Algemeen

Stichting Thalente uit Aldeboarn helpt in Zuid-Afrika

Thalente ondersteunt er kleinschalige lokale projecten. Door financiële bijdragen en door daadwerkelijk de handen uit de mouwen te steken. De inwoners uit Aldeboarn zijn bekend met het werk van Thalente en ondersteunen dit door plaatselijke acties. Groot Heerenveen sprak met Jannie Jager en Klaske Tamminga, bestuursleden van de stichting.

Afbeelding
ALDEBOARN - Vanuit Aldeboarn opereert Stichting Thalente, een organisatie die tien jaar geleden is ontstaan na een periode van vrijwilligerswerk in de townships in de buurt van de stad Durban in Zuid-Afrika.

Eigenlijk hebben wij voor dit interview afgesproken in Aldeboarn zelf, maar Klaske Tamminga werkt in Heerenveen als juridisch medewerker bij de gemeente, dus afspreken in Heerenveen is wat praktischer. En voor Jannie Jager, in het dagelijks leven projectmanager en coach in de ouderenzorg, komt dat deze dag ook wat beter uit, want ze heeft “het hele huis op de kop”, naar eigen zeggen. We ontmoeten beiden in Heerenveen-Centrum.

Mienskip fan Tuorkemjitters

“Stichting Thalente is opgericht door Geke Haspels”, begint Jannie Jager, “en is in juni 2008 ingeschreven als stichting”. Samen met Nynke Akkerman stonden Geke en Jannie tien jaar geleden aan de basis van Thalente. Klaske Tamminga noemt de rest van de bestuursleden: Peter Algera, Harm Mulder en Jitske van der Wal. Zij zijn met elkaar degenen, die momenteel Thalente dragen. En dan zijn er natuurlijk de vele vrijwilligers. Allen komen ze uit Aldeboarn. “Thalente is uit ‘de mienskip fan de Tuorkemjitters’ ontstaan.” Het begon allemaal, toen vrijwilligers uit Aldeboarn in de townships bij Durban in Zuid-Afrika ontdekten, dat kinderen niet naar school konden omdat er geen schoolgeld kon worden betaald of omdat ze geen schooluniform konden kopen. “Zonder schooluniform mag je niet op school verschijnen”, legt Klaske uit. Terug in Friesland werd besloten om hulp te verlenen, maar dan wel doelgericht. “Het moest behapbaar zijn”, zegt Jannie, “en controleerbaar.” Klaske valt haar bij. “Je kunt beter een project ondersteunen waarvan de resultaten duidelijk zichtbaar zijn. We focussen ons daarom op kleinschalige projecten die dichtbij ons staan. Ons projecten zit dan ook alleen in Durban.”

In Aldeboarn heeft Stichting Thalente de steun van de inwoners, de scholen, de kerk en het bedrijfsleven algauw achter zich. “We hebben inmiddels veel vaste donateurs en sponsors. In 2018 is er een grote benefietveiling geweest ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Thalente. Veel Boarnster ondernemers, maar ook van buiten het dorp, stelden een veilingstuk beschikbaar. We hebben van Jorrit Bergsma zelfs zijn olympische kleding mogen veilen.”

Verder is er in Aldeboarn een aantal jaren geleden een winkel, De Ynbring, gestart waar tweedehands spullen worden verkocht. De winkel wordt geleid door vrijwilligers en de opbrengst uit de winkel komt deels ten goede aan Thalente.

Isiaiah54

“We hebben bewust voor één groot project gekozen en dat is het project ‘Isiaiah54’ in Durban”, zegt Klaske. ‘Isiaiah54’ is een opvanghuis voor twintig ontheemde kinderen van 0 tot 18 jaar. Jannie legt uit: “Het opvanghuis wordt geleid door Glynnis Bronwen Wight, een Zuid-Afrikaanse die daar dit opvanghuis ook is gestart. Ze noemen haar daar allemaal ‘Mom’. Glynnis wordt bij de leiding van het huis geholpen door een jonge Nederlandse vrouw die Youandi heet. ‘You and I’ is dat eigenlijk. Daarnaast zijn er nog twee nanny ‘s. Er worden ouderloze kinderen, die op straat moeten leven, opgevangen. Maar ook kleine baby’s, die in de steek zijn gelaten of te vondeling zijn gelegd. Vaak hebben die baby’s drugsouders en moeten die baby’s eerst afkicken.”

Regelmatig vertrekken er vrijwilligers vanuit Aldeboarn voor enkele weken naar Durban om ter plaatse te ondersteunen bij de projecten. Voor Thalente is dit belangrijk om contact te houden met de projecten. Er wordt geholpen met het aanleggen en onderhouden van groentetuinen en er wordt geassisteerd bij de dagelijkse werkzaamheden in het opvanghuis, bijvoorbeeld door de kinderen naar school te brengen en door te inventariseren welke hulp er verder nodig is. “Onze vrijwilligers zijn heel praktisch bezig. Een paar jaar geleden bijvoorbeeld, zijn drie jongens uit Aldeboarn er geweest om een speeltuin te maken.” Ook voor voedselpakketten uit supermarkten, babyvoeding en luiers, schoolgeld en energiekosten wordt er maandelijks een financiële bijdrage geleverd door Thalente.

Bonnetjes op tafel

Bij het project ‘Isiaiah54’ is het duidelijk dat de geleverde bijdragen goed terecht komen en dat is in het verleden wel een lastiger geweest. Glynnis Bronwen Wight, ‘Mom’, is de vaste contactpersoon ter plekke. “Er is natuurlijk wel een online verbinding met de projecten”, zegt Jannie, “maar je moet je voorstellen dat de communicatie met Zuid-Afrika heel anders loopt dan hier. We hebben al eens meegemaakt, dat we ter controle graag kassabonnetjes wilden zien, zodat we alle uitgaven goed konden bewaken. ‘Neem maar een foto van de bonnetjes’, zei ik toen, ‘dan verwerken we ze hier wel’. Kreeg ik een foto van alle bonnetjes op een grote hoop op een tafel.”

Ook de twee basisscholen in Aldeboarn zijn bij het Thalenteproject betrokken. Over enkele weken zal er via de scholen een actie op touw worden gezet om te helpen de sanitaire voorzieningen te verbeteren. “Er is al een aparte watertank gemaakt”, zegt Jannie, “zodat wc’s niet met schoon drinkwater hoeven te worden doorgespoeld, maar het opvanghuis heeft extra sanitaire voorzieningen nodig.”

Klaske en Jannie zijn ervan overtuigd dat Stichting Thalente ‘het verschil kan maken’ voor deze kinderen in Zuid-Afrika. Via de stichting kunnen vrijwilligers direct aan de slag om daadwerkelijk een bijdrage te leveren. Een mooi initiatief, dat ook directe en zichtbare resultaten oplevert.

De ‘Tuorkemjitters’ verdienen er wat ons betreft een standbeeld voor. “Het standbeeld van de tuorkemjitters hebben we al”, lachen de twee bestuursleden.

Meer informatie over Stichting Thalente en haar projecten is te vinden op de website www.thalente.nl.

Foto: ©Hielke Weening

Afbeelding