Algemeen

Hardloper Edsel Sambo: ‘Be yourself don’t be a Mouse!’

De brede lach op zijn gezicht weerspiegelt het plezier dat hij in het hardlopen heeft. Af en toe maakt hij een ‘gebbetje’ met een van de voorbijgangers die hem vreemd aankijkt. Vrijwel iedereen in Heerenveen heeft hem wel eens ‘gespot’ tijdens zijn dagelijkse training. ‘Ja, die donkere man, een Antilliaan of zo. Hoe hij heet? Geen idee.

Afbeelding
HEERENVEEN - Ritmisch stampen zijn voeten de ene na de andere meter weg. Schijnbaar zonder moeite.

Ook op de redactie wist iedereen om wie het ging, maar daar bleef het dan ook bij, want niemand wist hoe hij heette, of waar hij woonde. Na enig creatief speurwerk kwam de aap uit de mouw: het ging om de 67-jarige letterlijk en figuurlijk kleurrijke Edsel Nicolaas Sambo uit Heerenveen! “Jullie zijn van harte welkom” nodigde hij ons uit, “Ik wil mijn levensverhaal met alle plezier delen. Dan hoeft niemand zich meer af te vragen wie ik ben!”

Een avontuurlijke inslag

“Ik ben een hele gewone man hoor”, begint Edsel zijn levensverhaal. “Ik ben op de Nederlandse Antillen geboren, op Curaçao. Als oudste van een gezin van twaalf kinderen. Een normaal gezin met een Nederlandse vader en een Antilliaanse moeder. Mijn vader was militair en af en toe best wel streng. Zoals je vaak ziet in grote gezinnen hielp het ene kind het andere. Dat werkt gewoon zo.

Edsel bleef tot zijn zeventiende op Curaçao. Toen werd het eiland te klein voor zijn natuurlijke inborst. Hij wilde meer van de wereld zien en meldde zich aan bij de Zeevaartschool. Als matroos voer hij op de mooiste schepen van de Antillen, de Prins Bernhard, de Prinses Margriet en de Koningin Juliana. Vrachtschepen die van alles vervoerden, tot auto’s aan toe. Naar Spanje, Italië en ook Nederland.

“Als jonge jongen van een jaar of zeventien vond ik dat prachtig, maar na een aantal jaren had ik het matrozenleven wel gezien. Het was hard werken en je zat dag en nacht aan boord, ‘op de lip’ van de andere bemanningsleden. Toen we op een goede dag in Amsterdam waren, besloot ik om in Nederland te blijven. Ik kon in Den Haag bij vrienden terecht en werkte voor een uitzendbureau. In mijn vrije tijd stond ik in de boksring, waar ik van de C- naar de A-klasse promoveerde. Toen ik op het punt stond om profbokser te worden, kwam ik Geertje tegen en die vond dat niet zo’n goed idee.”

Der sit in neger achter jim Coba oan!

Edsel kwam zijn latere vrouw Geertje tegen in Hotel Kijkduin, waar zij tijdens haar weekendje weg met vriendinnen verbleef. Hij werkte op dat moment in een dancing en hij zag Geertje helemaal zitten. Geertje woonde toen in Haarlem en werkte in een Amsterdams ziekenhuis. Amor sloeg genadeloos toe en Geertje nam haar gekleurde vriend mee naar haar ouders, die op een boerderij in Schingen woonden. Voor de ouders van Geertje geen enkel punt, een getinte vriend voor hun enige dochter. Een dochter, die net als Edsel, ook op zeventienjarige leeftijd het huis had verlaten om haar ‘horizon te verbreden’. Jaren later vertelt Geertje nog vaak mooie anekdotes over de kennismaking van Edsel met haar familie en de dorpsbewoners. We schrijven 1978.

“Edsel deed een spelletje ‘Mens erger je niet’ met twee kinderen van vrienden van mijn ouders. Een van de jongetjes strijkt heel voorzichtig over de bruine huid van Edsel en zegt dan tegen z’n moeder. ‘Hij jout net ôf, it is gjin Zwarte Piet leau’k’.”  Edsel lacht als zijn vrouw het verhaal vertelt en moedigt Geertje aan om dat andere, dat mooie, verhaal te vertellen. Geertje weet meteen waar het om gaat. “Edsel ging hardlopen maar kende de weg niet. Mijn moeder bood aan om met hem mee te fietsen. Wij woonden tussen Schingen en Slappeterp. Ze waren nog maar amper onderweg of er werd al gebeld. ‘Jim moatte even sjen, want der sit in grutte neger achter Coba oan’.” Opnieuw volgt een schaterlach van Edsel.

‘Be yourself don’t be a Mouse’

‘Be yourself don’t be a Mouse’, blijf altijd jezelf, zegt Edsel. Opnieuw lacht hij zijn witte tanden bloot, waarvan er een is versierd met een gouden klavertje. Het paar besluit om met hun dochtertje Caressa naar Friesland te verhuizen, waar Geertje in ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen als leidinggevende op de kinderafdeling aan de slag kan. Edsel vindt een baan bij Portena Logistiek in Heerenveen en werkt daar 17 jaar.

Hardlopen

Naast het boksen, Edsel werd vijfmaal districtskampioen van Zuid-Holland, is er nog een tweede grote passie: Hardlopen. Niet zomaar kleine stukjes, het liefst hele lange afstanden, ultralopen!

Hij vertelt: “Ik was altijd al een echte hardloper, daar kon ik mijn teveel aan energie in kwijt. Loopschoenen en trainingspakje aan en wegwezen. Dat doe ik nog steeds. Draven, draven en nog eens draven. Ik zie de mensen denken ‘Hé daar heb je die dravende man al weer’. Heeft hij een vrouw? Heeft hij kinderen? Nou dat weten ze nu. Die ouwe gaat nog steeds door! Ik draaf naar Jubbega, naar Gorredijk of naar Akkrum. Onderweg helpen de mensen mij. Ze geven mij een beetje water en soms test ik ze wel eens. Ik vraag dan of ze een beetje bessenjenever voor mij hebben. Ze kijken mij dan aan en vragen ‘Wil je ook brood mee’. Daar geniet ik van. Op 22 april liep ik de Marathon van Enschede nog.”

Pardon? U liep de Marathon van Enschede?

“Ja, ik zei al dat ik niet voor de kleine stukjes ging. Ik heb de Marathon van Enschede gelopen en twee weken daarvoor de Marathon van Rotterdam. Eigenlijk train ik voor de 100 kilometer, 24 uur achter elkaar lopen. Draven is mijn devies! Ik loop de ultra, geen korte afstanden. De Elfstedentocht in vijf dagen en eerder de 100 km van Winschoten. Dan ben ik in mijn element.  Mensen reageren vaak als ik aan het lopen ben; dat ze het geweldig vinden dat ik dit nog doe. Ook een orthopeed die ik elke zondag tegenkom, en Tjaart Kloosterboer en Henk Gemser zeggen precies hetzelfde. ‘Ga maar door, ga maar door!’

Het horloge is daarbij mijn kameraad. Ik houd mijn hartslag in de gaten en het is net alsof mijn horloge zegt ‘Toe maar, geen probleem Edsel’. Ik denk dat ik die oerkracht van mijn ouders heb, mijn vader was zo’n sterke man, die deed ook van alles, terwijl mijn moeder aan gewichtheffen deed. Toen ik in Rotterdam de Marathon liep, kwamen er mensen naar mij toe, die me knuffelden omdat ik nog steeds mee draaf. En in Enschede sprong er iemand uit het publiek, die mij begon te kussen. ‘Ik heb je in Rotterdam gezien, ik heb je in Rotterdam gezien.’ Be yourself don’t be a Mouse.  Still going strong. Ik heb nu zo’n vijftig marathons gedraafd, maar ik heb ze eigenlijk nooit geteld. In juni wil ik de Marathon van Sneek lopen. Ik ken Syb van der Ploeg en ik heb samen met hem gelopen. De hele hè! Ik meld mij nooit ver van te voren aan, als er mensen afvallen om wat voor reden ook, dan neem ik het startbewijs over. Wij noemen dat ‘kaartjes vegen’.

Hangen in het trapsgat

“Ik sta bijna iedere dag om vijf uur op en dan ga ik lopen. Als warming-up hang ik even in het trapsgat. Daar merkt mijn vrouw niets van. Als ik weer thuis kom is zij meestal net uit bed. Sporthuis De Leeuw sponsort mij al vanaf het moment dat ik in Heerenveen kwam wonen. Kleren, schoenen, alles. Want mijn hardloopschoenen zijn na twee maanden versleten.’Je loopt teveel’, zeggen ze bij De Leeuw. Vervolgens mag ik weer nieuwe schoenen uitzoeken. Maarten Visser van Craft sponsort mij ook. Een keer per week, op zondag, komt een persoonlijke masseur bij mij thuis om mij te masseren. Hij werkte samen met mij bij Portena. Hij komt uit Polen en sprak bijna geen Nederlands. Hij is nu een kameraad van mij.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding