Algemeen

Lemster Tony ‘Indian’ Leenes: “Ik ben gek van Indians en indianencultuur”

Ik stelde toen de vraag welke Harley Davidson het mooiste geluid  van het gezelschap had. Een kolossale kerel heft zich op van zijn soepje en zegt ‘dat zal die van mij wel zijn’. Ik antwoordde:  ‘Als hij van de zijstaander afsodemietert dan wel!’ Het werd doodstil en iedereen keek die man aan, benieuwd hoe hij zou reageren.  ‘Weet je wel met hoeveel man wij hier zijn’, vervolgde hij. Waarop ik zei: ‘Jazeker, ik heb ze geteld, vijfenvijftig, ‘but  I’m not impressed!’ Hij ging zitten en zei niets meer. Ze hebben respect voor mij, de meeste clubs van Nederland kennen mijn humor.”

Afbeelding
LEMMER - “Ik kreeg hier 55 van die motorrijders op het terrein. Ze kregen broodjes en zaten net aan de soep.

Aan het woord is Tony ‘Indian’ Leenes uit Lemmer, van het ‘Indian Motorcycle Museum’ in Lemmer, een geboren verteller, die de vragen niet afwacht maar blijft vertellen

“Laatst had ik hier zo’n Harleyclub waarmee ik afgesproken had dat ze een pilsje bij mij konden krijgen. Bestelt er zo’n ‘brutaaltje’ een tweede flesje bier.  De voorzitter ging staan en schold die vent helemaal verrot en beet hem toe ‘We zijn hier door Tony toegelaten en we mochten één biertje drinken en geen twee klootzak, zuip maar een bak water als je dorst hebt.”

Wilde Vaart

Het is de afgelopen zomer druk geweest in het museum van Tony (67), het zal ongetwijfeld met de ‘LF2018 hype’ te maken hebben, maar bezoekers en liefhebbers weten het Walhalla van de vermaarde Indian Motor sowieso wel te vinden. Tony en zijn partner Hennie ‘Hendee’ Oldersma wonen op een unieke locatie aan de Kadijk in Lemmer.

Tony Leenes, in 1951 geboren als jongste zoon in het gezin van Theodorus Leenes ( ‘Dikke Theo noemden ze mijn vader’) eigenaar van een zoetwarenzaak in Heerenveen. ‘Antonius Bernardus’, is een druk kereltje, heeft een hekel aan gezag ( ‘ik stond bekend als politiehater’) en gaat al jong het liefst zijn eigen gang. Na de detailhandelvakschool monstert Tony aan op een schip van Rederij Holwerda en gaat op de Wilde Vaart, zeer tot ongenoegen van zijn ouders. Later gaat Tony nog  naar de Zeevaartschool in Groningen om uiteindelijk als magazijnmeester bij een Volvo -garage terecht te komen. Dat avontuur duurt zeven jaar waarna Tony er voorgoed de brui aangeeft. Na een flinke burn-out neemt hij de beslissing om voor zichzelf te beginnen.

“Niemand heeft zekerheid in het leven, maar ik ging dwars tegen alles en iedereen in om mijn droom waar te maken. Een eigen ‘Indian Motorcycle Museum’ in Lemmer. Ik kreeg van het GAK ( uitkeringsinstantie, red.) twee jaar de tijd om mij te bewijzen. Ik bezocht beurzen, verzamelde onderdelen van de Indian motors,restaureerde en reviseerde. Alles wat ook maar een beetje met Indian motors en de Indiaanse cultuur te maken had groeide uit tot een grote verzameling. Ik moest en zou een plek hebben om verder uit te breiden, mijn eigen museum en werkplaats creëren.”

Burgemeester in zijspanmotor opent uniek museum

Dat museum kwam er uiteindelijk in 1991, waarbij toenmalig burgemeester van Lemsterland Geert Eijgelaar de opening mocht verrichten. Voorafgaand aan de opening was er heel wat strijd geleverd tussen Tony en de plaatselijke overheid.

“Ik heb de burgemeester opgehaald in een zijspanmotor.  No hard feelings! We hadden een geweldig feest georganiseerd met alles er op en er aan. Steile wandraces, een luchtshow, vuurwerk en een rock & bluesband. Er kwamen die zaterdag 5000 dagjesmensen op  dat feestje af!

Gelukkig mens

Tony is dan een gelukkig mens, maar heeft ook zijn verdriet. Zijn eerste echtgenoot Baukje Duim ( ‘Zonder Bauk was het niks geworden met het museum’) had een drankprobleem. Het huwelijk van Tony en Baukje Duim, inmiddels is ze overleden, eindigt na 22 jaar noodgedwongen. In het museum hangt een prachtig schilderij van Tony’s eerste vrouw, geschilderd door Siep Reijenga, de legendarische kroegbaas uit Balk. Naast het kunstwerk de korte rode laarsjes van ‘Bee’. Ontroerend mooi!

Wat meteen opvalt als je bij Tony op het erf komt, is dat het er allemaal ontzettend netjes is, zijn werkplaats is er misschien wel het mooiste voorbeeld van. Al het gereedschap hangt keurig op zijn plaats. Naast het museum en het woonhuis is er een atelier, de al genoemde nette werkplaats, een minicamping en een feestzaal. Er valt ontzettend veel te zien, ook voor de liefhebbers van Indianencultuur. Tony heeft voor elk voorwerp een bijpassend verhaal. Zou het niet eens tijd worden voor een boek?!

Indianen

“Ik volg mijn idealen nog altijd, ik ben helemaal gek van deze motors en van de Indianencultuur, die ze helemaal naar de ’kloten’ hebben geholpen.  Waarom denk je dat een indiaan altijd zo triest kijkt, je zult zelf maar zo vaak ‘verneukt’ zijn in je leven dan ga je wel triest kijken. De principes van die indianen spreken mij aan. Ik vertel ook altijd bij elk voorwerp in het museum het verhaal wat er achter zit, dat maakt dit museum ook zo uniek. Tot op de WC, waar een bordje boven het closetpapier hangt met de alles zeggende tekst: ‘pak de gratis Harley sjaal!’

Nu Tony inmiddels 67 jaar is, komt de onvermijdelijke vraag hoe hij de toekomst voor zijn museum ziet.

“Als het niet meer gaat dan doek je de zaak gewoon op, verkoopt de hele rommel en klaar. Het wordt een stichting, want ik wil graag dat het blijft voortbestaan. Ik heb hier alles al eens goed kunnen verkopen, ik heb het niet gedaan. Geld zegt mij niets! Ik kreeg hier burgemeester Jo Bosma ooit eens op bezoek met een ploegje ‘pommeranten’. Na het bezoek nam een van die mensen het woord.’Toen we hier kwamen dachten wij waar die Jo ons nu heen brengt, wat moeten wij hier in hemelsnaam. Wij zijn zeer onder de indruk van uw collectie en uw verhalen. Waar we echter nog meer van onder de indruk zijn is uw levensstijl, zo zouden wij ook wel graag willen leven, het is voor ons echter te laat!”

Door Henk van der Veer

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding