Schipper Sytze Brouwer: “Ik heb geen zin om mezelf druk op te leggen”
In zijn jeugd keek Sytze Brouwer op tegen de ‘skûtsjebedwingers’. Grote kerels, gespierde armen, eelt op hun handen, hangend in de schoten, aan de zwaardtalies of zoals zijn oudoom, oom en vader: aan het roer.

Buitenkind
“Een echt buitenkind”, omschrijft Sytze zichzelf. Hij ziet zichzelf nog ronddolend door Wartena, waar hij opgroeide. Of als jonge piraat met de schouw de wateren van de Alde Feanen onveilig maken. Achter de tv hangen of computerspelletjes spelen heeft zijn interesse nooit gehad. Hij moest zijn energie kwijt in fysieke uitdagingen. Het werd korfbal. Onder leiding van Jeen Bouwmeester, vader van olympisch kampioen Marit, behaalde het team zo’n zes keer de titel van Fries kampioen. “We trainden vijf keer per week, gewoon omdat we het leuk vonden”, lacht Sytze.
Hij was een jaar of acht toen zijn vader zijn onderneming in de binnenvaart startte en daarmee vaak van huis was. Omdat moeder niet wilde dat de kinderen naar een internaat gingen, bleef zij bij Sytze, zijn tweelingbroer en zijn zusje thuis. Pas toen Sytze achttien was, is moeder mee gaan varen. Broer Harmen was toen al matroos en ook hun jongere zus ging al vroeg op zichzelf wonen. De Brouwer’s redden zich wel met hun aangeboren zelfstandigheid.
Mee aan boord
Vandaag de dag is Sytze zelf binnenvaartschipper. Zeven dagen op, zeven dagen af bij van der Veen shipping in Delfzijl. Zijn vrouw Natasja is thuis, met hun dochter Jeske van twee.
Het binnenvaartberoep en het zeilen is hem van huis uit meegebracht. Op zijn veertiende mocht hij mee als bemanningslid, samen met zijn tweelingbroer. Om de beurt een wedstrijd. “Ik koos voor de oneven wedstrijden, want dan kon ik er één vaker mee omdat het er elf zijn”, lacht Sytze opnieuw. Die lach is onlosmakelijk verbonden met zijn levendige inborst.
Het begon in de roef, bij heit aan boord op het skûtsje van Earnewâld. Schoten binnenhalen en water brengen, van dat soort klusjes. Daar was hij tevreden mee, want dat hij mee mocht was al heel wat. Op zijn zestiende kreeg hij taken bovendeks. Een voorrangsbehandeling als ‘zoon van’ kreeg hij nooit. Dat wilde hij ook niet, want hij leerde graag alles wat er op het skûtsje plaatsvindt en dat doe je het snelst door het zelf te doen.
Hart volgen
Maar Sytze wilde meer leren. Toen heit rond 2004 naar het Heerenveense skûtsje vertrok, bleef Sytze achter op Earnewâld. Een andere schipper, een ander kunstje aan boord. Dat wilde hij meemaken. Maar zijn hart lag elders, zijn hart lag bij Heerenveen. Oom Tjitte was er jarenlang schipper geweest en heit jarenlang bemanningslid. Sytze bracht zijn jeugd door op dat skûtsje. Ondanks dat Earnewâld goed voor hem is geweest, volgde hij in 2009 zijn hart naar het skûtsje van Heerenveen. En nu is hij er zowaar zelf schipper op.
Tweede als debutant
Vorig jaar zette de 35-jarige schipper al een prestatie van formaat neer als debutant. Vooraf zei hij bij de eerste negen te willen eindigen; dat werd een tweede plaats. Sytze denkt er nog vaak aan terug. “De eerste wedstrijden zaten we steeds rond de vierde en zesde plek. Toen kwam Stavoren. Zeilen op het IJsselmeer met hogere golfslag is anders dan op het binnenwater en daar deden we het goed.” Ze werden tweede. De kroon op het werk kwam met de laatste wedstrijden in Lemmer. Brouwer behaalde tweemaal een eerste plaats en dat betekende een fikse ‘opschieter’ in het klassement.
Met zo’n prestatie ligt de lat hoog voor dit jaar. Sytze slaapt er niet minder om. “Ik wil gewoon mooi zeilen. Ik ga niet bij de eerste wedstrijden continu denken: ‘nu moet het wel zo gaan, want anders’. Dan sta ik gelijk een-nul achter. Lekker zeilen met een hoop plezier proberen te doen wat je moet doen. Ik heb geen zin om mezelf druk op te leggen.”
Voorbereidingen
De mannen van de Gerben van Manen trainen twee keer per week. Sytze analyseert ook filmbeelden van vorig jaar, zo probeert hij momenten te herkennen waar hij steken heeft laten vallen. Hij is een evenwichtige schipper. Als het spannend wordt keert hij weleens wat meer in zichzelf. Met adviseur Jens bespreekt hij dan de situaties. Maar moet hij een snelle keus maken, dan weet hij precies wat hij doet. Aan het roer weet hij het best wat het schip kan. Na de wedstrijd wordt het verloop altijd besproken. Dan mag iedereen zeggen wat hij wil. “Ik ben niet heilig, ik maak ook fouten. Maar daar leer ik dan ook van en dat verwacht ik ook van de bemanning.”
Akkrum
In het verleden behaalde de Gerben van Manen zeventien keer de kampioenstitel. Zeventien keer feest in Heerenveen. Bij de gemeentelijke herindeling van 2014 kreeg de gemeente Heerenveen met Akkrum erbij twee skûtsjes in de race voor de kampioenstitel. Een onderlinge concurrentiestrijd voelt Sytze niet echt. Hij wil wel winnen van Akkrum, zoals hij wil winnen van iedereen. Maar mocht het gebeuren dat hij niet wint, dan moet het Akkrum zijn.
Bevlogen is de jonge schipper zeker. Dat de Friese schippersfamilies traditiegetrouw aan het roer komen te staan, is iets waar ze van Sytze niet aan mogen komen. En zijn dochter is misschien wel de volgende Brouwer aan het roer: “Als ze het leuk vindt, mag ze het proberen!”
Door Kirsten van Loon Foto’s: ©Martin de Jong
















