Algemeen

Sabrina Leffertstra van Ooievaarsdorp Akmarijp: “Wij wisten in het begin van toeten noch blazen”

Niet verwonderlijk overigens want in Akmarijp is Ooievaarsdorp De Graverij van de familie Leffertstra gevestigd. We worden op het erf verwelkomd door een aantal luid klepperende ooievaars die op die manier doorgaans hun liefde voor elkaar verklaren, maar, zoals in dit geval, elkaar alarmeren dat er iets ongewoons aan de hand is.

Afbeelding
AKMARIJP - In het weidse vlakke weidelandschap tussen Akkrum en Joure, niet ver van de Goingarijpster Poelen en het Sneekermeer, springen de relatief grote aantallen ooievaars in de weilanden meteen in het oog.

Sabina Leffertstra doet uit de doeken hoe hun boerderij in 1988 een ooievaarsstation is geworden. “Rond 1988 had een buurman van ons, een oud-boer, een bezoek gebracht aan familie in Zuid-Holland, waarbij hem was opgevallen dat er in de weilanden bij het dorpje Liesvelt, boven de Biesbosch, opvallend veel ooievaars in de weilanden bivakkeerden. Door een voorbijganger werd hij attent gemaakt op Ooievaarsdorp Het Liesvelt. Daar heeft hij een praatje gemaakt met de beheerders en geïnformeerd of zoiets in Akmarijp ook mogelijk zou zijn. Want hij wist zich te herinneren dat deze opvallende vogel in zijn jeugd in grote aantallen voorkwam in Friesland.”

Rode lijst

Rond de jaren zestig van de vorige eeuw nam het aantal broedpaartjes van de ooievaar in Nederland dramatisch af, dit ten gevolge van de intensivering van de landbouw. Door een sterk verhoogd gebruik van landbouwmechanisatie, de introductie van nieuwe grasrassen in de weilanden en gebruik van insecticiden, werd het biotoop van deze soort ‘door het afvalputje’ gespoeld. Het aantal ooievaars nam dermate sterk af dat de vogel op ‘de rode lijst’ van bedreigde vogelsoorten belandde. Een reddingsoperatie werd opgezet, waardoor er op diverse plaatsen in Nederland ooievaarsstations verrezen, waaronder een in Akmarijp. Dat programma was dermate succesvol, dat anno 2019 de vogelsoort uit de gevarenzone is.

Boodschappentas met adviezen

Terug naar 1988. Sabina Leffertstra: “Van het één kwam het ander, en op een goede dag kwam er een afvaardiging van Het Liesvelt naar Akmarijp. Mijn man is een echte natuurman en was meteen enthousiast. We kregen van de mensen van Het Liesvelt een ‘boodschappentas’ vol adviezen. En dat was ook wel nodig, want wij wisten van toeten noch blazen, wat het beheren van een ooievaarsstation betreft. Nestpalen werden geplaatst, bomen werden waar nodig gesnoeid, er werd een buitenverblijf gebouwd waar de ooievaars eerst konden worden ondergebracht en er werd een stichting opgericht. In september 1988 gaf Het Liesvelt groen licht en kregen we twee paartjes en tien jonge ooievaars. ‘Earrebarredoarp De Graverij’ in Akmarijp was een feit.”

Gezinsuitbreiding

“En dan begint het echte avontuur. In het voorjaar van 1989 werd het wat onrustig in de kooien en begonnen de paartjes te broeden. Wachten was vervolgens het devies; ongeveer acht tot negen weken tot het uitkomen van de eieren, best spannend. Het legsel van het ene paartje was loos alarm, daar kwam niets uit, maar het andere paartje kreeg drie jongen. Probleem was dat de ouders, opgegroeid in gevangenschap, geen idee hadden hoe ze voor hun jongen moesten zorgen. ‘We moesten ze dat leren’, was het advies van de ervaringsdeskundigen van Het Liesvelt. Met fijngehakt vlees groeiden de jongen voortvarend. Want ooievaars zijn carnivoren die leven van vissen, kikkers, knaagdieren en kleine vogels. Het ouderpaar leek ‘het kunstje’ na een tijdje te begrijpen en nam het werk van ons over. Een van het drietal van het kinderrijke paar hebben we meteen in het nest gezet van het andere koppeltje, waarvan het legsel was mislukt en dat paartje begreep instinctief wat de bedoeling was. Het tweede jaar werden de twee koppeltjes vrijgelaten en maakten ze een nest in de nestpalen.

De tien jongen die we van Het Liesvelt hadden gekregen, gingen in het begin eerst in de buitenkooi, want ze moesten geslachtsrijp worden. Dat duurt bij een ooievaar tussen de drie en vijf jaar. We letten daarbij goed op of er ook paartjes werden gevormd – je kunt het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes namelijk niet zien - en die werden dan in een aparte kooi geplaatst. Na het eerste legsel werden die dan het jaar daarop ook vrijgelaten. Er wordt wel eens gedacht dat ooievaars trouw aan elkaar zijn, maar dat is een fabeltje; ze zijn trouw aan het nest waar ze zijn geboren.”

Voortschrijdend inzicht

“Inmiddels hebben we de laatste tien jaar gemiddeld een stuk of vijftien ‘spantsjes’, waarvan we vorig jaar dertig jongen hebben gekregen. Slechts achttien daarvan hebben de lange en hete zomer van 2018 overleefd. Door de droogte waren de grasvelden bruin en was er te weinig voedsel voor de jongen, waardoor we bij moesten voeren. Deze achttien zijn eind augustus op trek gegaan naar Zuid-Europa en West-Afrika, maar de verwachting is dat er niet meer dan een stuk of drie à vier terug zullen keren naar Nederland door elektrocutie, jacht en verhongering.

“Dus ondanks het feit dat ze van de ‘Rode Lijst’ zijn afgehaald, kunnen ze nog best een beetje TLC (tender loving care – red.) van ons allemaal gebruiken.”

Publiek welkom

Het ooievaarsdorp is gevestigd aan de Graverij 5 in Akmarijp en is in de periode van 1 april tot 1 oktober elke woensdag- en zaterdagmiddag van 14.00 tot 17.00 uur geopend. Groepen zijn welkom op afspraak. Neem voor een afspraak contact op met de beheerders van het ooievaarsdorp, de familie Leffertstra, telefoon (0566) 689 259.

‘Earrebarredoarp De Graverij’ is afhankelijk van giften, donateurs en mensen die een ooievaarsjong adopteren. Dat kan door op de website www.ooievaarsdorp-akmarijp.nl naar de contactpagina te surfen en daar het formulier in te vullen.

Door Wim Walda

Afbeelding