Sport

De uitdaging van Jan: Als bambi op het ijs bij Kunstschaatsclub Thialf

Ik kan natuurlijk een beetje schaatsen, maar dansen op het ijs en pirouettes draaien? Op de ijshockeyschaatsen heb ik enige ervaring opgedaan. Maar kunstschaatsen zijn wel iets anders dan mijn eigen vertrouwde klapschaatsen. Hoewel de kortere ijzers redelijk overeen lijken te komen met ijshockeyschaatsen.

Afbeelding
HEERENVEEN - Na shorttrack, ijshockey en curling ga ik mijn vierde uitdaging aan op het ijs. Vandaag mag ik namelijk kunstschaatsen en eerlijk gezegd ben ik heel benieuwd hoe dit zal gaan.

Op zondagochtend meld ik me bij de balie van Thialf en daar word ik meteen doorverwezen naar het schaatswinkeltje om een paar kunstschaatsen te huren. De allergrootste maat die te huur is, is maar 42 en het past allemaal net. Met de schaatsen onder de arm begeef ik me naar de plek waar de kunstschaatsers trainen. Dat is aan de binnenzijde van de 400-meter baan en daar staat Annet Middeldorp, secretaris van de Kunstschaatsclub Thialf, me al op te wachten. Na een korte kennismaking trek ik mijn schaatsen aan om te gaan trainen met de groep Jong Volwassenen.

Kleine sport In Nederland is kunstschaatsen een kleine sport, maar in andere Europese landen is dat totaal anders. Met name in Rusland heerst er een echte kunstrijdcultuur en wordt de sport beoefend door vele jongens en meisjes. In Nederland zijn het met name meisjes die de sport beoefenen. Ook in Heerenveen is dat zo. Er is slechts één jongen onder de vijftig leden. Mijn trainster van vandaag, de 16-jarige Alicia Aikema, weet wel hoe dat komt. “Hier wordt het toch echt als een sport voor meisjes gezien, terwijl dat helemaal niet zo is. Het is een hele stoere sport en als jongen met over het algemeen meer sprongkracht kun je hele hoge sprongen maken. Het is ook wel een cultuurding. Hier in Nederland kiest iedereen voor langebaanschaatsen, in Rusland is dat kunstschaatsen.”

Rechtop

Als ik het ijs op stap, lukt het meteen om goed weg te schaatsen. Net als met ijshockey verbaast het me hoe gemakkelijk ik eigenlijk op de been blijf en echt al een beetje gevoel krijg op de schaatsen. Pootje over links en pootje over rechts gaat vrij gemakkelijk en vol goede moed schaats ik richting Alicia als de training begint. Na het tekenen van de presentielijst beginnen we. Het is leuk om te zien dat in deze groep veel nieuwelingen schaatsen en ik val zeker niet uit de toon met mijn hoekige bewegingen. Bij de eerste oefening maken we met de schaatsen een soort achtje waarbij we de schaatsen op het ijs houden, naar buiten duwen en weer terughalen. Na enkele remoefeningen beginnen we met de houding van een kunstschaatser. Ik schaats een rondje en Alicia komt bij me. “Je moet niet vooroverhangen maar rechtop staan. Je armen gaan omhoog, maar probeer je schouders niet te veel op te trekken, maar juist ontspannen te houden. Met de armen wijd omhoog kun je de balans beter houden.” Ik merk dat ik steeds in de voor mij bekende schaatshouding terugval, die door het marathonschaatsen voorovergebogen is. Telkens als ik dit verkeerd doe, spreekt Alicia me streng toe.

Pirouette

Eén van de meest in het oog springende onderdelen van het kunstschaatsen, naast de hoge sprongen, is natuurlijk de pirouette. Zo snel mogelijk ronddraaien rond je as. Alicia doet het voor. Ze gaat in de juiste houding staan met haar armen wijd gespreid en zet de punt van de linker schaats in het ijs en begint met rechts af te zetten. Na drie keer afzetten slaat ze haar armen om haar lichaam en zet ze haar schaatsen naast elkaar en begint te tollen. Na een x-aantal rondjes doet ze haar armen weer omhoog en al snel staat ze stil in dezelfde houding als waarin ze begon. “Nu jullie.”

Stuntelig begin ik af te zetten met rechts, terwijl de punt van mijn linkerschaats in het ijs staat. Na drie afzetten zet ik de schaats neer en draai wel iets, maar raak ook meteen in onbalans en van een pirouette is geen sprake. Na nog een vijftal pogingen schaatst Alicia mijn kant op en spreekt me streng toe. “Dit lijkt helemaal nergens op, je doet je armen niet langs je lichaam als je draait en je moet je buikspieren blijven aanspannen, anders lukt het nooit.” Enigszins beduusd van de strenge woorden herpak ik me. Het is moeilijk om alles waar je aan moet denken bij het maken van een pirouette tegelijkertijd uit te voeren. Alicia blijft bij me staan en wijst me elke keer op mijn fouten na een poging. “Nog een keer, nog een keer, nog een keer.” Haar strenge aanpak helpt want uiteindelijk ben ik toch in staat om in redelijke snelheid een pirouette te maken en ook weer tot stilstand te komen.

Na een uur zit de training er op. Kunstschaatsen is op zichzelf niet een sport die ik snel zou kiezen, maar het was heel erg leuk. Vanuit nul ervaring heb ik in korte tijd toch best veel kunnen leren. Ik kan me voorstellen dat kunstschaatsen voor iemand die van schaatsen en dansen houdt een fantastische sport is.

Door Jan van Loon Foto’s: Orange Pictures

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding