Algemeen

“Visserij blijft altijd avontuur”

Heit was visserman op het IJsselmeer. Peke Wouda. Een brede man met altijd een shagje in de mond, dat vastgekleefd bleef zitten op zijn onderlip, ook als hij sprak of schaterend lachte. En dat deed hij veel. Heit nam zijn zoons mee de zee op. Vissen. “We zaten met vijf man op dat skip en we moesten er allemaal van leven”, zegt Pieter Wouda in verwondering over die tijd. Het zou nu niet meer kunnen. Auke knikt.

Afbeelding
Stavoren - Auke Wouda (50) uit Stavoren is een hele rustige visserman. Iemand van ‘Ja’ en ‘Nee’. Broer Pieter Wouda (52) is ook visserman, maar bij hem stroomt er een waterval aan onvervalste Staverse woorden uit zijn mond als je over de visserij praat. Beide Wouda’s hebben nooit iets anders gedaan, werkten altijd in de visserij. Ze weten er alles van. Maar bij de hamvraag vallen ze beide stil. “Wat is er zo mooi aan visserman zijn?” Ze halen de schouders op. Kunnen dat niet vertellen. Want het is een gevoel.

We treffen ze op een vrijdagochtend in de oude haven van Stavoren, waar hun hoekje van die haven nooit veel is veranderd. Zo’n hoekje met vissershuisjes, werkhokken, de niet meer gebruikte visafslag, en steigers voor viskotters. Nog niet zo heel lang geleden lagen daar nog maar een paar kotters in het weekend. Er liggen nu een stuk of zeven, acht. Maar volgend jaar kan Stavoren volwassen Visserijdagen houden. De visserij leeft weer op in Stavoren.

ST

Heit Peke leeft niet meer, maar zou trots geweest zijn, omdat ook de zoons van Pieter en Auke grote viskotters hebben aangeschaft. Kotters uit Wieringen, Texel en Harlingen kregen weer de Staverse letters ST. De Wouda’s durven de strijd aan. Strijd, omdat visserij, wat er ook allemaal gereglementeerd wordt, altijd een zaak blijft van dat met de ene trek het net vol is, en met de andere leeg. “Visserij blijft altijd avontuur”.

Ook als garnalenvisser Pieter Wouda nu nog maar 48 uur in de week mag trekken van de overheden. Meer mag niet. Meer hoeft nu ook niet. “De koelhuizen zitten tot de nok toe smoorvol met garnalen.” Het wintertje van 2018 zorgde daarvoor. Want ze mogen dan tegenwoordig wel allerhande moderne apparatuur aan boord hebben, maar ze vissen op de oude wijsheden van heit: “Een winter met ijs brengt een heleboel garnalen.”

En als er dan zoveel garnalen zijn, wil een visserman er zoveel mogelijk uit zee halen. De Wouda’s zijn in de garnalen terecht gekomen, “omdat er op het IJsselmeer veel te veel vissers waren.” In hun jeugd had Stavoren nog altijd zo’n zes, zeven vissers. Vroeger nog veel meer. In Enkhuizen, Hoorn, Volendam en Lemmer waren ze ook. Er moest wel gesaneerd worden.

Garnalen

Auke heeft, samen met andere broer Klaas, naast de garnalen, ook nog wel veel op het IJsselmeer gevist. Pieter had er niet zo veel mee. Hij vertrekt al jaren zondagsavonds, vaart naar Harlingen en van daaruit het Wad op. Garnalen. Ook daar slaat een soort sanering toe. De vissers mogen nu nog 48 uur trekjes doen met van die grote zijgieken waaraan netten en rollen hangen. Je rolt over de zeebodem, de garnalen springen omhoog en daar is het net. Er wordt al over gesproken om dat terug te brengen naar 24 uur. “Dan kin we gau weer thús wêze.” Grijnzend. Ze willen het liefst een veel flexibeler beleid. Bijvoorbeeld als er weinig garnalen zijn, dan wat langer kunnen vissen.

De prijzen zijn het allerbelangrijkste. Vandaar dat die koelhuizen vol zitten, want de prijs moet eigenlijk gelijk blijven. Er zijn trouwens allerlei van die marktmechanismen in de garnalenvisserij. “Mijn garnalen blijven hier, worden machinaal gepeld.” Die van Auke gaan nog naar Marokko. Dan zijn ze wat minder vers, maar onderzoek wees uit dat de consument intussen meer gehecht is aan de smaak van die in Marokko gepelde garnalen.

Pulsvissen

Vanmiddag moeten ze voor de zoveelste keer weer vergaderen. Het lijkt wel dat vissers na twee dagen vissen, de rest van de week beraadslagen over hoe het allemaal verder moet. Er is altijd wel wat. Pieter wijst op de kotter van zoon Peke, de ST24. “Die hebben we speciaal gekocht omdat er een pulsvergunning en apparatuur op zat. En nou mag dat pulsvissen  niet meer van Europa.” Twee dagen later zegt de minister overigens dat ze het voorlopig nog zal toestaan. Bij het pulsvissen rol je niet over de zeebodem, maar geef je (zwakke) stroomstootjes. En hup, daar springen de garnalen ook even van op. Effectiever dan gewone visserij. En je maalt de bodem niet om met je rollers.

Die Waddenbodem heeft volgens de Wouda’s geen schade van  die rollers. Een paar dagen harde wind, dan is er veel meer beweging in de zandbodem. En het water is warmer geworden. Dat levert een veranderende visstand op. Soorten die je hier nooit zag, komen nu binnen; andere soorten verdwijnen.

Het verwijt dat zaken als elektrisch vissen en andere moderne technieken de visstand inperken, geloven ze niet. De natuur z’n gang laten gaan, dat is hun avontuur. Ze geloven ook niet in inlaatsluizen voor vissen in de Afsluitdijk. “Onlangs was er iemand die zei dat de haring weer terug kwam in het IJsselmeer. Dat zijn van die kleine, maar die waren er altijd al. Niet te vreten… Ze zeggen ook dat er geen glasaal is, maar dat is er wel. Ze besodemieteren ons.”

Natuur

De natuur. “Er zijn zo’n 20.000 zeehonden in het Wad, die vreten daags vijf kilo vis.” Geen wonder dat vissers altijd zeehond-vijandig waren. Net als vroeger, de aalscholver op het IJsselmeer. Ineens een beschermde vogel. “Die vreten meer vis dan wij kunnen vangen.” En dan komen de overheden met Natura 2000. Dit mag niet en dat mag niet. “Ik erger me dood.”

Het woord ‘duurzaam’ wil Pieter Wouda eigenlijk helemaal niet uitspreken. Toch heeft hij zijn hele schip duurzaam gemaakt. En er wordt streng op hem en anderen gelet. Met de apparatuur van tegenwoordig  ziet iemand in Den Haag direct alles wat ze vangen. “En als er dan wat viezigheid in de netten zit, krijg ik direct telefoon: ‘’Wat is dat…?’.

Gevoel

Auke knikt. Hij zou best nog een tijdje weer op het IJsselmeer willen vissen. Vindt dat eigenlijk mooier. “Als je dat staande want langs de Afsluitdijk ziet, wow”. Hij en Pieter hebben het vak nog op de oude manier geleerd, tot en met de fuiken. Veel meer werk, minder resultaat. Hun zoons die nu allemaal kotters Stavoren inslepen, hebben de nieuwe methoden in het visserijonderwijs geleerd. ”Ze zijn daar beter in als wij.”

Langzaam damt Pieters waterval wat in. Het lijkt alsof hij een hekel heeft aan zijn beroep. Dat heeft hij helemaal niet. Integendeel, hij houdt er verschrikkelijk veel van. Maar hij is nu eenmaal ondernemer. Wil graag eigen baas zijn, en dat kunnen de vissers niet altijd meer zijn. Hij vertelt dan samen met Auke dat ze het goed hebben. Hoe ze uitzoeken waar ze willen vissen. De spanning daarvan. En dat ze dan na twee dagen garnalenvissen thuis komen en plezier hebben in het onderhoud van netten en kotter. Trots zijn op hun bedrijven. En hun zoons.

Ze lopen zo nu en dan even naar de dijk. Kijken uit over het IJsselmeer. Want daar zwemt hun avontuur. En hun gevoel.

Afbeelding