Algemeen

Dorpshuisbeheerder Klaas Rienstra: 42 jaar lang ‘het geweten’ van Nijemirdum

Op 1 juli namen ze tijdens het Nijemirdumer dorpsfeest afscheid, waarbij er, uiteraard met sterke verhalen en mooie anekdotes, werd teruggeblikt op vier decennia ‘Klaas Dorpshuis’, een icoon in Nijemirdum. Op zaterdag 6 juli kreeg hij als kers op de taart tijdens zijn afscheidsfeest door burgemeester Fred Veenstra de versierselen opgespeld van het lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau. Dit vanwege zijn bijdrage aan de leefbaarheid van het dorp in het algemeen en zijn rol als ‘pater familias’ van het dorpshuis in het bijzonder.

Afbeelding
NIJEMIRDUM - Tweeënveertig jaar lang waren ze als beheerders van het dorpshuis het geweten van Nijemirdum, Klaas en Harmke Rienstra.

Twee beheerders? “Ja, eigenlijk wel en daarom zit ik er ook bij”, opent Harmke het gesprek. “Officieel staat de tap- en horecavergunning op mijn naam. Klaas werd in 1977 gevraagd om beheerder van het dorpshuis te worden. Zijn vader was in 1952 medeoprichter van de ‘Lokaalvereniging Nijemardum’ en stelde vijfentwintig jaar later voor zijn zoon te vragen voor de beheerdersfunctie. Probleem was echter dat er ten eerste nog horecapapieren gehaald moesten worden en ten tweede dat Klaas, die in het verleden met een borrel op betrokken was geweest bij een ongeluk, nooit een vergunning zou krijgen van de gemeente. Dus haalde ik mijn horecapapieren en kwam de vergunning op mijn naam. Een speciale vergunning nota bene omdat ik eigenlijk een jaar te jong was.”

Christelijke Lokaalvereniging

Christelijke Basisschool de Stapstien was tot 1952 gevestigd in het latere dorpshuis, dat gelegen was achter het schoolhuis, het huis waar de bovenmeester in woonde. Toen de school verhuisde naar een nieuwe locatie, aan de Lyklamawei 25, werd het schoolgebouw, een klein zaaltje, verkocht aan de lokaalvereniging. Marten Aukema werd de eerste beheerder. Hij werd een jaar of acht later opgevolgd door bakker Piet Klompmaker, die het dorpshuis erbij deed. Vanaf 1977 zwaaiden Klaas en Harmke er de scepter.

Klaas: “In eerste instantie kregen we van de vereniging jaarlijks een bedrag van 1200 gulden per maand voor het runnen en schoonhouden van het dorpshuis, een zaaltje met nauwelijks voorzieningen. Er zat een minikeukentje in, maar nog geen bar. Qua sanitair was er alleen een urinoir en een damestoilet. Het heette toen nog ‘het Lokaal’. Tot midden jaren tachtig kregen de schoolkinderen er nog gymnastiek, en was het dorpshuis het thuis voor de damclub en de peuterspeelzaal en oefende het koor er. Dat stelde niet veel voor en kon er makkelijk bij gedaan worden.”

De vette jaren

“Door de investeringen die wij hebben gedaan werd het een stuk gezelliger en kregen we veel bruiloften. In 1988 vertrok de bovenmeester uit het huis op de Lyklamawei 5 en werd de woning door de lokaalvereniging gekocht en bij het dorpshuis getrokken. Daar werden later de bar en het biljart in geplaatst. Daarnaast werd de zaal zes meter verbreed en werd er een nieuwe toiletgroep geplaatst. Het hele dorp heeft in die periode de handen flink uit de mouwen gestoken bij de verbouwing van ‘hun’ dorpshuis.”

“Wij waren jong en ondernemend en zagen wel mogelijkheden voor het dorpshuis om de omzet te vergroten. Zoals gezegd kregen we soms wel drie bruiloften per maand. Naarmate het gebruik van het dorpshuis intensiever werd, stegen ook de kosten en moesten wij pacht betalen. Mijn voorwaarde was dat ik de zaterdagavond dan ook open mocht. Dat was nog wel ‘een dingetje’ voor de christelijke lokaalvereniging. Uiteindelijk werd besloten dat we een keer in de twee weken open mochten, maar dan wel om 12 uur dicht. Uiteraard verwaterde dat en gingen we iedere zaterdag open. Voor de jeugd organiseerden we discobal-avonden en dansles. Dan hadden we zo’n 200-300 jongeren in huis. Daarnaast waren er in Nijemirdum ondanks het beperkte aantal inwoners veel activiteiten van de clubs. Terugkijkend op die jaren… een prachtige tijd.”

De tijden veranderen…

“Met het verstrijken van de jaren zag je dat de koppen van de koorleden en de biljarters steeds grijzer werden. Wettelijke maatregelen als het rookverbod en het besluit dat er aan jongeren beneden de achttien jaar geen alcohol mocht worden geschonken hadden een behoorlijke impact. Daarnaast is de concurrentie de laatste decennia fors toegenomen. Oudemirdum en Sondel hebben een dorpshuis gekregen; de manege trekt volk, net als Strandpaviljoen De Hege Gerzen. Vroeger waren we de enige in deze streek.”

“Mijn opvolger wordt Gea Wijnja”, vertelt Klaas. “Zij moet het dorpshuis met een aantal vrijwilligers draaiende houden”. En Klaas en Harmke? “Genieten van onze vrijheid!”, zegt Harmke. “Door mijn spierreuma kan ik geen zware werkzaamheden doen. Bovendien is bij Klaas onlangs een invasieve blaaskanker geconstateerd. In het ziekenhuis in Sneek konden ze niets meer voor hem doen, maar via ‘het Anthony van Leeuwenhoek’ kwam hij in aanmerking voor een experimentele therapie en die lijkt goed aan te slaan. Hopen dat we er nog een aantal mooie jaren met zijn tweeën bijkrijgen. Net zo mooi als de afgelopen 42 jaar. En dat lintje is inderdaad een kers op de taart.”

Janke

Klaas besluit met een anekdote over een bruidegom die de blunder van zijn leven maakte. Ze hielden de receptie in het dorpshuis, gevolgd door een aangeklede borrel voor de intimi. De bruidegom had al aardig wat drankjes naar binnen ‘gekanteld’, maar voelde zich toch geroepen om een soort trouwgelofte op het podium af te leggen. Hij begon heel gevoelig over de liefde, alles wat hij voor haar voelde en voor haar wilde doen. En sloot uiteindelijk af met: ‘Janke, op het pad waar jij loopt, strooi ik rozenbladeren, zoveel hou ik van je’. Laat de bruid nu Wietske heten, Janke was de naam van zijn vorige vriendin. Oeps, dat was een bruiloftsfeest dat vrij abrupt eindigde. Of het huwelijk die nacht ook geconsumeerd is en of het stand heeft gehouden vertelt het verhaal niet.

Door Wim Walda

Afbeelding