Algemeen

Sibbele Witteveen 31 jaar drijvende kracht achter ‘de Doarpsomropper’

Aanleiding voor een gesprek met Witteveen was de teloorgang van de Doarpsomropper, de dorpskrant van Oosterzee, Echten, Echtenerbrug en Delfstrahuizen, waarvan het laatste nummer afgelopen maand is verschenen, maar al snel dwalen we af naar zijn leven en zijn vrijwilligers werk.

Afbeelding
OOSTERZEE - Sibbele Witteveen (74), samen met zijn vrouw Geartsje Witteveen-Ykema woonachtig op een paradijselijk plekje op loopafstand van het Tjeukemeer, ver van autoverkeer en andere rust verstorende elementen van de hedendaagse maatschappij, is een aangenaam causeur.

Het Rijke Roomsche Leven

Sibbele kwam als tiende kind van het ‘Witteveen twaalftal’ ter wereld op een boerderij in Heeg. Hij weet zich nog goed te herinneren dat hij in zijn lagere school periode als misdienaar geïntrigeerd was door het Katholieke geloof, de ceremoniën van de Heilige mis, de pastoor, de missionaris die op school kwam vertellen over de ‘arme kindertjes in Afrika’, de heiligenplaatjes en bidprentjes, die je van ‘de juf’ kreeg als je heel goed je best had gedaan.

“Dat heeft volgens mij aan de basis gestaan van mijn beslissing om als 12-jarig jongetje naar het seminarie van de Kruisheren in Uden (Noord-Brabant) te gaan om priester te worden. Ik was daar de enige Fries. Met zijn allen op een grote slaapzaal, de bedden van elkaar gescheiden door gordijnen, zodat je toch nog enige privacy had. In ieder geval meer dan in Heeg, waar we alles met zijn twaalven moesten delen. Ik was niet echt een goede student en haalde de studie met pijn en moeite. Dus de dag dat ik het bericht kreeg dat ik was geslaagd was op dat moment de gelukkigste dag van mijn leven.”

Twijfel

“De twijfels over ‘mijn roeping’ sloegen toe. Daar zaten meerdere kanten aan. Er stond me in het klooster een zware studie te wachten, terwijl ik niet zo’n studiebol was. Het celibatair leven, maar belangrijker nog mijn twijfels over het geloof zelf. Die God, waar is die dan, hoe merk je dat hij er is. De geromantiseerde bidprentjes en heiligenplaatjes van de lagere school waren ‘verbleekt’ en kwamen niet meer overeen met mijn denkbeelden als adolescent. Toch ben ik met mijn twijfels als novice het klooster ingegaan, in de hoop dat ze zouden verdwijnen. Maar in plaats daarvan werden ze alleen maar groter, zodat ik na ruim een jaar de ‘pij aan de wilgen heb gehangen’ en ben gestopt. Van de dertig studenten van mijn lichting is er overigens niet één priester geworden.”

Maatschappelijke kentering

“In de jaren zestig was de hele maatschappij, de kerk niet uitgezonderd, onderhevig aan een enorme maatschappelijke kentering. Ik schreef me in voor de Sociale Academie in Groningen. Dat was een volledig andere wereld, want vanuit de mannenwereld van het seminarie kreeg ik van de ene op de andere dag te maken met een heleboel vrouwelijke studenten. Dat was wel even wennen, maar daar heb ik me geloof ik (fijntjes glimlachend) goed doorheen geslagen.”

Hij leerde Geartsje Ykema kennen en er ontstond iets moois. Na de Sociale Academie werd hij alsnog opgeroepen om ‘des Konings Wapenrok’ aan te trekken. “Omdat ik aangaf dat ik gewetensbezwaren had werd ik als zodanig erkend maar moest ik wel 24 maanden vervangende dienst doen. Ik werd te werk gesteld in Den Haag bij de sociaal psychiatrische afdeling van de reclassering, de Dr. F. S. Meijers Vereniging, zeg maar de moeilijke gevallen. We kregen woonruimte toegewezen in het ‘Haagsch Tehuis voor Ongehuwden’ (HTO) aan de Rijswijkse weg. Maar we gaven aan dat we trouwplannen hadden en vonden na veel zoeken iets aan de Bilderdijkstraat, vlakbij Paleis Noordeinde. Een piepklein kamertje met een gedeelde keuken, en geen badkamer, daarvoor moesten we naar het badhuis. Dat was in die tijd zo.”

Boer in Friesland

“Dat was een moeilijke tijd, maar aan de andere kant ook boeiend. Na mijn vervangende dienstperiode kreeg ik een contract aangeboden. Maar na de geboorte van onze eerste zoon, Auke, kwamen we opnieuw voor een principiële keuze te staan: wilden we onze zoon op laat groeien tussen baksteen en beton of wilden we een weidsere leefomgeving waar je nog kunt ademhalen? Net in die periode werd mijn broer die de boerderij bestierde ziek, dus werd ik voor een periode van een half jaar boer, terug naar Heeg. Uiteindelijk moest de boerderij worden verkocht en solliciteerde ik in Joure als maatschappelijk werker bij de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Zuid-Friesland. Dat heb ik zes jaar met veel plezier gedaan.”

Huisman

“Geartsje was voor de geboorte van onze twee kinderen kleuterleidster, maar werd  huisvrouw toen de kinderen zich aandienden. Ze wilde weer aan de slag en solliciteerde, toen de kinderen groot genoeg waren, op een baan als kleuterleidster in Oosterzee. Ik heb toen gezegd: ‘Als jij die baan krijgt, zeg ik mijn baan op en word ik huisman’. We hadden een prachtig stekje vlak bij het Tjeukemeer, Geartsje kon op haar fiets naar het werk en we hadden de auto niet meer nodig voor mijn werk, dus ging die de deur uit.”

Vrijwilligerswerk

“Ik was vanaf het moment dat wij in Oosterzee kwamen wonen al actief als vrijwilliger. Aanvankelijk als bestuurslid en later als voorzitter van Plaatselijk belang Oosterzee, als voorzitter van Sociaal Cultureel Centrum De Fûke. Ik reed met een busje voor school en was  ‘leesvader’.”

“Als zodanig hebben we een aantal leuke initiatieven aangezwengeld, zoals het met een werkgroep vastleggen van de rijke historie van Oosterzee in een boek. Een monnikenwerk, maar wel razend interessant. Oosterzee was vroeger een belangrijk dorp in Zuid-Friesland, want het vormde als hoofdplaats van Lemsterland het domicilie voor de Grietman.

In Oosterzee-Buren, waar ooit de Roordastate van grietman en gedeputeerde Frederik van Roorda heeft gestaan, is een monumentje opgericht met daarin de eerste steen van de state, die ergens in het huis van een particulier was verwerkt. Die hebben we teruggebracht naar zijn oorspronkelijke bestemming Oosterzee.”

Daarnaast is de beeldbepalende schoorsteen van de voormalige zuivelfabriek behouden gebleven. Aanvankelijk was deze door KPN gekocht als zendmast en later, nadat hij was gerestaureerd, aan onze speciaal daarvoor opgerichte stichting verkocht. Nog talloze activiteiten passeren de revue, maar we vergeten haast waarvoor we hier kwamen, de Doarpsomropper.

Doarpsomropper

Als voorzitter van Sociaal Cultureel Centrum de Fûke in Echten heeft Sibbele Witteveen ruim 31 jaar geleden aan de basis gestaan van de dorpskrant. Er waren veel groepen, verenigingen en sociaal cultureel georiënteerde instellingen die ‘een lijntje’ naar de bevolking wilden. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in de Doarpsomropper. “Na de druk” vertelt hij “Moesten de krantjes worden gebundeld en geniet. Dat werd door vrijwilligers gedaan, een sociaal gebeuren rond de grote tafels in de Fûke, waarbij veel werd gelachen. Adverteerders hielden ons financieel in de lucht.

Maar we zijn ingehaald door de tijd. Met fenomenen als Twitter, WhatsApp en Facebook weten de mensen al wat er gebeurt, voordat het bij wijze van spreken is gebeurd. Alle clubs en instellingen hebben hun eigen website en WhatsApp groepen en het werd steeds moeizamer om de kopij bij elkaar te krijgen. Met een etentje voor de vrijwilligers is de dorpskrant onlangs ‘ter grave gedragen’. Wel een beetje met pijn in het hart, want ik ben er tenslotte 31 jaar bij betrokken geweest.”

“Mar de tiid hâldt gjin skoft.”

Afbeelding