Coververhaal I Ongewisse tijden voor havenmeester/brugwachter Willem Hiemstra; “Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken”
BALK - Willem Hiemstra is een bekende verschijning in het dorp, hij bracht er reuring. Aan het einde van de vorige eeuw met zijn winkel in tweedehands watersportartikelen en later met zijn cafetaria met feestzaal, waar menigeen warme herinneringen aan bewaart. Sinds 2006 is hij pachter van het plaatselijke water, oftewel de Luts en de passantenhaven. In die hoedanigheid bedient hij de twee bruggen in het dorp en is hij gastheer voor de passanten in de Luts en in Passantenhaven Balk, samen met zijn vrouw Anneke en een paar vrijwilligers.

Toch is het niet helemaal, of sterker uitgedrukt, bepaald geen feest bij Willem Hiemstra. Donkere wolken pakken zich samen want de gemeente is van plan om bij de haven een hotelcomplex te realiseren met 25 kamers, 20 appartementen, een vergaderzaal en een restaurant. “Natuurlijk, vrij uitzicht kun je niet kopen en niet afdwingen maar dit is wel heel extreem. Ik denk dat zo’n puist van zestien meter hoog ook een devaluatie betekent voor de buurt met zijn prachtige herenhuizen. De gemeente zegt dat de haven blijft bestaan en dat geloof ik ook wel. Maar ik denk dat passanten weg blijven, dat kost geld en misschien wel mijn toekomst, want ophouden kan ik nog niet”, zegt de 62-jarige Balkster.
Internationale artiesten
Terug naar de winkel. Door internet in het algemeen en door Marktplaats in het bijzonder werd de concurrentie zo groot dat het echtpaar besloot de winkel te sluiten. Deze tegenwind betekende echter niet dat Willem en zijn vrouw Anneke bij de pakken neer gingen zitten. Ze verzetten de bakens en namen het cafetaria naast de winkel over. “Dat hebben we vijftien jaar gedaan. Wat vroeger de winkel was, was later een zaal voor verjaardagen en partijen. Daar hebben we veel leuks gedaan. Mooie tijden. Optredens van onder andere Schotse en Ierse bands. Die sliepen dan ook bij ons. En artiesten als Chris Jagger, de broer van Mick”, zegt hij met een twinkeling.
“Darters ook natuurlijk. De hele wereldtop kwam bij ons darten. Heel veel Engelsen en Schotten. Dat was een leuke tijd. Een bruisend leven. Heel anders dan nu. Vijf jaar geleden zei Anneke: ‘ik red het niet meer om tachtig, negentig uur in de week te werken’. Achteraf bleek dat ze borstkanker had. Gelukkig is dat weer goed gekomen. Toen hebben we het cafetaria van de hand gedaan en sindsdien draaien we de bruggen en pachten we de passantenhaven en de Luts, met veel plezier.”
Zeven dagen in de week
Het seizoen begint op 1 april voor de passantenhaven en 1 mei voor de bruggen. De passantenhaven is open tot 1 november en de bruggen draaien tot 1 oktober. “Vijf maanden per jaar moeten we er linksom of rechtsom voor zorgen dat de bruggen draaien.” Van negen tot kwart over vier doet hij dat zelf, voor het stuk van kwart over vijf tot zeven uur zijn er vrijwilligers. Zeven dagen in de week. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij er soms ook overdag een vrijwilliger bij heeft, want alle dagen van de week aan de bak is wat veel, zeker als je de zestig gepasseerd bent. Maar het betekent wel dat zomers op vakantie er niet in zit voor Willem en Anneke. “Dat is meestal vroeg in het voorjaar of na 1 november.”
Uurtjes stelen
Een watersportwinkel, brugwachter, havenmeester, dan moet je wel haast iets met de watersport hebben. “Anneke en ik hadden een zeeschouw. Daar zijn we vaak mee weg geweest. Ook wedstrijden mee gezeild trouwens. Maar een zeeschouw vergt best veel onderhoud, dat werd me op een gegeven moment te veel omdat we ook die watersportwinkel nog hadden. Toen hebben we een motorkruiser gekocht daar heb je minder onderhoud aan. Een illusie”, lacht hij.
Er zomerdag mee weg, zijn uurtjes die hij moet ‘stelen’ en beperkt zich tot de avonden en af en toe een weekend als een vrijwilliger zijn taken overneemt. “Dan gaan we naar Sloten, dan ben je vijf kilometer verderop, maar heb je een heel ander gevoel. Vaak nemen we de auto mee en zijn we hier zo weer terug. We hebben twee toiletgebouwen en die moeten wel schoon gehouden worden. De boot ligt hier in de haven. Dan ga ik aan boord, vaar geen meter, maar heb ik toch het idee dat ik vrij ben.” Naast de motorkruiser heeft het echtpaar Hiemstra trouwens ook een sloep. “Die pak je ‘s avonds als het mooi weer is ook snel even voor een tochtje over het meer of door de Luts.”
Gevaarlijk
“De meeste mensen die hier komen, zijn met hun hobby bezig. Blije mensen over het algemeen. We bieden schoon sanitair en dan komen de mensen graag hiernaartoe. En als de mensen plezier hebben, hebben wij dat ook. Maar je kunt het nooit iedereen naar de zin maken. In theorie mag je in geen enkele haven zwemmen, ook bij ons niet. Want als ik dat toelaat heb ik hier binnen de kortste keren zestig kinderen uit het dorp. Plezier maken en geluid produceren gaat nu eenmaal samen. Dan zijn er passanten die vertrekken. Het is ook gevaarlijk. Veel huurders zijn al blij zijn dat ze hun boot aan de wal krijgen. Die letten niet op zo’n klein kopje dat boven water uitsteekt.”
Onwetendheid
Zeg je Balk dan zeg je de Luts, het vijf kilometer lange riviertje stroomt vanaf het Slotermeer door Balk naar De Holken. Op de meeste plekken is de Luts zo smal dat elkaar passeren een uitdaging is. Helemaal voor onervaren huurders die zomerdag massaal de rivier ‘bevolken’. “In de Luts mag je maar 5 km/u. Over het algemeen wordt er te snel gevaren, vaak onwetendheid. Zonde want daarmee worden oevers afgekalfd. Ik heb het idee dat er door de verschillende verhuurders hier in de omgeving maar weinig uitleg wordt gegeven. Geef maar mee en red je er maar mee. Huurders zouden er op attent worden gemaakt van ‘kijk eens achterom en kijk wat er gebeurt’. Ik krijg mensen hier in de haven, die hebben een schip van bijna vijftien meter mee en hebben totaal geen uitleg gehad. Dat kan toch niet. Er was een echtpaar dat hier veertien dagen in de Luts aan de wal heeft gelegen met de neus van het schip naar Balk. Toen de vakantie om was, hebben een voor- en een achterbuurman het schip gedraaid en zijn ze terug gevaren naar de verhuurder.”
Half geld
De inkomsten bestaan uit het innen van liggelden van veertig passantenplaatsen in de haven en evenzoveel in de Luts, samen met de bruggelden. Dat laatste moet bijna gezien worden als een service, want met drie euro voor beide bruggen levert dat zeker niet de jam op de boterham op. “Drie euro voor twee bruggen is half geld. We hebben de goedkoopste bruggen van De Fryske Marren.” Naast de veertig ligplaatsen heeft de haven nog twaalf standplaatsen voor campers. Op de vraag wat hij winterdag doet is “weinig”, het nuchtere antwoord. “De zomer is over het algemeen heel intensief. Dan is wat rust best welkom. We worden ook wat ouder. Daarnaast hebben we de kinderen en de kleinkinderen waar we ons wat meer op richten. Anneke past veel op.”
Sidekick van Paul de Leeuw
Naast Anneke, kinderen, kleinkinderen, zijn motorkruiser en zijn sloep, heeft Willem nog wat grote liefdes. Eentje daarvan is zijn handdraaiorgel die hij in verwaarloosde toestand in een loods zag staan. “Samen met een kennis uit Heerenveen die zelf ook veel in orgels doet en ze ook bouwt, heb ik hem in een winter opgeknapt. Toen bleek het orgeltje er eentje met een verhaal te zijn. Gebouwd door Douwe de Leeuw uit Joure. Het handdraaiorgel was op een gegeven moment verkocht aan Adje, de sidekick van Paul de Leeuw.” Niet geheel zonder trots laat Willem een filmpje zien waarop het handdraaiorgel te zien en vooral te horen is.
Woensdagavond is heilig
“En dit doen we ook”, schakelt hij door naar een opname van het Sint Nykster shantykoor ‘De Headammers’ waar hij op dat moment de solo doet. De connectie met dit dorp is nogal voor de hand liggend: hij heeft er twintig jaar gewoond. Het koor is een familieaangelegenheid want vrouw Anneke speelt er accordeon. En niet alleen daar maar ook bij het accordeonorkest van Sneek, samen met de twee dochters van het echtpaar. En zo hebben we niet alleen een watersportende maar ook een muzikale familie Hiemstra. “Dat is één van de grote hobby’s. De woensdagavond is heilig. Dan hebben we oefenavond van het koor. En dan zijn er nog optredens. Maar die worden wat minder, dat komt door de hoge gemiddelde leeftijd. De jongste bij ons loopt tegen de 50, de oudste is 81. Ik ben geen tenor en zeker geen bas maar een bariton. Ik zing bij de tenoren, maar als het echt hoog moet, moet ik op een krukje staat”, grapt hij.
Tekst Richard de Jonge / Foto’s Johan Brouwer

















