Cultuur en uitgaan

Doetie Oosting en Anna Kerkstra van Rjucht en Sljucht: “It publyk wol in geselliche jûn ha”

Dat is iets langer dan Doetie Oosting. Doetie speelt er nog maar “een jaar of dertig, vanaf mijn 17e.” Beide dames spelen in elk geval lang genoeg om te weten wat de mensen willen. “It publyk wol in geselliche jûn ha, it wol laitsje, leafst om onderbroekenlol.” Doetie en Anna vullen die gezelligheid maar wat graag in.

Afbeelding
GERSLOOT - Anna Kerkstra speelt al 36 jaar bij amateurtoneelvereniging Rjucht en Sljucht uit Gersloot, sinds haar 18e.

Van café naar café

“We hebben in 2011 het honderdjarig bestaan van de vereniging gevierd in de manege in Gersloot ”, zegt Doetie Oosting en de beide dames kijken elkaar lachend aan, waaruit ik kan opmaken dat ook dát een ‘geselliche dei’ moet zijn geweest.

In vroeger dagen waren er naast Rjucht en Sljucht meer amateurtoneelverenigingen op De Streek, die begint in Terband, en zich uitstrekt via Luinjeberd en Tjalleberd tot en met Gersloot.

Anna Kerkstra: “In Terband en op de Bandster Schans had je ‘Skater’ en in Luinjeberd heeft ‘Op nij Feriene’ bestaan. Die zijn weg. Geen leden meer. Toneelvereniging Dito uit Tjalleberd bestaat nog wel.” Dito? “Door Inspanning Tot Ontspanning”, verduidelijkt Anna. “Rjucht en Sljucht was eigenlijk de Gersloter toneelvereniging. Maar we zijn er nu voor de hele Streek. Onze jaarlijkse uitvoering was vroeger altijd in Gersloot maar dat café is door brand verwoest. Toen werd café De Streek onze thuishaven maar ook hier ontstond brand. Daarna zijn we in Luinjeberd terecht gekomen, in café Onder de linden.” Het café in Luinjeberd is meermalen van eigenaar veranderd, de laatste keer in 2018, en heet nu Café & Cafetaria O.D.L., maar Rjucht en Sljucht mocht op de locatie blijven zitten.

Generaties spelers

Hele generaties uit verschillende families hebben bij Rjucht en Sljucht gespeeld. Ook de ouders van Anna zaten vroeger bij de ploeg. “Mijn vader was regisseur-speler en mijn moeder was speelster.” Doetie valt haar meteen bij. “Mijn vader regisseerde óók en heeft daarvoor vele jaren gespeeld.” Niet voor niets dus, dat Doetie en Anna al op hun 17e en 18e op het toneel stonden. En hoe is het in déze tijd, waarin je overal om je heen verhalen hoort van noodlijdende verenigingen, die moeite hebben de jeugd aan zich te binden, wil ik weten. “Bij ons speelt dat niet”, zegt Doetie. “De laatste vijf, zes jaren merken we zelfs een groei in de aanwas van jongere spelers. En jongere spelers nemen ook weer een jonger publiek mee. Ons publiek is zeer gemêleerd. We hebben een heel trouw ouder publiek en we trekken ook zeker nieuwe, jongere bezoekers aan.” De jongste spelers blijken dertigers zijn. Echt jeugdige spelers binnen halen, dat is toch wel héél moeilijk, geven Doetie en Anna toe, met name heren gaat niet zo makkelijk. Maar zich echt zorgen maken over de toekomst, nee, dat doen de beide dames niet. Niet zolang het publiek alleen maar groeit.

“Vroeger speelden we elk jaar één avond, maar de laatste jaren moet dat twee keer, zoveel publiek hebben we.”

Per avond kunnen er zo’n 125 bezoekers in de zaal. Dat betekent een kleine 250 man publiek op de voorstelling.

Familie Bruinsma

Die tweede avond is ontstaan dankzij het toneelstuk ‘Famylje Brúnsma op fakansje’, een klucht over twee families die naast elkaar op een camping staan. Dat moet zo’n twaalf jaar geleden zijn, denken Doetie en Anna. “De ene familie was wat asociaal, de andere deftig. De dagen na het toneelstuk gingen de verhalen rond op De Streek”, vertelt Anna. “En mensen die het niet hadden gezien, beseften dat ze iets gemist hadden. Er werd overal en door iedereen gevraagd, of we het nog een keer wilden spelen. Een maand later was de zaal opnieuw uitverkocht en sommigen hebben het toen voor de tweede keer gezien. We hadden twee halve caravans op het toneel staan en we hadden allemaal graszoden op het podium gelegd, om het zo echt mogelijk te laten lijken. Dat gras moesten we allemaal vervangen bij de tweede uitvoering.”

Het gaat er soms mal aan toe, begrijp ik. Doetie en Anna zitten vol verhalen over wat er allemaal niet gebeurt bij Rjucht en Sjucht. Zoals die keer dat Anna één van haar medespelers een klap moest geven. “Sommigen in de zaal dachten dat het een echte klap was”, lacht Doetie. En Doetie zelf verkondigde in een rol dat ze 35 jaar was. “Nee hoor, tante Doetie, dat is niet waar, u bent 42” had het op de eerste rij geklonken. “Daar zat mijn tienjarig neefje”, zegt ze.

Maar iedereen helpt elkaar ook in nood. Een keer was de hoofdrolspeler ziek geworden. Gelukkig voor de groep worden in Friesland veel dezelfde Friestalige kluchten en komedies in de dorpen opgevoerd en in dit geval kon een speler uit Twijzelerheide onmiddellijk invallen.

Voor donker thuis

Soms wordt er ook op andere locaties gespeeld. Anna: “We hebben wel in het Theresiahuis in Joure gespeeld, in De Koningshof in Oranjewoud, en in Nieuwehorne en Jubbega. Maar dan moet het decor het wel toelaten. We maken zo echt mogelijke decors en leggen de lat voor ons ontzettend hoog. We hebben een keer een huis op het podium gehad met echte dakpannen en echte dakgoten.”

De repetities beginnen altijd na de Lúnberter Merke in september en de uitvoering was altijd op de laatste zaterdag in januari en de eerste zaterdag van februari . Dit jaar wordt twee dagen achter elkaar gespeeld, op zaterdagavond 2 februari en op zondag 3 februari een middagmatinee. Het is noodgedwongen ontstaan, maar zo’n gek idee lijkt de zondagmiddag als speeldatum niet. “Het oudere publiek kan in elk geval nu vóór donker thuis zijn”, zegt Anna. “We zullen zien of dat bevalt, misschien voldoet het wel.”

“Onze stukken hoeven niet hoogdravend te zijn”, besluit ze, bijna verontschuldigend. “Mensen hebben al genoeg aan hun hoofd. Het wordt vast een gezellige middag.”

Door Henk de Vries

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding