“Ze fluiten allemaal hun eigen verhaal”
Wie bij Bernard Visser binnenstapt in zijn appartement, gevestigd aan de Boudewijnstraat in een flat op de achtste verdieping, kan er niet omheen. Het eerste en laatste wat hij dagelijks ziet, zijn zijn fluiten. In elk vertrek in het huis staat en hangt het er vol mee. Sommigen zijn klein. Anderen heel groot en moeten staand worden bespeeld. De meesten hebben een houten uitstraling.

Op doktersadvies De oorsprong van de verzameling en daarmee het museum is te herleiden tot een doktersadvies. “Op vijfjarige leeftijd adviseerde mijn dokter mij om mondharmonica te spelen. Door de techniek van het blazen zou ik beter kunnen omgaan met mijn bronchitis. En het jaar daarop kreeg ik mijn eerste fluit”, vertelt Bernard.
In de grote hoeveelheid fluiten vraagt de een om meer aandacht dan de ander. De gewone blokfluit valt nauwelijks op. Sommigen zijn ontworpen met het uiterlijk van een schildpad. Anderen zijn sierlijk betekend en hebben een keramische uitstraling. Er zijn fluiten met hoofden die je griezelig aankijken, en waar zelfs witte tanden en rode haren in zijn verwerkt. De meeste fluiten hebben een dunne, lange vorm. Op tafel staan ontwerpen in de vorm van een bol. “Maar allemaal hebben ze gemeen dat er meerdere tonen op gefloten kunnen worden en ieder blaasgat scherp gekant is om de lucht te splitsen.”
Bernard pakt een fluit en begint erop te spelen. Doffe en hoge tonen wisselen elkaar af. Hij pakt ze in zijn handen alsof hij ze allemaal kent. Alsof ze stuk voor stuk hun eigen verhaal hebben te vertellen. “Dat is ook zo”, volgens Bernard. “Ze fluiten allemaal hun eigen verhaal. Hoe ze zijn vervaardigd en waar ze vandaan komen. Onmiskenbaar zijn ze allemaal uniek.”
Dick Passchier Bernard draagt er zelfs een om zijn nek. “Mensen die niet weten dat het een fluit is, verwarren het door mijn leeftijd soms met een knop waarop ik kan drukken om hulpverleners op te roepen.” Bernard is 75 jaar en woont alleen. “Sinds twintig jaar woon ik in dit appartement. Destijds kwam ik hier wonen met mijn vrouw. Zij kon door haar ziekte niet langer traplopen. We zochten daarom iets gelijkvloers.”
Bernards vrouw is inmiddels, elf jaar geleden, overleden. Daarvoor woonde hij in Woudsend. “Als mijn vrouw niet zo ziek was geweest, weet ik wel zeker dat we daar nog hadden gewoond”, zegt hij. Er klinkt een warme herinnering in door.
De verzameling fluiten bestaat eigenlijk al veel langer. In zijn voormalig werk bij de Rabobank – waar hij verantwoordelijk was voor marketing en PR – organiseerde Bernard een scholenquiz. De kinderen moesten iets creatiefs maken en voor de finale werd een stadschouwburg afgehuurd. De show werd gepresenteerd door Judith Bosch en Dick Passchier (. Met de laatste raakte Bernard in gesprek. “Passchier importeerde oosterse artikelen. Hij had onlangs een stuk of veertig Chinese fluiten in zijn bezit gekregen en vroeg me of ik geïnteresseerd was. Op dat moment is de verzameldrang begonnen. Het verbaasde me hoeveel soorten fluiten er eigenlijk zijn. Vanuit die verwondering ging ik zoeken naar andere fluiten.”
Juweeltjes op Marktplaats De collectie is niet alleen te bewonderen in Bolsward, Bernard is ook in te huren voor lezingen. “Wereldwijd is er interesse in de oorsprong en de verschillen in fluiten. Door internet en social media heeft mijn museum een opmars gekend. Met behulp van Facebook en Instagram krijg ik allemaal volgers die heel erg geïnteresseerd zijn als ik weer een nieuwe fluit in mijn bezit heb. Ik maak er foto’s van en film als ik erop speel. Voor de akoestiek loop ik geregeld naar de Broerekerk in het centrum. De beelden plaats ik op social media en zo komt het geregeld voor dat ik daarna weer een aanvraag krijg van mensen die het museum willen bezoeken of dat ik word gevraagd om op locatie te komen. Erg leuk. Ik kan ongeveer 150 fluiten meenemen. En in mijn lezing of optreden bespeel ik al deze fluiten. Meestal doe ik dat door een melodie te spelen uit het land waar de fluit is geproduceerd.”
In zijn rol als museumhouder heeft Bernard geregeld contact met de makers van de fluiten. “Soms nemen ze contact met mij op als er weer een nieuwe fluit in omloop is, maar meestal gebeurt het andersom. Op marktplaats vind ik soms juweeltjes die ik voor een habbekrats koop. Eenmaal in mijn bezit ga ik na wat de herkomst is. Vind ik de maker, dan neem ik contact op wanneer die nog leeft. Zo heb ik al een paar keer meegemaakt dat ik van de maker te horen kreeg dat die fluiten voor het tienvoudige worden verkocht in vergelijking tot de prijs die ik ervoor betaalde. Dat zijn natuurlijk mooie momenten. Ook om zo in contact te komen met de maker.”
Exemplaren van vóór Christus In zijn collectie zitten ook exemplaren die al dateren van vóór Christus. “Ongelooflijk hoe lang dit instrument al meegaat. Elke cultuur kent ze, al wordt de fluit als muziekinstrument in met name arme landen veel meer gebruikt dan andere instrumenten. De grootte van de fluit en het materiaal maken dat dit geen duur instrument is of hoeft te zijn.”
Bernard wil nog wel even vertellen waarom de blokfluit een blokfluit heet. “De meeste mensen weten dit niet. Zelfs fluitisten op Conservatoria weten het vaak niet eens. Het blokje dat in het mondstuk is verwerkt, wordt gebruikt om de lucht naar het scherpe kantje van het blaasgat te sturen.” En zo is er nog veel meer te vertellen.
“En vooral te beluisteren”, besluit Bernard en hij pakt nog een fluit om nog een keer de veelzijdigheid van het instrument te laten horen.
Tekst: Albert Bouwman Foto: Albert Bouwman













