Als Olivia Nassozi lacht, begint de zon te schijnen
Anno 2019 is ze bezig om in Lemmer vanuit een uitkeringssituatie haar eigen bedrijfje, T-Afrique, op te bouwen en durft ze weer te dromen over haar toekomst.

Olivia kwam in september 1990 ter wereld in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Haar moeder was huisvrouw, maakte zelf veel kleding en is een inspiratiebron voor Olivia geweest. Haar vader had een bedrijf dat reserveonderdelen voor auto’s verkoopt en had belangen in diverse andere bedrijven. Ze heeft in Oeganda een broer en twee zusjes.
Burgeroorlog
Oeganda is een republiek met circa 40 miljoen inwoners en heeft als buurlanden Congo, Soedan, Kenia, Tanzania en Rwanda. De voormalige Britse kolonie herbergt een grote verscheidenheid aan etnische groeperingen met verschillende politieke systemen en culturen. Deze verschillen verhinderden het tot stand komen van een werkende politieke gemeenschap nadat in 1962 de onafhankelijkheid was verkregen. Sinds 1987 woedt er in Oeganda een burgeroorlog, waarbij het ‘Verzetsleger van de Heer’ (LRA – Lord’s Resistance Army) onder leiding van Joseph Kony, dat bekend staat om zijn gruweldaden, vecht tegen het regeringsleger. Deze oorlog heeft al 100.000 mensen uit hun huizen verdreven en 70.000 anderen het leven gekost.
Verblijfsvergunning
Olivia wil niet praten over haar vlucht uit Oeganda. Dat trauma zit te diep en zou te veel oude wonden openrijten. Eenmaal in Nederland diende ze een asielaanvraag in. Na de eerste opvang in Ter Apel verbleef ze een jaar in het AZC in Oude Pekela in afwachting van de uitkomst van haar aanvraag. Na het verkrijgen van een verblijfsvergunning werd ze opgevangen door Vluchtelingenwerk Lemmer, dat haar hielp bij de toewijzing van een woning en de administratieve zaken die op haar afkwamen. Ze heeft drie kinderen van respectievelijk 14, 8 en 7 jaar. Cobi Jellesma, voormalig coördinator van Vluchtelingenwerk in Lemmer en steun en toeverlaat van Olivia in veel zaken, heeft geholpen bij de gezinshereniging met zoon Trevor die in Oeganda werd geboren.
Integratie: die taal, die taal, die taal
Olivia ervoer Nederland als een vreemd land, zowel qua gebruiken als, dat laatste vooral, de moeilijke taal. Het viel haar erg moeilijk, trouwens nog steeds, om de taal onder de knie te krijgen en wanneer mogelijk schakelt ze over op Engels. “Ik had toen nog geen werk,” vertelt ze, “dus ik zat heel veel thuis, waardoor het leren van de taal nog veel moeilijker werd dan wanneer je je mengt onder de autochtone bevolking. Ik vond de Nederlanders maar vreemde mensen. De zon schijnt hier maar twee maanden per jaar. De stad is dan vol met toeristen, overal waar je kijkt bootjes, volle terrassen en vrolijke mensen. Maar in de winter is het stil in de straten. De toeristen met hun boten zijn verdwenen, de mensen trekken hun hoofd tussen de schouders, zijn minder vriendelijk. Het is moeilijk om contacten te leggen. Vooral in het begin vond ik het erg moeilijk om daarmee om te gaan, mede omdat ik bezig was met de verwerking van de traumatische gebeurtenissen in Oeganda, maar vooral omdat ik toen ook druk was om, met hulp van Cobi Jellesma van Vluchtelingenwerk, mijn zoon Trevor naar Nederland te krijgen.”
In december 2012 kreeg ze een woning aan de Singel toegewezen. “Ik liep wel rond met ideeën om wat te gaan ondernemen,” vervolgt ze, “maar draaide in een cirkeltje rond. Ik wilde kleding gaan ontwerpen en maken, net zoals ik mijn moeder in mijn jeugd in Oeganda had zien doen, maar schoof dat idee elke keer weer aan de kant omdat ik overal problemen op mijn weg zag. Waar moest ik de stof vandaan halen, waar vind ik een naaimachine, waar maak ik mijn atelier? Ik was naar binnen gekeerd en in Nederland is alles zo mooi geregeld dat je niet zo hard voor je bestaan hoeft te vechten, zoals in Oeganda het geval is. Daar is het: geen werk, geen geld. Hier komt elke 23e van de maand de bijstand, de kinderbijslag, krijg je huurtoeslag, et cetera. Eigenlijk had ik op dat moment iemand nodig gehad die me een schop onder mijn kont had gegeven, want ik was jong, had geen enkele ervaring, zat in een wildvreemde omgeving, sprak de taal niet en was weinig besluitvaardig.”
Samen onder de douche
“Wat ik wel erg leuk vond, op de taal na, was mijn opleiding in de zorg. Ik heb een mbo-opleiding gedaan op niveau twee en bewaar vooral goede herinneringen aan mijn stageperiode op de Cornelia Hoeve in Eesterga. Dat is een woonzorgboerderij van zorginstelling Hof en Hiem, waar twaalf senioren met dementie samen wonen als een groot gezin. Daar woonde in de periode dat ik daar was een mevrouw die met geen mogelijkheid onder de douche te krijgen was. Wat de begeleiders ook deden, ze vertikte het. Ik ben toen een eindje met haar gaan wandelen. We zijn al wandelend uiteindelijk in haar badkamer beland. Vervolgens heb ik haar uitgekleed en ben ik samen met haar, ik nog met mijn kleren aan, onder de douche gestapt en hebben we vreselijk gelachen. Als je respect toont voor oudere mensen en met wat humor hun vertrouwen wint, krijg je een heleboel voor elkaar. Ik heb na die stageperiode een jaarcontract gekregen bij Hof en Hiem, maar dat werd helaas niet verlengd. De Nederlandse taal was mijn grote struikelblok.”
Autodidact
“Ik dacht toen bij mezelf: ‘Dan ga ik iets doen waarbij de taal niet zo belangrijk is. Ik pak mijn oude passie op, kleding maken’. Via YouTube filmpjes heb ik mij allerlei technieken eigen gemaakt, zoals maten nemen, patroontekenen en kledingstukken maken, geïnspireerd op allerlei vrolijke Afrikaanse patronen en invloeden.”
Cobi Jellesma: “Olivia liep daarbij in haar enthousiasme wel erg hard van stapel, want ze was hiermee begonnen terwijl ze nog een bijstandsuitkering had, maar wilde die uitkering al opzeggen, terwijl ze van haar naaiwerkzaamheden nog lang niet kon bestaan. Dus toen hebben we even pas op de plaats gemaakt.”
Olivia, niet uit het veld geslagen door dit intermezzo, vervolgt enthousiast: “Ik wilde een eigen bedrijf beginnen, dus heb ik zes maanden een cursus gedaan om een eigen bedrijf te starten vanuit een uitkering en een ondernemingsplan geschreven. Daarna ben ik naar de Kamer van Koophandel gestapt en heb ik mijn bedrijf, T-Afrique, ingeschreven. Ik heb ook al een website, T-Afrique.nl, waarop mijn producten worden getoond: Afrikaanse kleding, zowel voor dames als heren, sieraden, bijouterieën en accessoires. Nu ben ik bezig om vanuit een uitkering mijn eigen bedrijf op te bouwen.”
Ontmoetingscentrum Café T-Afrique
Daarnaast heeft Olivia een droom om in Lemmer een ontmoetingscentrum te openen waar het groeiende aantal vluchtelingen even het ‘thuis-gevoel’ krijgt, maar waar ook de vele toeristen die in de zomer naar Lemmer komen even kunnen snuiven aan de Afrikaanse cultuur. “Café T-Afrique moet een centrum worden,” vertelt ze, “voor alle nationaliteiten, blank en zwart, voor mannen en vrouwen, voor dik en dun, voor iedereen. Een plaats om te ontmoeten en te discussiëren met gelijkgestemde zielen. Even ontstressen en onthaasten met een mooi assortiment Oegandese thee of koffie, met snacks als mandazi (de Afrikaanse versie van de donut – red.), sumbusas, een soort loempiaatje en met versgeperste Oegandese sapjes. Het personeel bestaat uit vrijwilligers van verschillende nationaliteiten.”
Ze droomt nog even hardop door: “Op de tweede verdieping kan een ruimte gecreëerd worden waar cursussen of workshops kunnen worden gegeven in bijvoorbeeld kleding maken, sieraden maken, of andere onderwerpen waar behoefte aan is. De wereld ligt wat dat betreft voor ons open, want iets soortgelijks is er in het hele noorden niet. Bijkomend voordeel is dat door de veelheid van talen en dialecten die Afrikaanse vluchtelingen spreken, ze hun toevlucht zullen moeten nemen tot Nederlands om zich verstaanbaar te kunnen maken. Dat wordt de voertaal, omdat iedereen daar les in heeft gehad, het is de grootste gemene deler.” Lachend: “Misschien leer zelfs ik dan wel goed Nederlands spreken.”
Het plan is overigens de droomfase van Olivia al ontstegen, want een Lemster ondernemer ziet de plannen van de jeugdige Afrikaanse wel zitten en wil daarin participeren, begeleiden, en helpen bij de gesprekken met de gemeente.
Olivia Nassozi besluit het gesprek met een stralende glimlach van oor tot oor. Haar enthousiasme werkt aanstekelijk, de zon begint te schijnen.
Door Wim Walda Foto’s: Johan Brouwer Fotografie



















