elke eeuw veranderde er wel wat. Alleen ik blijf hetzelfde, wan ik ben nu eenmaal Sinterklaas. Hoe het over tien, twintig jaar zal zijn? Ik word ook steeds ouder, misschien laat ik het dan wel een keer aan de wat jongere Kerstman over. Of ik heb tegen die tijd een legertje zorgrobots om me heen tijdens de intocht.”

Tekst: Kleurrijkpiet Foto: ©Fotopiet

Afbeelding