Sport

Check, check, dubbel-check. Sneker Pan is er klaar voor....

Sneek - Onderwaterschip schoon, alles gecheckt, de Sneker Pan is er klaar voor. Jappie Visser debuteert dit jaar als schipper op de Sneker Pan en heeft er samen met zijn voor een groot deel vernieuwde bemanning zin in. Het gebrek aan ervaring als zelfstandig schipper wordt ruimschoots gecompenseerd door enthousiasme en strijdlust.

Afbeelding

Sneker Pan schipper Jappie Visser: “We doen niet mee om laatste te worden…”

Wanneer je debuteert als schipper op een skûtsje dat in de historie van het skûtsjesilen twaalf keer kampioen is geweest, als zoon van een vader die verantwoordelijk is geweest voor negen van die twaalf kampioenswimpels, boks je tegen een behoorlijk hoog verwachtingspatroon aan. Jappie Visser, 32 jaar oud, zoon van Douwe en Hetty Visser, getrouwd met Wiepkje Visser-Venema en vader van twee zonen, Douwe en Pieter, ligt er niet wakker van. “We hebben een enthousiast en ‘retefanatiek’ team dat zijn uiterste best doet en meer dan dat kunnen we niet doen. We zullen tijd nodig hebben om te groeien, tenslotte werd ‘heit’ Douwe ook pas na acht jaar voor de eerste keer kampioen. Maar laat duidelijk zijn dat we niet aan dit avontuur beginnen om laatste te worden.”

Nieuwe generatie schippers

De laatste twee jaar hebber er opvallend veel wisselingen van ‘oud naar jong’ plaatsgevonden. Komende SKS kampioenschappen zijn Jappie Visser op de Sneker Pan en Rinus de Jong op het Jouster skûtsje de debutanten. Het jaar er voor waren dat Klaas Westerdijk op d’Halve Maen, Sytze Brouwer op Heerenveen, Johannes Meeter op het Doarp Huizum en Willem Zwaga op Leeuwarden.

Daar houden de veranderingen overigens niet mee op, want ook qua bemanning hebben er op de Sneker Pan de nodige wijzigingen plaats gevonden. Zeven nieuwkomers maken nu deel uit van het team van het Sneker skûtsje: Gerard Tuinman, Hotze Venema, Sicco Jonker, Jacko Visser, Klaas de Boer en Rico Wouda. Terug van weggeweest is MarcJan Koopmans. Daarnaast heeft ‘de Panne’ een nieuwe mast, komt er nog een nieuwe ‘mid-heavy’ fok en worden de nieuwe zwaarden, die overigens vorig jaar al klaar waren, dit kampioenschap in gebruik genomen.

Skûtsje carrière

Jappie begon relatief laat als bemanningslid op de Sneker Pan. “Er waren meer dingen in het leven die ik leuk vond” reageert hij met een grijns. Hij was zestien toen hij als opstapper lid werd van de bemanning. De eerste drie jaar als peiler, daarna twee  jaar bij de  lieren, vier jaar bij de grootschoot en de laatste zes jaar bij de fok. Altijd op de Sneker Pan.

Je wist dat het moment zou komen dat Douwe, de nestor van de vloot, het helmhout over zou dragen aan zijn opvolger. “Ja, toen hij dat aan het bestuur had verteld, hebben ze mij gevraagd of ik zijn opvolger wilde worden. Daar zijn overigens de laatste jaren al enkele gesprekken over geweest, waarin zaken als teamvorming, het thuisfront, wederzijdse verwachtingen en wensen ter sprake kwamen. Het was overigens geen automatisme dat ik als zoon van de schipper automatisch zijn opvolger zou worden. Maar het besluit van het bestuur was wel unaniem. Er is toen ook afgesproken dat we voor meerdere jaren met elkaar in zee gaan.”

“Met ‘heit’ heb ik het nooit expliciet over opvolging gehad. Wel vroeg hij me bijvoorbeeld mee naar de zeilmaker, want als je op je computer thuis een 3D-beeld ziet van een zeil, kun je je niet voorstellen dat die wirwar van lijnen uiteindelijk een zeil moet worden. Verder riep hij me wel eens bij zich, om even met hem mee te kijken onder het mom ‘Je weet nooit of je het ooit tegenkomt, dan weet je hoe je het op moet lossen. Want ieder schip heeft zijn eigenaardigheden en nukken, waarbij je soms dagen naar de oplossing kunt zoeken zonder iets te vinden, terwijl die achteraf dan vaak heel voor de hand liggend is, als je het eenmaal weet. Dat gebeurde meestal ’s winters.”

Rollercoaster

“In maart denk je dat je nog alle tijd van de wereld hebt, maar na de sprintwedstrijden en Lemmer Ahoy begint de mallemolen al op volle toeren te draaien. Wedstrijd, trainen, wedstrijd, trainen, en dan is het dus zaak om naar een hecht team toe te groeien en het schip tot in de puntjes te leren kennen. Want de Sneker Pan is een ontzettend zinnig en weinig vergevingsgezind schip. Af en toe tijdens de trainingen dacht ik wel eens ‘Wat is er met dat schip aan de hand, het loopt voor geen meter. Dan trek je een stropje een paar centimeter aan en heb je van het ene op het andere moment een compleet ander schip. En dat is juist waar we met zijn allen mee bezig zijn, het schip van haver tot gort leren kennen, onder alle weerscondities. Want met zwaar weer vaar je doorgaans een vlakker tuig, dat er weer anders bij moet staan dan het bollere tuig voor lichtweer. Dat kan iemand je wel allemaal vertellen, maar je leert het alleen maar door het te doen, kilometers maken, manoeuvres oefenen. Tot vervelens toe.”

“Het mooie is trouwens wel dat we als team in het begin een hele steile leercurve meemaakten. De eerste wedstrijden stond ik ‘als een krant’ te sturen, maar langzamerhand komt het vertrouwen in het schip en vooral in jezelf. Want het is weliswaar niet de eerste keer dat ik ‘de Panne’ stuur, maar dan had ik altijd ‘heit’ als vangnet op het achterdek staan. Nu moet ik het zonder zo’n veiligheidsnet doen en dat is best wel spannend. En precies hetzelfde geldt voor de bemanning en de communicatie aan boord. De ervaren bemanningsleden zitten op sleutelposities op het skûtsje en daardoor leren de nieuwkomers heel erg snel. Nu nog alle manoeuvres er in ‘slijpen’, zodat iedereen 100% gefocust is op zijn taak en bijvoorbeeld een overstagmanoeuvre als vanzelfsprekend gaat. Wanneer het stil is aan boord, betekent dat dikwijls dat het goed gaat.”

SKS Kampioenschap

Wat verwacht je van het komende SKS kampioenschap? “We hebben zeven nieuwe bemanningsleden, een nieuwe mast, een nieuwe fok, nieuwe zwaarden en niet te vergeten een nieuwe schipper. Die veertien dagen SKS worden dus geestelijk en fysiek een ‘rollercoaster’. De Sneker Pan is in potentie een snel schip dat hoogte kan lopen als geen ander. Als wij het skûtsje niet te veel tegenwerken, en calamiteiten even buiten beschouwing gelaten, mogen we het eerste jaar heel content zijn met een plaatsje in de middenmoot.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding