Algemeen

Feito van der Wal van historische werkgroep Kynhout De Knipe: “Ik bin opsetten foar de oarloch”

Naar de vraag hoe dit zo heeft kunnen ontstaan. Er wordt wel gezegd: om het heden te begrijpen, moet je het verleden kennen. Heeft een zoektocht naar het verleden met zingeving te maken, wellicht? Of heeft het met nieuwsgierigheid te maken, met het willen weten? Hoe het ook zij, er zijn altijd mensen, die die geschiedenis van eigen stad of dorp induiken. Zo’n man is Feito van der Wal uit Het Meer, een buurtschap vlak onder Heerenveen.

Afbeelding
HET MEER - Elke stad en elk dorp heeft zo zijn geschiedenis en wie zich echt verbonden voelt met die stad of met dat dorp komt een keer in de verleiding naar het verleden te zoeken.

“Dy belangstelling komt mei de jierren”, zegt Feito van der Wal, erelid van historische werkgroep Kynhhout uit De Knipe. “Onder de vijftig jaar zijn mensen er niet zo mee bezig, dan heeft iedereen wel wat anders te doen. Van der Wal wordt 18 september, de dag waarop deze krant verschijnt, 79 jaar. De historische werkgroep is opgericht in 1982. Feito van der Wal was toen 42. Hij was er dan vroeg bij, constateren wij. “Ik heb altijd al belangstelling gehad voor geschiedenis en voor geologie. Het heeft er altijd al ingezeten.”

Kanaal was autosnelweg van toen

“Ik bin opsetten foar de oarloch, en berne yn’e oarloch, op 18 septimber 1940. Ik ha hjir altiten al wenne.” ‘Hjir’ is een groot huis aan Het Meer, It Mar op zijn Fries, een buurtschap onder de rook van Heerenveen, richting De Knipe. Of beter, Benedenknijpe en Bovenknijpe, zoals het ooit heette. “Hier was ooit een wilgenmeertje, vandaar de naam ‘Het Meer’. Met het dempen van het meertje en het dempen van het kanaal verderop is de hele historische ligging van de buurtschap verloren gegaan. “It Mar was vroeger een gebied met petgaten en wilgentenen. Hier waren daarom veel mandenmakers. Tot mijn ongenoegen is ‘de feart’ in de zeventiger jaren gedempt. De grutto’s en kieviten zijn weg.”

We gaan nog even verder terug in de tijd. “Het kanaal, de Schoterlandse Compagnonsvaart, was wat de autosnelweg nu is. Vanaf Hoornsterzwaag via Bontebok, Bovenknijpe, Benedenknijpe en Het Meer bereikte de turf de Heersloot in Heerenveen en ging het verder naar Amsterdam. Daar was de turf nodig, want in de industrie werd gestookt met turf.”

Fossiel hout

“Dit is een hoogveengebied uit de tijd van het Holoceen, de tijd na de laatste IJstijd. Toen hier de afgravingen begonnen, kwamen er stronken kienhout tevoorschijn, kynhout op zijn Fries, fossiel hout dat in het veen heel goed bewaard is gebleven. Zo komt de historische werkgroep aan zijn naam.” Van der Wal toont ons een bijna halve meter stuk kiennhout, dat volgens hem tussen de vijfduizend en zesduizend jaar oud moet zijn. Het ziet er bijzonder uit, als een kwetsbaar kunstwerk, en ik pak het heel voorzichtig in mijn handen, Maar zo’n uniek stuk is het niet, volgens Van der Wal. “Er is hier héél veel kynhout gevonden.”

Er kwam geen hond

Werkgroep Kynhout is opgericht door Arie van der Ploeg. Samen met Van der Ploeg verzorgde Feito van der Wal lezingen in het café in De Knipe, waarbij Feito het beeldmateriaal maakte. Feito was en is nog steeds de man van de documentatie, vooral in beeld. “Dat waren in het begin diapresentaties. Op onze eerste lezing over het veen kwam geen hond. Nou ja, tien man. Toen we een tijdje later weer een lezing wilden geven, dachten we dat er een dubbelboeking in het café was. Er was vast tegelijkertijd ook een bruiloft, dachten we, zo druk was het. Maar al die mensen bleken voor onze lezing te komen.” Van der Wal moet er nog om lachen, als hij aan die eerste keren denkt. “Dia’s presenteren moet je leren. Vooral aan grote groepen. We werden, als we iets uitlegden, voortdurend verbeterd. ‘Nee, dat is niet die en die maar die en die’, dat soort dingen.”

Museum Willem van Haren

Arie van der Ploeg en Dick Eisma waren in die tijd sterke drijvende krachten achter de werkgroep. Van der Wal noemt meer namen, waaronder Herman Aarts. “Herman Aarts was de pas benoemde eerste directeur van het nieuwe Museum Willem van Haren. Die is lid van ons groepje gebleven tot aan zijn nieuwe werkkring. Daarna kwam Ad Geerdink als directeur, die heeft ons ook veel geholpen. Met de nieuwe directeur (Linda Trip van het Heerenveen Museum, zoals Willem van Haren intussen heet – red.) heb ik weinig tot geen contact. Het is er nog niet van gekomen.”

Monnikenwerk

Alle namen van vroegere en huidige werkgroepleden noemen doen we niet, maar Feito van der Wal wil dat we in elk geval één naam van nu wél noemen. “Marten Dijk. Marten heeft monnikenwerk verricht, door alle gegevens van de inwoners van Bovenknijpe, Benedenknijpe en Het Meer uit het bevolkingsregister die door de jaren heen zijn geregistreerd, te digitaliseren. We krijgen verzoeken uit het hele land om inlichtingen over oerpake of-beppe die hier ooit gewoond en gewerkt hebben. Dankzij Marten kunnen we hen nu snel opsporen.”

Video-Interviews

“We zijn destijds begonnen met interviews op video”, zegt Van der Wal, zoals gezegd de man van de documentatie. “We interviewden mensen van tachtig jaar, want ‘straks falle se oer de râne en dan kin it net mear’. We gingen bij alle oude mensen langs. We waren ons ervan bewust, dat mooie verhalen anders verloren dreigden te gaan. Dat is natuurlijk een continu proces, realiseerden we ons veel later. Van al die mensen die we toen interviewden, leeft er niet een meer. Dat zijn nu prachtige documenten.”

Feito beseft dat, als hij dit zegt, hij inmiddels zelf ook de tachtig nadert. “Dan moet er nog een video-interview komen met mezelf”, oppert hij.

Afbeelding