Bezorgbakker Marten Hoekstra: In veertig jaar niet één dag verzuimd.
Veertig jaar lang was hij een vast gezicht van Zurich tot it Heidenskip. Bezorgbakker Marten Hoekstra. Elke week kwam hij langs bij dorpen en boerderijen in dat gebied. Zijn wagen volgeladen met brood, koekjes, banket, boter, kaas en eieren. Half februari nam hij afscheid. Het materiaal dwingt hem om te stoppen. We gaan langs in Gaast bij de man die in de veertig jaar dat hij zijn rondes deed niet één dag verstek heeft laten gaan. Laat ieder in de provincie opstaan die hem dat kan nazeggen.

“Het is jammer, ja. Héél jammer, maar het is niet anders. Deze wagen heb ik nu 32 jaar. Het is een Spijkstaal. Uit Hoogeveen. ‘Spijk’ komt van Spijkenisse, omdat ze daar ooit begonnen zijn. ‘Staal’ spreekt voor zich en zegt alles over de kwaliteit van die wagens. Maar ja, ‘wat rijdt slijt’, zo is het nou eenmaal. Dus onderdelen moet je op een gegeven moment vervangen. Maar die zijn steeds moeilijker te krijgen. De laatste tijd ging ik daarvoor naar een bedrijf ergens onder Amsterdam, dat had vroeger alle winkelwagens van Noord- en Zuid-Holland in onderhoud. Daar werken indertijd veertien man, kun je nagaan. Nu allang niet meer. De wagen die ik heb is zes à zeven meter lang. In de staat waarin hij nu is, komt-ie niet meer door de APK. Dan ga je wikken en wegen. Ik kan een andere kopen, zo’n SRV-wagen, maar die is tien meter lang. Dat is eigenlijk te groot, dan kan ik niet meer zo makkelijk bij mijn klanten komen. Bovendien heb je daar een grootrijbewijs voor nodig. Beide vragen om een investering van duizenden euro’s. Ik ben nu 60, dan moet je je afvragen of je die investering er ooit nog uitkrijgt. Nee dus. Nou ja, dan is de beslissing duidelijk. Ik stop ermee met pijn in mijn hart. Ik heb een prachtige tijd gehad en zal mijn klanten missen.”
Vroeger was de wereld kleiner
“Vroeger was de wereld veel kleiner dan nu. Ik ben een boerenzoon uit Gaast. Zat er ook op school. Daarna naar de Mavo in Workum. Kwam je in de klas met kinderen uit it Heidenskip. Joh, je wist amper waar dat lag. Toen we ouder waren, waren we in het weekend en de vakanties altijd aan het werk. Melken, kuilen. In Ferwoude had je de buurtwinkel van Durk Bakker. Die zocht iemand die boodschappen kon bezorgen op zaterdag. De mensen hadden toen zo’n kruideniersboekje waarin ze hun boodschappen opschreven, Durk haalde die boekjes op en zette alles in kratten. Die brachten zijn zoon en ik dan op zaterdag rond. Was je de hele dag mee zoet en daarvoor en daarna melkte ik bij een boer in it Heidenskip.
Na de detailhandelsschool ben ik elke dag brood gaan bezorgen. Op een gegeven moment hield Durk op met de bezorgdienst. Hij vond het goed dat ik zijn klanten buiten Ferwoude overnam. In de loop der jaren stopte ook de ene na de andere bakker in de omliggende dorpen. Hans van Dam in it Heidenskip, Doitze de Boer in Gaast en Dijkstra/Van der Weerd in Makkum. Elke keer nam ik hun gebied over.”
Veel jonge gezinnen
“Je klanten moeten het je gunnen. Ze moeten het vertrouwen hebben dat je goeie kwaliteit en service levert. Nou ja, dat had ik. Brood en banket van bakker Van der Werf uit Workum. ’s Ochtends kwart over zeven ging ik het spul halen bij Rein en René op het Dwarsnoard. Ik had hetzelfde assortiment als zij in de winkel. Zelfde prijzen ook. Daarnaast had ik ook nog zoetwaren, zuivel, boter, kaas en eieren.
Toen ik begon hadden alle dorpen nog een lagere school. De kinderen kwamen tussen de middag thuis. De gezinnen worden kleiner en de keuze is groter. De mensen eten nu ook crackers en salades. Vroeger had je ook het broodbakje dat iedereen meenam. Maar ik had nog steeds veel jonge gezinnen als klant. Je weet hoe dat gaat; beide ouders werken. Komen ze dan aan het eind van de middag bij de bakker; zijn alle schappen leeg. Bij mij bestelden ze wat ze wilden; ik legde het op de afgesproken plek en in het weekend rekenden we af. Wel zo makkelijk.”
Sommigen klanten in tranen
“Surch, Cornwerd, Wons, Makkum, Gaast, Ferwoude en it Heidenskip. Een flink gebied, ja. In Makkum had ik ook bejaardenhuis Avondrust en een groot deel van de horeca. Bij Avondrust verkocht ik hoofdzakelijk koekjes, banket en chocolade. Haalde ik een karretje uit de keuken, laadde m’n waren op en ging alle deuren langs. Je weet niet hoe belangrijk dat is voor ouderen. Vaak zijn het de kinderen die spullen voor hen kopen. Wat ze bij mij kochten hadden ze zélf aangeschaft. Als de kinderen dan in het weekend langskwamen konden ze hun eigen koekjes en hun eigen banket presenteren. Dat is goed voor het gevoel van eigenwaarde. In de loop der jaren bouw je echt een band met hen op. Ze vertrouwen je helemaal. Van sommigen ken ik zelfs de pincode en weet ik ook de ezelsbruggetjes waarmee ze die onthouden. Maar ik laat hen die altijd zelf intoetsen. Ook dat is beter voor de eigenwaarde. Best moeilijk om daar afscheid van te nemen. Toen ik meldde dat ik ermee zou stoppen, waren sommige klanten in tranen.”
Mooiste hoek van Friesland
“It Heidenskip is ook mooi. Brânbuorren, it Helspaed, de Koaidyk, de Feandyk en daarachter de Wolvetinte. Veel boerderijen had ik daar als klant. De mensen moeten op je kunnen rekenen. In de veertig jaar dat ik het gedaan heb, heb ik nooit een dag verzuimd. Tuurlijk, ik ben wel met vakantie geweest, maar dan had ik altijd een vervanger geregeld. Heb ook wel m’n mindere dagen gehad, maar dat was nooit een excuus om mijn ronde niet te rijden.
Ik heb het altijd prachtwerk gevonden. De vrijheid en het persoonlijke contact. Bovendien, je mag elke dag rondrijden in de mooiste hoek van Friesland. Dat laatste beseffen de mensen vaak niet die hier wonen. Ik vroeger eerlijk gezegd ook niet. Maar ik hoor het zo vaak van toeristen die ik in mijn wagen krijg: ‘Wat wonen jullie hier mooi’. Sindsdien ben ik me veel bewuster van onze omgeving.
‘Dat dat zo kan met die wagen, geen drukte, geen stress’. Dat klopt niet helemaal. Ik heb ook wel ‘ns lekke banden gehad of motorpech. Maar dan kon ik altijd rekenen op de mechanisatie van Jan van Kalsbeek uit Gaast. Die kwam meteen aanrijden en heeft me op de gekste momenten uit de brand geholpen. Had altijd een oplossing. Een keer begaf de gaskabel het. Er was niet meteen een nieuwe voorradig. Heeft-ie een gaatje in de kap gemaakt en daar een draadje doorheen gedaan. Heb ik twee dagen met handgas rondgereden. Voldeed ook prima.”
Liefst de ‘maitiid’
“Dat je elke dag overal komt is ook handig. Ik zit hier in Gaast bij de kerk en het verenigingsleven. Dan kun je heel makkelijk dingen regelen tijdens je werk. Bijvoorbeeld als je mensen nodig hebt voor het kaatsen. Dan vraag je even aan de deur: ‘Doe jij mee?’ Werk en vrijetijd zijn zo verweven. Het is leuk om met iedereen een ‘kletsje’ te maken. Elk seizoen is mooi om te rijden. Maar het liefst heb ik de maitiid. Als alles weer in bloei komt de staan. Ik heb maar één keer zo’n dikke storm meegemaakt dat ik blij was dat ik weer thuis was. Maar toen vlogen de dakpannen ook door de straat.
Er waren verschillende klanten die echt wilde dat ik door zou gaan. Die zijn op Marktplaats gaan zoeken en hebben de gemeente gebeld om te vragen of er geen oplossing te vinden was. Dat doet me wel goed hoor, dat de mensen zo betrokken zijn. Maar ja, op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken.”
Wanneer we aan het eind van het interview met een welgemeend “Marten, bedankt!” afscheid nemen, weten we zeker dat we dat namens alle klanten van bezorgbakker Hoekstra zeggen… En wat gaat Marten Hoekstra nú doen?
“Ik ga op de taxi rijden. Bij Van der Bles in Makkum. En de wagen? Die neemt een klant van me over. Ik geloof dat hij er een tuinhuisje van gaat maken.”
Bron: GrootBolsward-IJsselmeerkust maart 2020 Tekst: Piebe Piebenga Beeld: Jelly Mellema fotografie
Het gehele maandblad van maart nog even nalezen? Klik hier: https://issuu.com/yingmedia/docs/gbij03-20_maart2020_issuu_e637dfdafa08b1

















