Oud-ondernemer Hette Knijpstra in de ban van NSU
HASKERDIJKEN - Hette Knijpstra uit Haskerdijken kreeg het technisch inzicht mee van zijn vader en erfde de handelsgeest van zijn moeder.

Deze twee ingrediënten, samen met zijn motto ‘gang is alles’, zorgden ervoor dat hij een bedrijf op kon bouwen waar momenteel rond de honderd mensen werken. Sinds de nu 75-jarige Knijpstra zijn levenswerk overdeed aan zijn zoon en schoondochter is hij in de ban van NSU. Hoewel hijzelf tegenwoordig in Terherne woont, staat zijn NSU verzameling in Haskerdijken, waar het zaadje voor deze liefde al op jonge leeftijd werd geplant, toen Hette samen met een maat op diens brommer over het boerenland nabij Haskerdijken croste.
Dat ‘scheuren op de motor’ kostte Hette Knijpstra in 1967 bijna het leven toen hij op een boom knalde en daarbij beide benen verbrijzelde en zijn strottenhoofd zeer ernstige schade opliep. Jarenlang had hij heftige pijnen, was hij “gehandicapt”, zoals hij dat zelf zegt, totdat hij bij toeval in contact kwam met een oude jeugdvriend die hem opereerde waardoor hij sindsdien pijnvrij door het leven gaat. “Ik was hem uit het oog verloren”, vertelt Knijpstra. “Zijn ouders waren nogal christelijk en ik dacht dat hij dominee was geworden. Maar hij was orthopedisch chirurg in het Canisius-Wilhelmina Ziekhuis in Nijmegen.”
NSU Legends Museum
De mond valt ons open van verbazing. We weten niet waar we eerst en laatst moeten kijken als we de loods van Hette Knijpstra in Haskerdijken binnenstappen. Dit is geen verzameling, maar een museum, is het eerste dat bij ons opkomt. In de ‘werkplaats’ een NSU Prinz 3, een 4, een Sport Prinz, een Prinz 1000, een 110 die later de 1200 zou worden, een Spider met enkelschijfs rotatiemotor, een RO 80 met tweeschijfs rotatiemotor en de Auto van het Jaar 1968 en twee nog te restaureren oudjes uit 1925 en ’28. In de ‘showroom’ staan verder tientallen brommers; in weer een ander vertrek een verzameling rotatiemotors. In kasten en aan de wanden memorabilia, zoals foto’s van de legendarische John Surtees, de enige coureur die tot nu toe zowel op de motor als in de Formule 1 wereldkampioen werd, en motor- en autocoureur Mike Hailwood, in 1999 door zijn collega’s en de internationale motorpers gekozen tot beste motorcoureur van de twintigste eeuw.
Als Knijpstra onze enthousiaste oh’s en ah’s hoort, neemt hij ons mee in de grote lift naar de eerste verdieping. Hier nog veel meer leuks, vooral in de vorm van brommers en motoren, maar ook auto’s die via een andere lift hun weg naar boven hebben gevonden. Van die laatste groep heeft Knijpstra er naar schatting een stuk of 25. Brommers en motoren zijn het ruimst vertegenwoordigd; rond de honderd. Niet allemaal met een NSU-embleem op de benzinetank, maar wel allemaal NSU aangedreven en stuk voor stuk zo glimmend dat je in de weerspiegeling je haar kunt kammen.
Zestig jaar country- en westernband Early Bird
Opvallend zijn een podium en een paar rijen opgestapelde stoelen. “Ik houd wel van een feestje”, lacht Knijpstra. “Als ik een paar auto’s naar buiten rijd, kunnen er honderd man in. Er komen hier wel eens clubs.” Leuk en aardig, maar dat podium? “Dat is voor mijn vriend Hendrik Waringa. Hij zat in de country- en westernband Early Bird en vormt nu met zijn kleinzoon een duo. Hendriks stem lijkt op die van Jim Reeves en het aardige is, die van zijn kleinzoon ook. Toen Early Bird vijftig jaar bestond, hadden ze een groot optreden in Drachten. Daar is Hendrik ook koninklijk onderscheiden. Nu ze dit jaar zestig jaar bestaan willen we er eigenlijk voor zorgen dat ze weer een optreden krijgen waar heel Friesland naartoe kan. Daar oefenen ze voor, hier op dit podium, om de veertien dagen.” Maar dat is niet het enige, want als het aan Hette Knijpstra ligt, rijdt vriend Hendrik straks op dezelfde brommer als waar hij zestig jaar geleden ook op reed: een NSU Quickly. “Ik heb kort geleden een Quickly gekocht die we precies zo maken als het exemplaar dat hij vroeger had. Inclusief de namen van zijn idolen uit die tijd zoals Jim Reeves en Chuck Berry die zestig jaar geleden ook zijn voorspatbord sierden.”
Een boete van drieënhalve gulden
Hette Knijpstra was nog geen zestien jaar oud toen hij op NSU Quickly’s reed. Goedkope brommertjes die hij voor vijf gulden kocht, opgespaard van zijn zakgeld. “Mijn vader was er geen voorstander van. Ik reed een keer op de openbare weg, toen ik werd aangehouden omdat ik geen bel had. Kreeg ik een bekeuring van drieënhalve gulden. Dat heb ik geleend van een bekende die voorbij kwam. Contant afgerekend want ik was nog geen zestien. Ik maakte van verschillende merken één en verkocht ze weer, onder anderen aan Gert-Jan van Norel.”
Heftige pijnen
Het was in 1996 toen er sprake van was dat een kennis zijn been moest missen, vertelt Knijpstra. De vader van deze Gert-Jan van Norel kwam toen met het idee om zijn zoon er eens naar te laten kijken. Hette Knijpstra: “Het bleek dat er een groeizenuw in de knel zat. Hij werd door Gert-Jan geopereerd, is intussen 84 jaar oud en loopt nog steeds op twee benen.”
Zo kwam Hette zelf, bijna dertig jaar na zijn brommerongeluk, weer in contact met Gert-Jan, die nu chirurg was. Hette Knijpstra vertelt: “Mijn been was op de traditionele manier gezet en daardoor was hij scheef aangegroeid. Daardoor loop je op de buitenkant van je voet waardoor het weefsel kapot gaat en gaat ontsteken, ook je bot. Dat ging gepaard met heftige pijnen. Gert-Jan heeft me geopereerd, twee keer zelfs, en ik heb nooit meer mijn voet open of ontstoken gehad.”
Machinefabriek in Terband
Terug naar het werkzame leven van Knijpstra, dat begon met zijn ouders in Haskerdijken. Vóór de oorlog, in 1936, startte vader Jisk Knijpstra een autosloperij die later overging in een machinefabriek in Terband waar in eerste instantie vooral deurmechanismen voor de bekende carrosseriebouwer Hainje in Heerenveen werden gemaakt. Hette: “Ik had de hts gedaan in Groningen. Nou ja, alleen het eerste jaar, toen had ik het wel bekeken en ben ik gaan werken. Op m’n 23-ste vroeg mijn vader me of ik de zaak wilde overnemen. Dat heb ik gedaan en ik kocht algauw nieuwe machines waardoor we sneller konden werken. Dat betekende ook dat ik acquisitie moest plegen, ook omdat ik zo snel mogelijk van mijn schulden af wilde. Maar soms loopt er ook iemand bij je binnen.”
Boottrailers en -kranen
Die ‘iemand’ was jachtbouwer Dries Hof die op zoek was naar een boottrailer waarmee hij, gekoppeld aan een tractor, boten uit het water kon halen. Hette: “Ik heb Johannes Groen met wie ik op school heb gezeten, een tekening laten maken en zo bouwden we onze eerste boottrailer.” Het was het begin van een enorm succes waar Hette Knijpstra met zijn fabriek niet alleen boottrailers maar ook bootkranen maakte die hun weg over de hele wereld vonden. Onder de naam Roodberg, door hem zelf bedacht. “In het buitenland hadden ze moeite met die lange ‘ij’ in mijn naam. Namen met een ‘r’ er in stralen kracht en snelheid uit. Renault, Rolls Royce. Gang is alles.” De eerlijkheid gebiedt trouwens te zeggen dat het in dit geval iets genuanceerde ligt, want de familiemaan van zijn moeder is... Roodbergen.
Kermisattracties
Een toevalligheid is ook dat Knijpstra in aanraking kwam met Herman van der Honing. “Die kwam een keertje kijken, zag onze nieuwe machines en zei: ‘Dan kun je ook wel iets voor mij bouwen’. Van der Honing was kermisexploitant en ik heb voor hem masten voor een reuzenrad gemaakt. Dat vertelde zich door en zo kreeg ik een behoorlijke stroom werk uit deze branche.” Een paar jaar later bouwde Hette Knijpstra onder de naam Mondial Rides zijn eerste eigen kermisattractie, ook weer getekend door zijn oude schoolmaat Johannes Groen. Er zouden er onder namen als Revolution, Gladiator of Commander nog vele kermisattracties volgen, ook weer over heel de wereld.
De fabriek ontwierp en bouwde onder de bedrijfsnaam Normag ook nog horizontale boren die worden gebruikt om onder een spoorlijn of onder een kanaal door te kunnen boren. Dit onderdeel is vier jaar geleden verkocht aan een Amerikaans bedrijf.
Vraagteken
Rond die tijd is ook het verzamelen van NSU brommers, motoren en auto’s begonnen, volgens Knijpstra. De meeste exemplaren heeft hij gerestaureerd gekocht. “We sleutelen wel, maar ik ben meer een organisator dan een sleutelaar. Altijd al geweest ook. Ik deed de fabriek, mijn vrouw was voor de verkoop veel onderweg. Op zaterdag zijn we hier ook, vaak is een van mijn kleinzoons er ook. Die is nog maar twaalf. Het grote vraagteken is natuurlijk: is het een techneut in de dop of is hij dat niet? Zelf was ik dat op die leeftijd nog niet, maar hij sleutelt al aan brommers.”
Honderden lepeltjes
Als we denken dat alles is besproken, vraagt Knijpstra of we nog even meelopen naar de overkant. Hij doelt op een gebouw dat voorheen dienst deed als gemaal en door hem volledig is verbouwd. Hij kreeg het grote terrein inclusief gemaal en loods jaren geleden in handen via een inschrijving. Door het openen van een zware deur komen we in een ruimte met een enorme vergadertafel en natuurlijk een paar motoren en een auto. In een tweede vertrek heeft hij een kantoorruimte gemaakt met drie werkplekken. “Ook eentje voor mijn vrouw, maar die wil hier niet zitten”, lacht hij. Dan neemt hij ons mee de trap af, naar de ‘kelder’.
Hier vooral de familiegeschiedenis aan de hand van vele foto’s rondom aan de wanden, roll-up banners met afbeeldingen van apparaten, machines en de eerder genoemde kermisattracties. En lepeltjes. Honderden lepeltjes, ondergebracht in speciale kasten. “Ik heb er vierhonderd van Rotterdam. Dat is mijn stadje, daar woonden mijn oom en tante en daar gingen we vroeger veel naartoe”, zegt hij. Rotterdam, Feyenoord? “Nee, Sparta,” twinkelen zijn ogen, “dat shirtje is mooier.”















