Uithangankers geplaatst aan kapiteinshuizen in Workum
Sneek- In havenplaatsen kon je in vroeger dagen aan de huizen zien of er een kapitein woonde. Aan de gevel van een kapiteinshuis hing vaak een uithanganker. Op Ameland zie je ze soms nog, maar vaak zie je dan alleen de uithangijzers en ontbreken de ankertjes. Ook in havenplaatsen langs de voormalige Zuiderzee waren veel kapiteinshuizen voorzien van een uithanganker. Het was een soort van uithangbord, met de boodschap “hier woont een grootschipper”. Het verhaal gaat dat schippers het anker ook gebruikten als teken, dat er op een aanstaande reis nog vracht kon worden geladen. Er wordt sterk aan getwijfeld of dit waar is. Het bevrachten van zeeschepen verliep niet op lokaal niveau en werd professioneler georganiseerd dan met het afgeven van signalen aan een gevel.

Op initiatief van R.S. Wegener Sleeswijk zijn er vorig jaar tien nieuwe ankertjes gemaakt, met de bedoeling deze oude traditie nieuw leven in te blazen. Naar een fraai voorbeeld uit het museum Lemster Fiifgea zijn de ankertjes in brons gegoten, met de bedoeling ze te plaatsen aan kapiteinswoningen. De eerste twee ankers zijn nu opgehangen in Workum aan de gevel van twee woningen aan het Súd waar schippers hebben gewoond. In het pand Súd 67 woonde Harmen Pieters van Wetzinga (1741-1808) met zijn vrouw Tjietz Gerbens Kingma. Harmen was grootschipper en voer op het smakschip De Waakzaamheid. Dat weten we omdat hij dagboeken (journaals) bijhield, die bewaard zijn gebleven. Daaruit blijkt dat hij ook meevoer op kofschepen van andere Friese schippers. Kofschepen en smakschepen was actief in de kustvaart. Ze voeren naar de Oostzee, Scandinavië, Engeland, Frankrijk en Spanje.
Pand Súd 86
Schuin tegenover het woonhuis van Harmen Pieters is het pand Súd 86. Hier woonde schipper Gorrit Jans (1715-1779). Hij was zeeman en koos voer de toepasselijke achternaam Van der Zee. Hij voer op zijn eigen kofschip. Vanaf het midden van de 18de eeuw hield hij zich meer bezig met bedrijvigheden aan de wal. Zo was hij bijvoorbeeld burgemeester van de stad Workum. Zijn kofschip werd niet verkocht. Eerst voer er een zetschipper op en later zijn zoon Jan Gorrits van der Zee (1739-1803). En ook deze Jan van der Zee heeft in het pand Súd 86 gewoond.
Het maken van de ankers is mogelijk gemaakt door de Stichting de Grote Zuidwesthoek, die is gesticht door Antje Fetlaar-Kingma, een nazaat van de familie Kingma uit Makkum. De schipper van het ene pand was getrouwd met Tjietz Kingma en de schipper van het andere pand was een broer van Hylke Jans Kingma uit Makkum. Zo ging het vaak in de Friese kustvaart: schippers kenden elkaar, investeerden in elkaars schepen en waren door huwelijken vaak ook familie van elkaar. Met het plaatsen van de uithangankers, worden deze schippersverhalen weer nieuw leven ingeblazen.











