Tafeltennisser Robert Jansen: “Ik wilde nog een keer een wedstrijd spelen met mijn vader”
Na zijn zeventiende basketbalde de nu 48-jarige inwoner van Heerenveen lange tijd en tafeltennis raakte uit beeld. Twee jaar geleden, 35 jaar na zijn laatste tafeltenniswedstrijd, besloot hij zijn zo geliefde sport weer op te pakken. Waarom? “Mijn vader is nu 71 en tafeltennist. Ik wilde heel graag nog een keer een wedstrijd samen met hem spelen. Dat is inmiddels gelukt. Sterker nog, we wonnen de wedstrijd tot onze verbazing.” Van doel behaald en stoppen wil de verzekeringsman echter niks weten. “Het is een fantastisch spelletje en mijn ambitie is om volgend jaar weer een niveau hoger te spelen.”

Robert groeide op in Winschoten waar hij ook naar de middelbare school ging. Na de middelbare school ging hij econometrie studeren in Groningen en leerde hij zijn vrouw kennen. Met zijn vrouw en drie kinderen woont Robert inmiddels al weer geruime tijd in Heerenveen. “Mijn vouw vond werk als fysiotherapeute in Heerenveen en ik werkte in Zwolle. Dat was goed bereikbaar met de trein vanuit Heerenveen. Inmiddels werkt Robert, die zichzelf typeert als een gezelligheidsmens, al weer twaalf jaar in Assen. Vier keer per week maakt hij de reis van ongeveer een uur naar de Drentse hoofdstad. “Ik wilde graag leidinggeven aan een afdeling en dat kon in Assen. Ik ben actuaris en doe dat bij Univé waar ik leiding geef aan tien mensen. We stellen premies vast voor bijvoorbeeld schadeverzekeringen.”
Emoties beheersen
Vanaf zijn elfde tot zijn zeventiende tafeltenniste Robert in Winschoten. “Ik zat daarvoor op voetbal, maar daar had ik te weinig talent voor en ook niet genoeg plezier in. Mijn vader tafeltenniste en de stap naar deze sport was snel gemaakt.” Hoewel hij na zijn zevende koos voor basketbal en niet meer lid was van een tafeltennisvereniging bleef de sport in zijn hart. Met veel enthousiasme vertelt hij over zijn passie. “Na 35 jaar pakte ik het tafeltennis best goed weer op. Mijn opslag, wat mijn sterkste punt is, was meteen weer goed. De slagenwisselingen waren wel wat roestig geworden maar met tafeltennis is het vooral zo dat veel oefenen snel resultaat oplevert. Het is een zeer technisch spelletje, maar het mentale aspect speelt een heel belangrijke rol. Dat is misschien wel 50 procent van het hele spel.” Robert komt met, zoals hij dat noemt, een recent verhaal uit de oude doos. “Ik speelde een competitiewedstrijd tegen een jonge jongen uit Dokkum. Hij toonde weinig respect, maar was technisch veel beter dan ik. Hij was echter gemakkelijk uit zijn concentratie te brengen en na een paar kleine opmerkingen van mijn kant ging hij steeds meer fouten maken. Dan moet je niet denken dat het vervelende opmerkingen zijn hoor, maar wel net genoeg, zodat hij de focus verloor. Ik won de partij terwijl ik puur op tafeltenniskwaliteiten echt te kort schoot. Die focus, die concentratie is met tafeltennis enorm belangrijk. Als je een fout maakt kun je daar niet in blijven hangen, want het volgende punt wordt meteen weer gespeeld. Gaan je emoties met je aan de haal, dan speel je vaak een verloren wedstrijd.”
Teamsport
Of het nu op zijn werk is, in zijn sociale leven, of bij de tafeltennisvereniging. Robert houdt van gezelligheid en is graag onder de mensen. Een teamsport past dan ook goed bij hem, al lijkt tafeltennis dat in eerste instantie niet te zijn. “Met tafeltennis speel je wedstrijden in een team dus het is wel degelijk een teamsport. Je levert door een individuele prestatie een bijdrage aan het team.” Toen Robert twee jaar geleden begon, startte hij in een team in de vierde klasse. Inmiddels speelt hij in de tweede klasse en zijn ambitie voor volgend seizoen is om in de eerste klasse uit te komen. De klasse waar ook zijn 71-jarige vader in speelt. “Tafeltennis kun je op een goed niveau op behoorlijk hoge leeftijd nog doen, al is mijn vader wel echt een uitzondering hoor. Toen ik tafeltennis weer oppakte was hij de hoofdreden om weer te beginnen. Het leek mij fantastisch om een keer samen met hem in een team te spelen voordat hij stopt, of erger nog het fysiek niet meer aankan. Ik moest daarom wel snel beter worden, want mijn vader speelde een stuk hoger.” Ondertussen heeft de Heerenvener dat doel al bewerkstelligd. “We hebben samen een toernooi gespeeld in Oost-Groningen. Je speelt dan op het niveau van de hoogste speler. In dit geval was dat de eerste klasse, want mijn vader speelt daarin. Tot onze verbazing wonnen we. Dat was een heel mooi moment en een voorrecht om met mijn vader te kunnen en mogen doen.”
We moeten groeien
Robert speelt tafeltennis bij Delta Impuls en heeft de mogelijkheid om twee keer per week te trainen in het dorpshuis van Haskerdijken. Hoewel Robert blij is met de locatie in Haskerdijken, zou hij liever zien dat er in Sportstad Heerenveen getafeltennist kon worden. “Dat heeft toch veel meer uitstraling?” Met net iets meer dan vijftig leden zijn de mogelijkheden beperkt weet hij. “In verhouding met Haskerdijken is het in Sportstad natuurlijk ontzettend duur om een ruimte te huren om te kunnen tafeltennissen. Als je klein bent als vereniging qua ledenaantal zijn de mogelijkheden beperkt. We hebben een fantastische vereniging en ik ben zelf altijd ambitieus. Hopelijk kunnen we de komende jaren werken aan meer herkenbaarheid voor de vereniging en een mooie groei bewerkstelligen en wie weet spelen we dan in de toekomst wel in Sportstad. Dat zou toch fantastisch zijn?”
Door Jan van Loon













