Damy Oord: “Als je hobby je werk is, vliegt de tijd zo om”
Op een dag wil hij zijn eigen zaak runnen, maar eerst nog meer ervaring opdoen en sparen.

Café Bleeker én Tjaarda Oranjewoud?
“Ja, bij Tjaarda sta ik in de keuken en bij Bleeker achter de bar. Het past allemaal net, maar ik moet echt wat te doen hebben, als ik een dag vrij ben word ik rusteloos.”
Woon je je hele leven al in Heerenveen?
“Op een jaar na. Toen ik negen was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder nam ons mee naar Dronrijp. Ze zei dat we op vakantie gingen, maar toen ik er ook naar school moest, had ik wel door dat het anders zat. Later zijn we terug gegaan naar Heerenveen en ben ik bij mijn vader gaan wonen. Ik kan niet zo goed met mijn moeder opschieten, ik heb haar al een tijd niet meer gesproken. Het is wat het is.”
Ik hoorde ook dat je vanaf je twaalfde al in de horeca werkt?
“Nee, dat klopt niet. Toen ik twaalf was, wilde ik graag werken. Ik kwam als bijrijder op de vrachtwagen terecht. Een hele zomervakantie mee naar het buitenland, helpen met laden en lossen. Daarna heb ik nog twee jaar als autopoetser gewerkt, tot ik op mijn veertiende bij ‘Gerecht terecht kwam.
Eigenlijk zocht je gewoon werk, niet per se in de horeca?
“Jawel, ik wilde wel graag de horeca in.”
Waarom?
“Ik weet het niet precies. Het gezellige en toch hard werken. Je ontwikkelt jezelf heel goed in de horeca, vind ik.”
Kun je dat uitleggen?
“Je leert je eigen grenzen kennen. En je leert ook andere mensen kennen. Je doet vooral veel mensenkennis op.”
Toen je bij ’t Gerecht terecht kwam, had je toen direct het idee: dit is mijn wereld?
“Ja, absoluut. Maar daar kon ik het nog niet helemaal vinden. Ik ben op mijn 15e bij Paolo gaan werken, daar kwam ik echt in de keuken terecht; de koude kant, salades en zo. Maar ik was te druk in mijn hoofd, ik wilde te veel. Als het druk werd, verzoop ik erin.”
Heb je daar hulp bij gehad?
“Shabaz, de eigenaar van Paolo, heeft mij goed geholpen. Ik werkte toen zeven dagen in de week. Van hem moest ik een stapje terug doen. Dat deed mij goed. Daarna heb ik mij aangemeld voor de koksopleiding, werken en leren. Ik ben toen bij Beijk catering terecht gekomen, zij zitten onder andere in het Abe Lenstra stadion. Daar kookten we voor de spelers. Een top jaar en ontzettend veel geleerd.”
Maar daar kook je één gerecht voor zo’n vijftien man. Dat is niet het restaurantwerk.
“Klopt, maar ik koos bewust voor Beijk want ik wilde echt de basis leren. Na dat jaar ben ik naar De Mallemok in Sloten gegaan, maar in de winter bleek ik boventallig en toen kon ik daar toch niet een praktijkjaar draaien.”
Dus had je een probleem.
“Ja, maar als ik een probleem heb, dan ben ik ook van het snel oplossen. Ik ben meteen in de telefoon gaan hangen en vond een plek bij Paul Kruger.”
Ben je altijd zo ‘hands-on’?
“Ik ben altijd ‘koart foar de kop’. Het moet gewoon klaar. Als mij iets niet bevalt, dan zal je dat ook horen. Ik ben ongelooflijk eigenwijs.”
Paul Kruger, daar werden toch ook de deuren gesloten.
“Ja, in het jaar, dat ik er werkte. Maar toen kon ik verder bij De Koningshof, dat was ook top. Mooie à la carte gerechtjes maken. Door filmpjes te kijken, schoolde ik naast mijn opleiding ook mijzelf nog bij. Na dat jaar ben ik naar Tjaarda in Oranjewoud gegaan en daar werk ik nu nog steeds. Ooit wil ik zelf leidinggevende worden.”
Je eigen restaurant?
“Dat niet eens per se, maar wel ondernemen in de horeca. Misschien een cocktailbar, een mix van het werk wat ik nu doe, achter de bar en kennis van smaak. Ik werk ook als cocktailbartender, mensen kunnen mij inhuren voor een feest bijvoorbeeld.”
Maar voorlopig nog geen eigen zaak?
“Nee, eerst nog even thuis wonen en werken. Ik had eerder ook het idee om enkele maanden in Portugal andere werkervaring op te doen. Maar mijn vader werd heel ziek, hij wordt niet meer beter, dus ik blijf in de buurt.”
Wat vind hij van wat je nu allemaal doet?
“Mijn vader? Die is trots. Die ziet mij op een dag wel een eigen zaak runnen.”
Wat vind je zo mooi aan het kokswezen?
“Het persoonlijk maken. Als ik een gerecht maak, dan doe ik dat op gevoel. Bijvoorbeeld een stuk stoofvlees, wat mij aan mijn oma herinnert, met dat gevoel maak ik het gerecht.”
De feestdagen komen eraan, vol aan de bak?
“Ja, dan ben ik werk alle feestdagen bij Tjaarda. Maar niet op nieuwjaarsdag, dan ben ik waarschijnlijk niet zo fit.”
Ontladen?
“Ja, even niks aan mijn hoofd. Een moment voor mijzelf. Het nachtleven vind ik ook heerlijk. In de nacht is alles anders. Mensen vragen zich soms af hoe ik het volhoud, maar als het je hobby is en niet je werk, dan vliegt de tijd zo om.”















