Van spontane start tot vaste traditie

Wat begon als een spontane actie met een vriendin, groeide uit tot een vaste traditie op Pinkstermaandag. Tecla Sikkes-Brandsma fietst dit jaar voor de vijftigste keer de Elfstedentocht. Door de jaren heen beleefde ze de tocht op allerlei manieren: zwanger, op een tandem en zelfs opnieuw op de fiets na hersenletsel.

“Ik werd in 1972 gevraagd door een vriendin om mee te doen,” vertelt Tecla. “We kwamen uit Het Heidenskip en zagen elk jaar die stoet fietsers langskomen met Pinkstermaandag, maar we hadden geen idee wat het eigenlijk was. De eerste keer stapten we zonder enige voorbereiding op de fiets.”

Zonder fietsbroek, zonder ervaring –en zonder het besef wat de tocht inhield, fietsten ze hun eerste Elfstedentocht. “De volgende dag konden we amper op het zadel zitten van de pijn,” lacht Tecla. “Dat hebben we daarna nooit weer zo gedaan.”

Vier keer met een dikke buik op de fiets

In de jaren na haar eerste tochten fietste Tecla fanatiek door, eerst op een gewone fiets, later op een racefiets samen met haar fietsmaatje Tom uit Workum. Toen hij stopte, ging ze alleen verder. “Ik zat toen ook bij wielerploeg Rally in Sneek. Ik vond het prachtig.”

Toen ze haar man Nico ontmoette en zwanger raakte van haar eerste kind, moest ze in 1983 voor het eerst een tocht overslaan. “Het jaar daarna deed ik gewoon weer mee, op een gewone fiets – en die heb ik daarna ook aangehouden. Tijdens het oefenen had ik mijn dochter achterop, want ik moest wel kilometers maken.”

Ook tijdens de zwangerschappen van haar andere kinderen bleef ze meedoen. “Mijn schoonmoeder was altijd ongerust. Dan ging ik naar de huisarts en vroeg: mag ik fietsen? En ik kreeg altijd groen licht. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor.”

De familie als steunpilaar

Tijdens de vele tochten kon Tecla altijd rekenen op haar familie, vooral op haar moeder. “Zij zat in Workum, op de Priesterhoek, waar ook mijn oom woonde. Mijn man Nico ging daar met de kinderen heen voor een gezellige middag.”

Toen haar oom en tante verhuisden, verdween dat vaste plekje, maar haar moeder bleef trouw. “Als ik ’s ochtends in Stavoren was, belde ik naar huis. Dan ging Nico richting Bolsward en mijn moeder naar de ‘Merk’ in Workum, met een tas bananen. Daar zat ze te wachten op mij – en later ook de kinderen om bananen uit te delen. Dat vond ik altijd zo mooi.”

Inmiddels is haar moeder overleden, maar nog altijd is ze er op haar eigen manier bij. “Als ik door de stempelpost in Workum ben, fiets ik even het kerkhof op. Mijn moeder zei altijd: ‘Foarsichtich, hè?’ En dan zei ik: ‘Ja mem, bin foarsichtich.’ Nu liggen er op het graf vaak bananen, dan zeg ik zachtjes: ‘Bin foarsichtich’, en fiets ik met de banaan in de hand weer door.”

Een nieuwe mijlpaal na hersenletsel

Zes jaar geleden veranderde alles toen Tecla een ernstige val maakte. Ze liep hersenletsel op en moest opnieuw leren fietsen. “Ik wist ineens niet meer hoe je op een fiets moest stappen.”

Toen in het coronajaar de tocht niet op de traditionele manier doorging, kreeg Tecla de kans om voorzichtig te oefenen. “Het jaar daarna was er een alternatieve tocht met QR-codes. Ik vroeg me af: zou me dat lukken?” Eén van haar zoons fietste mee om te kijken hoe het ging. “Toen ik weer terugkwam in Bolsward dacht ik: dit heb ik toch maar gedaan. Dit kan ik weer.”

Die tocht betekende meer dan een stempel. “Ik had echt gedacht: ik kan nooit meer fietsen. En toch lukte het. Dat maakt het extra bijzonder dat ik nu mijn vijftigste kan rijden.”
Net als bij haar 30ste Elfstedentocht fietst haar zoon ook dit jaar weer met haar mee.

“Ik houd van ruig weer”

De tocht mag dan veranderd zijn – van intiem naar massaal, van gezellig naar snel – Tecla blijft haar eigen tempo fietsen. “Ik houd niet van drukte. Als het moet, ga ik even aan de kant.”
Ze grapt: “Geef mij maar ruig weer. Warmte is niks en altijd wind mee is saai.” Met die instelling stapt ze ook dit jaar weer op de pedalen voor haar 50ste Elfstedentocht.