Amateurarcheoloog en restaurateur Nino Casolin: “Ik wil een Vikingschip vinden”
Nino Casolin (bouwjaar 1965) is eigenaar van Pizzeria Venezia in Sneek, een familiebedrijf dat vanaf 1985 ‘from scratch, is opgebouwd en van vader op zoon is overgegaan. Maar daarnaast haalt Nino Casolin regelmatig het nieuws met spraakmakende oudheidkundige vondsten en theorieën over het historische Friese kustgebied Frisia in relatie tot de Noormannen. Vikingen. Reden genoeg voor een ‘diepgravend’ gesprek met deze ‘pizzabakker’ annex amateurarcheoloog over zijn passie.

De liefde voor de Oudheid dateert al vanaf zijn jeugd, maar pas op 43-jarige leeftijd heeft Casolin daar écht serieus werk van gemaakt. “Ik wilde eigenlijk archeoloog worden,” bekent hij, “maar de uitgebreide theoretische studie, die daar onlosmakelijk mee gepaard gaat en het spitten in oude documenten, vormden een te hoge drempel. Ik ben een natuurman en een doener, dus kocht ik een metaaldetector en ging het veld in. In de jaren die volgden heb ik talloze metaaldetectoren gehad, variërend van ‘houtje-touwtje kwaliteit’ tot zeer geavanceerde apparaten, die je zelf softwarematig aan kon passen, waardoor je aan de sterkte van je signaal kon inschatten wat zich in de bodem bevond. Met een metaaldetector zijn je oren je ogen.”
Vijfduizend jaar oud bronzen bijltje
“Mijn vader Gianni Casolin is geboren en opgegroeid in de provincie Venetië, in Noord-Italië. Door de landerijen van de familie loopt een eeuwenoude Romeinse weg, die dateert van rond het begin van onze jaartelling. Dat feit alleen al is razend interessant. Nog interessanter is dat die weg door een gebied loopt dat al duizenden jaren daarvoor werd bevolkt door boeren, getuige het meer dan vijfduizend jaar oude bronzen bijltje dat ik daar heb gevonden in een grafveld waar die weg overheen loopt. Dat is voor mij het zaadje geweest dat de liefde voor de archeologie aanwakkerde. Maar nogmaals, ik was een ‘doener’ een geen ‘leerder’. Ik stond liever met mijn poten in de klei. In de loop de jaren is daar wel verandering in gekomen omdat ik doelgericht naar iets wil zoeken. Niet zomaar lukraak rondlopen met een metaaldetector in de hoop dat je wat vindt, maar proberen het landschap te ‘lezen’ en dat werkt nu eenmaal beter als je oude kaarten en documenten over de geschiedenis van een gebied raadpleegt.”
Archeologisch Steunpunt in Sneek
Hij bleek er gevoel voor te hebben en werd vanaf 2011 diverse malen gevraagd door de Universiteit van Groningen om mee te werken aan opgravingen. “In die jaren deed ik daarnaast veel op eigen initiatief,” vertelt Casolin, ”en in samenwerking met leden van het Archeologisch Steunpunt Sneek. Ik heb in die periode heel veel vondsten gedaan, waaronder een aantal kostbare voorwerpen en een muntschat, tijdens het ruimen van een kerkhof van een voormalig kloosterterrein tussen Sneek en Bolsward. Ook tijdens de aanleg van de nieuwbouwwijk Harinxmaland zijn bijzondere vondsten gedaan. Zo werd er onder andere een fibula uit de middeleeuwen aangetroffen, fragmenten van een bronzen wolkam en een deel van een pijpbeen uit de dertiende eeuw. Echte archeologische vondsten heb ik altijd gemeld en overgedragen aan de archeologisch beleidsadviseur bij de Gemeente Súdwest-Fryslân, mevrouw Boonstra. Want voor mij was het vinden leuker dan het hebben.”
Overigens is Casolin dit jaar niet met de metaaldetector op pad geweest. “Sterker nog,” zegt hij, “ik heb alles verkocht en weggegeven. Hetgeen overigens niet betekent dat ik de archeologie op een zijspoor heb geparkeerd. Om de beeldspraak nog even door te trekken: ik ben overgestapt op een andere trein. Het werken met de metaaldetector heeft plaats gemaakt voor het uitwerken en onderbouwen van een theorie over de geschiedenis van Sneek, die ik in de loop der jaren heb ontwikkeld. Moest ik alsnog met mijn neus in de oude geschriften en kaarten, haha.”
‘Pizzabakker’
Nino Casolin is één van de drie kinderen Casolin en kwam in 1965 ter wereld in het Gereformeerd Verpleeghuis in Sneek. Vader Gianni, een geboren Italiaan, kwam halverwege de jaren vijftig als gastarbeider naar Nederland en werkte aanvankelijk als granito werker bij Selva in Sneek en daarna als chef-werkplaats bij garage Rinnert de Jager, ook in Sneek. Daar ontmoette hij Ankie, de dochter van garagehouder Rinnert de Jager. Ankie zou de moeder van Nino worden. In 1985 begon Gianni aan het Oud Kerkhof in Sneek, met geen cent om zijn kont te krabben, Pizzeria -Trattoria Venezia. Nino werkte vanaf dag één in de pizzeria. Later verkaste het familiebedrijf van het Oud Kerkhof naar de Wijde Noorderhorne in verband met de bouw van het nieuwe regiokantoor van de Rabobank aan het Martiniplein.
Nino trouwde met Frouwkje Prins en het echtpaar zette twee mooie dochters op de wereld. Inmiddels was er een tweede pizzeria van de familie in Balk geopend en lag er een mooie toekomst voor ze in het verschiet. Dachten ze. Maar dat pakte dramatisch anders uit.
Een inktzwarte bladzijde
In Balk werd Frouwkje verkracht, een trauma dat ze niet kon verwerken. Diagnose PTSS. Het ging van kwaad tot erger. “De dingen die ik in de daaropvolgende jaren heb beleefd, tarten elke beschrijving. Daar ga ik niet verder op in”, vertelt Nino. “Noodgedwongen zijn we dertien jaar geleden gescheiden, omdat anders mijn twee dochters en ikzelf er volledig aan onderdoor zouden zijn gegaan. Ik kon niet meer voelen, was niet blij meer of verdrietig, maar vrat alle ellende op. Dat was een inktzwarte bladzijde uit mijn leven, die overigens nog een aantal jaren na de scheiding doorging. Uiteindelijk resulteerde dat zes jaar geleden in een hersenbloeding. Daar ben ik gelukkig grotendeels van hersteld, zij het dat mijn korte termijn geheugen mij af en toe in de steek laat. Frouwkje is dit jaar overleden en heeft nu rust. Ik heb meer dan twintig jaar ellende meegemaakt en nooit gehuild, maar na de crematie heb ik de ogen uit mijn kop gejankt. Het leek wel of alle emoties uit die periode, die ik in mijn kop had opgeslagen, er als een tsunami uitkwamen. Daarna voelde ik mij vrij. Ik sta weer open voor dingen en heb het gevoel dat ik weer leef.”
Friezen hebben Vikingen-bloed in hun aderen
Om zijn nek draagt hij een klein kruisje van verguld zilver met aan de uiteinden kleine hamertjes. “Wodan-hamers”, verduidelijkt hij. “Dat kruisje heb ik gevonden in de buurt van Tirns. Daarnaast heb ik daar nog meer vondsten gedaan, die ik aan de archeologisch beleidsadviseur bij de gemeente heb laten zien. Aan haar om de ambtelijke molens in werking te zetten. Dat kruisje en de vondsten van een soortgelijke herkomst hebben aan de basis gestaan van mijn theorie dat Sneek niet méér is, maar anders. Dat werd nog eens bevestigd tijdens een gesprek met twee archeologen van het Nationaal Museum van Denemarken in Kopenhagen, waar ik dit jaar een gesprek mee heb gehad.”
Sneek lag in de tijd van de Noormannen (800-1100) op een landtong (‘ter Snake’) aan de boorden van de toenmalige Middelzee, die de scheiding vormde tussen de huidige regio’s Westergo en Oostergo. Deze Vikingen arriveerden in het toenmalige Frisia naar verluidt met een vloot van tweehonderd tot driehonderd schepen, Drakkars geheten. Er werd niet alleen gemoord, geroofd en verkracht, maar ook gekoloniseerd, gehandeld, gejaagd en geboerd en er werden schepen gebouwd. En er werd getrouwd. Friezen hebben Vikingen-bloed in hun aderen, volgens Nino Casolin.
Vikingschip
Door bedijking en het dichtslibben van de Middelzee en de veenontginning in dat gebied ontstond er zuidelijk van de voormalige Middelzee een nederzetting die pas eind dertiende eeuw voor de eerste maal ‘Sneek’ werd genoemd. Gelegen aan een doorgaande vaarroute van Stavoren en Bolsward tot Dokkum en Leeuwarden, de zogenaamde ‘Magna Grosso’, waarvan de Zwette en Oudvaart overblijfselen zijn. Sneek in zijn huidige vorm werd officieel een stad in 1456.
“Maar wel zuidoostelijker gelegen dan het Sneek in de Vikingperiode”, meent Nino. “Dus ben ik ervan overtuigd dat er daar veel meer in de grond zit dat mijn theorie onderbouwt. De bewijzen zitten diep onder de dikke laag klei die uit de Waddenzee over de oorspronkelijke veengrond terecht is gekomen ten gevolge van de enorme stormvloeden in de tiende en in de elfde eeuw. Ik wil zo’n Vikingschip vinden, maar daarvoor is een metaaldetector niet voldoende. Daarvoor zou een grondradar ingezet moeten worden. Die kan veel dieper ‘kijken’. Zo’n grondradar staat dan ook boven aan mijn archeologische wensenlijstje, maar is kostentechnisch voor een particulier niet haalbaar.”
Geduld
Waarom vindt Nino Casolin dingen die anderen niet vinden? Nino: “Ik heb nooit haast. Ik zie anderen wel eens over het land ‘razen’, maar dat is niet mijn stijl. Ik heb geduld, vind het heerlijk om buiten te zijn, na te denken over de geschiedenis en te proberen het landschap te ‘lezen’. Daarnaast heb ik bij sommige plekken een gevoel dat er iets niet klopt en dat ik juist dáár wat extra aandacht aan moet geven. Ik kan dat niet verklaren, het zit blijkbaar in mij. Nu dat Vikingschip nog.”
Foto en tekst: Wim Walda













