Fietsen in Sneek is billenknijpen
Sneek - Mijn schoonmoeder is 94 en zat tot voor kort nog vrijwel dagelijks op de fiets om haar boodschappen in de stad te doen vanuit de FrittemaState in Sneek. In het begin over de Leeuwarderweg, even afstappen bij het kruispunt Oosterpoort, daarna over de Prins Hendrikkade richting centrum. Sinds zij enkele malen is klemgereden en eenmaal is gevallen toen ze werd opgesloten tussen de stoeprand van het ‘kattengrit’ en een auto die (te) ver naar rechts uitweek voor een tegemoetkomende vrachtwagen, neemt ze de route over de Leeuwarderkade en de Looxmagracht. Ook daar is zij een keer gevallen en sindsdien staat de fiets ongebruikt in het fietsenhok.

Ter verdediging van de situatie op de Prins Hendrikkade, die we straks ook op de Lemmerweg, Leeuwarderweg, en Jousterkade gaan krijgen, wordt door ‘de ambtenarij’ aangevoerd dat fietsers hun rechten moeten nemen, zich assertiever moeten gedragen. Mijn eigen ervaring is dat als je breeduit gaat fietsen op de PH-kade, je van een automobilist, die al een minuut gefrustreerd achter je heeft gereden, een ‘vingertje’ kunt krijgen zodra zich een paar meter ruimte voordoet en hij/zij vol gas en met veel misbaar voorbij stuift, om je daarna 20 meter verder klem te zetten tussen zijn auto en de stoeprand door zo ver mogelijk naar rechts te gaan, wanneer hij voor het stoplicht of de rotonde moet wachten. En je hebt mazzel wanneer je niet meteen wordt gesneden.
De heilige tekentafel
De bestuurders van de meeste gemeenten beroepen zich op tekentafeloplossingen (de weg is zo breed en daar kunnen dus gemakkkelijk twee auto’s elkaar passeren), statistieken over het aantal al dan niet eenzijdige ongevallen en het aantal aangiften. Maar vergeten daarbij een belangrijk ding, namelijk dat fietsers en automobilisten geen vrienden zijn (de goeden daargelaten). De meeste automobilisten raken gefrustreerd omdat ze beschikken over een te ongedurig rechtervoetje en het vervelend vinden om opgehouden te worden. Iemand die beschut in een voertuig op vier wielen zit, heeft weinig last van de weergoden die niet altijd meewerken. Wind, regen, gladde klinkers, stoepranden en vooral de automobilisten zelf maken het fietsen op zich al tot een avontuur. Maar ‘we binne nyt fan súker’, dus we pakken toch de fiets. Maar wanneer de verkeerssituatie het fietsen tot een soort verkapte ‘Russische Roulette’ gaat maken, doordat de gemeente de toegangswegen smaller gaat maken om het autoverkeer in snelheid af te remmen, maar daardoor juist de groep fietsers in problemen brengt, is dat het paard achter de wagen spannen en haken fietsers af. Ergo, fietsers moeten beschermd worden, want als er twee groepen weggebruikers zijn die zich allebei assertief gedragen, geldt het recht van de sterkste.
Psychisch
Tot zo ver de rationale argumenten. Maar waar nooit bij stil wordt gestaan zijn de psychische aspecten van verkeersonveilige situaties. En wat voor ouderen geldt, slaat net zo goed op jonge, soms wat drieste en onvoorspelbare fietsers. Ik begon dit verhaal met mijn schoonmoeder, maar wat haar overkomt is alleen maar als een (misschien wat chargerend) voorbeeld bedoeld. Feit is dat veel oudere mensen bang zijn op de fiets wanneer ze niet op een afgescheiden fietspad kunnen rijden waardoor ze het gevoel hebben beschermd te worden. Je ziet dat aan het gedrag. Onzeker, minder goed in evenwicht houden, omkijken gaat minder goed (’bitsje krebintech’) en niet remmen maar afstappen bij een stoplicht. Dus vragen van deze groep fietsers om zich assertief te gedragen, om hun rechten uit te oefenen, getuigt van een ongelooflijke naïviteit of zelfs minachting voor de ouderen op de weg. Ik heb verschillende gemeentelijke argumenten gehoord waarbij mijn nekharen recht overeind gingen staan.
Mijn schoonmoeder heeft afgehaakt en kijkt dagelijks met weemoed in haar blik naar haar fiets die ongebruikt in het fietsenhok staat. Haar fiets, die voor haar het equivalent was voor een stukje vrijheid. Als het mooi weer is even naar de stad peddelen voor een bakje bij Onder de Linden, even een roggebrood halen op het Grootzand en nog even aan bij Gerrit Korenbloem. Omdat ze te oud is om haar rechten te nemen en assertief te zijn. En dat soort gevoelens is met geen tekentafeloplossing, geen statistiek en telling van de aangiften te ondervangen, noch te verdedigen.
Oplossingen
Je hoort voor de zwakste groep verkeersgebruikers op te komen en dat kan op drie manieren. Ten eerste kun je de zwakste groep tegemoetkomen door fietspaden te creëren. Ten tweede zou je de sterkste groep verkeersgebruikers in onzekerheid (lees langzamer rijden) kunnen brengen door Shared Space toe te passen in zijn zuiverste vorm. Dus zonder verkeersborden, stoepranden en aanwijzingen. Want met het smaller maken van de wegen ben je er niet. En ten derde zou je de oplossing waar op de Lemmerweg en Prins Hendrikkade voor is gekozen (een soort onzalige halfslachtige vorm van Shared Space), kunnen handhaven, maar alleen als je daar een superstrak en vrijwel ononderbroken restrictiebeleid voor de automobilisten aan vast knoopt. Te hard rijden, bon. Fietser wegdrukken, bon. Maar daar hebben de dienst handhaving en de politie in SWF de mankracht niet voor.
Fietsen hoort leuk te zijn en de infrastructuur van de stad hoort uit te nodigen om de fiets te pakken. Maar door het systematisch wegsaneren van het leuke aan fietsen, namelijk de ontspanning, door een infrastructuur te creëren, waarbij er van wordt uitgegaan dat de groepen fietsers en automobilisten gelijkwaardig zijn, hebben we de verkeerde afslag genomen.
Wim Walda















