Jolige Jouster Jacob de Jong heeft een tractor-tic: “Ik kan er wel drie dagen over vertellen”

Door: Douwe Bijlsma 29 nov 2023, 13:15 Algemeen
Richard de Jonge
Jolige Jouster Jacob de Jong heeft een tractor-tic.
Jolige Jouster Jacob de Jong heeft een tractor-tic.

JOURE - Jacob de Jong is het tegenovergestelde van een boer die voor dit vak kiest omdat hij dan niet zoveel hoeft te praten. Dat laatste doet hij graag. Vooral over zijn verzameling Zweedse brandweerauto’s en tractors. We gingen op audiëntie in Joure en kwam thuis met een vol hoofd en zere oren. Dat laatste vooral vanwege de bulderende lachsalvo’s die die middag over tafel vliegen.

Het regent als we het achterste deel van de boerderij binnengaan. Op de plaats waar vroeger koeien stonden, is nu een opslagplaats met zaken als wegbewijzeringsborden, een fiets en vooraan en in het oog springend een groene Lanz tractor. “Die is van mijn vrouw”, zegt Jacob de Jong. “Maar die rookt nogal, dus die duwen we eerst naar buiten voordat we hem starten.” Volgend als een trouw hondje zien we hem wisselen van klompen als we naar een aangrenzende ruimte gaan. “Met dit weer loopt het nogal in”, zegt hij, “zo houden we het een beetje netjes.” Het is Jacob de Jong (67) ten voeten uit: blauwe overall, klompen, altijd en overal, en netheid. Meteen zien we ze staan, de vier brandweerauto’s en de gele Scania L80S. Gemeenschappelijke deler is de torpedoneus. “Al van jongs af aan, ben ik gek van Scania en dan vooral die met de torpedoneus. En dat geluid, en de uitstraling, prachtig.” 

550.00 km op de teller
Van vader op zoon zoals dat bij zijn vader en pake ook ging, werd ook Jacob boer. “Ik heb die gele L80S in 1984 gekocht, toen was hij tien jaar oud. Ik heb hem tot het laatste schroefje uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. En hem vervolgens jarenlang gebruikt. Er staat 550.000 km op de teller. Een schijntje. Hij is net ingereden.” In 1999 kwam er een eind aan zijn actieve boerenleven. Door een ongeval op de boerderij waarbij hij onder een koe terecht kwam, werd zijn schouder verbrijzeld. Hij wil er niet te veel over kwijt.

Zweden
Bij de pakken neerzitten is niets voor hem, hij werd chauffeur, de langste tijd bij Van Gansewinkel. Zijn belangstelling voor Scania bleef. Omdat ze vooral vanwege de prijs, nooit bij de brandweer in ons land hebben gereden, zocht hij zijn heil in Zweden. Lang verhaal kort, er staan er vier in de loods achter zijn woning. Voor de kenners: een L81 manschappenwagen, een L81 ladderwagen, een LB141 tankwagen die vooral voor bosbranden werd gebruikt en een Volvo N7 manschappen/spuitwagen. De Volvo lijkt een dissonant, maar hij heeft ook liefde voor dit merk zal later blijken. Op de zolder van de schuur valt ons oog op een witte Volvo Amazon. “Dat was mijn eerste auto, acht jaar oud toen ik hem kocht. Mijn vrienden hadden Renaults, Peugots en Fiats. Die gingen nauwelijks acht jaar mee. Ik heb de mijne nog steeds”, buldert hij.

Wit voor de ogen
Het gesprek verplaatst zich naar de loods waar vroeger het jongvee stond. Ook nu weer (twee keer) de wisseling van klompen. Als de deur openzwaait wordt het ons wit voor de ogen. David Brown tractors in alle soorten en maten met als overeenkomst de kleur. “Mijn vader kocht in 1958 zijn eerste trekker, een McCormick. En later nog eens een paar, maar die waren het niet. Een loonwerker had een David Brown 880. Wat hij met die trekker kon, daar stonden we versteld van.” Met als gevolg dat er in 1968 ook bij de De Jongs een David Brown op het erf stond. “Deze heeft hij in 1974 gekocht”, wijst Jacob op een type 990. “Als kind was ik gek op de Bolinder-Munktell, een erg dure trekker. Anderhalf keer zo duur als een David Brown. Die kwam er bij thuis ons niet.” Tot hij 45 jaar geleden zelf een BM 350 kocht. “Als ik op een evenement kwam, was ik de enige met een BM. Tegenwoordig stikt het er van. Dat vond ik niet zo leuk. David Browns waren er een stuk minder en toen dacht ik ‘dan moet ik daar maar mee verder’.”

Verrassingseffect
Dat blijkt een rekbaar begrip want er staan er nogal wat. Hoeveel het er zijn, wil hij niet zeggen. “Dan is het verrassingseffect weg. Als op een evenement ter sprake komt dat ik trekkers heb, willen ze altijd weten hoeveel. Daar geef ik eigenlijk nooit een goed antwoord op. Hoe leuk is het als ze hier door de deur stappen en hun ogen uit kijken. Dat is mooi om te zien. Er was hier laatst een clubje mensen, die kwamen rond koffietijd en gingen pas bij donker naar huis.” Glunderend: “Ik kan er wel drie dagen over vertellen.” Het zijn niet alleen de tractors, de aankleding met zaken als vlaggen, stickers, foto’s, een vitrinekast met miniatuurmodellen en een emmer met de tekst ‘as ús pake it net kin meitsje, dan kin gjinin it’, maakt het geheel tot een plaatje, compleet met onderzetters. “Die heb ik laten maken, net als de stickers op de trekkers. Die zijn niet meer te krijgen.”

Gunnen
“Toen ik nog boer was had ik vier David Browns want ik wilde niet steeds wisselen van werktuigen. Ik kocht ze tweedehands. We deden zelf het onderhoud. Ik heb ze gehouden en van daaruit langzaam verder verzameld. Maar ik word vaak ook benaderd. Door mensen van wie een pake of zo is overleden en mij de trekker gunnen.” Hij noemt er een paar op zoals een BM met atlaskraan en een smalspoor tractor. “Die traptrekkers zijn mij ook gegund”, wijst hij op drie kleuter-tractors. “Die vind je nergens.”

Volvo van Beatrix
Naast Bolinder-Munktell, David Brown ook BM Volvo’s, ontstaan nadat BM en Volvo samen gingen. En een aantal personenauto’s waaronder een Saab die ooit van zijn vader was, een Volvo PV544 ‘katterug’, een Volvo Bertone en een Volvo S90 met het kenteken AA-52 die vroeger van prinses Beatrix was.

Voor gek verklaard
Gevraagd naar zijn mooiste tractor blijft hij het antwoord schuldig. “Dat weet ik niet hoor. Ze hebben allemaal een verhaal. Als je die allemaal wilt horen, zit je hier volgende week nog”, en weer buldert het. “ Maar die David Brown 990 is wel bijzonder omdat die altijd op onze boerderij dienst heeft gedaan. Die heeft meer dan 10.000 uur gedraaid. Zonder hapering. Er is nooit een sleutel op geweest”, zegt hij niet zonder trots. “Het materiaal stond bij ons altijd binnen. Er zit een nieuwe dynamo op, een nieuwe krukaskering, nieuwe banden en een nieuwe stoel, maar dat is het. En die vierwiel aangedreven trekkers, die zijn ook heel bijzonder. Die had je in Nederland nauwelijks. Niet noodzakelijk ook. Als ik vroeger met mijn maat Gosse naar de landbouwschool in Sint Nicolaasga fietste, was er een boer met een vierwiel aangedreven trekker. Die verklaarden we toen voor gek.”

Tekst en foto’s Richard de Jonge

Richard de Jonge
Tekst: Douwe Bijlsma