“Koeien en boer moeten respect voor elkaar hebben”
“At jo goed op de kij passe, passe de kij goed op jo”. Boer Sytze Holtrop van Rottum houdt van zijn 65 koeien. Die bij collega’s in een ligboxstal in de stront rondlopen. Bij Holtrop liggen ze lekker in het stro van de grupstal. Ze betalen dat Sytze Holtrop terug in een hoog rendement. Koeien en boer Holtrop hebben respect voor elkaar.

Alleen een veehouder heeft tegenwoordig niet alleen rekening te houden met zijn koeien, maar ook met de consumenten. En Sytze Holtrop (58) weet dat het evenwicht daarin momenteel zoek is. Hij ergert zich eraan dat iedereen de boeren van alles de schuld geeft. De koeien hebben geen menswaardig bestaan. De weidevogels komen niet terug. Er worden te veel fosfaten gebruikt. De koeien stoten te veel CO2 uit. De melk is te duur. Ga zo maar door. Maar hij ergert zich ook aan de eigen organisaties. En aan de zuivelfabriek Friesland- Campina. Hij zit al 35 jaar in die coöperatie, maar ineens vindt dat bedrijf dat hij een ander beleid zou moeten voeren dan hij ooit zou willen. Ze willen zijn grupstal niet meer.
November 2017: geen grupstal meer
Het regent. En het is donker. ‘s Middags een uur of vier. De koffie staat klaar bij de familie Holtrop. De twee zoons van Sytze, Sietse en Johannes zijn er ook. Ze runnen het loonwerkersbedrijf dat hun vader in 1985 naast het boerenbedrijf oprichtte. “Mar we bemoeie ús folslein net mei elkoar”. Maar heeft blijkbaar nog wel enige invloed, want “at ik inkeld boer wie, soe’k my besauwe”. Aan tafel ontstaat een merkwaardig vrolijke discussie over boeren en hun bedrijf, terwijl ze toch wat in mineur zijn. Aan niets is te merken dat Sytze Holtrop ‘de schurft’ heeft aan een bedrijf waar hij al 35 jaar melk aan levert.
Grupstallen willen we niet meer, zei dat bedrijf onlangs. Laat Sytze Holtrop net in 2013, toen hij zijn bestand koeien vermeerderde van 35 naar 65, een nieuwe grupstal gebouwd hebben. Een mooie ruime stal. Maar zegt Friesland-Campina, de koeien staan er vast, en dat wil de consument niet. “Ze volgen gewoon wat de consument roept”, zegt Holtrop. Een hedendaagse grupstal is heel anders dan een ouderwetse. Daar zitten best verkeerde dingen in. Laat hen nu individueel controleren en daar het beleid op vaststellen.
Schoon en fris
Het is overigens merkwaardig. Als Friesland-Campina roept (en betaalt) dat de koeien weer in de weide komen te staan, is Holtrop het volstrekt met hen eens. Terwijl juist de koeien uit de ligboxstal niet meer buiten komen. Hij zegt het niet luidop, maar vindt de ligboxboeren wat luier dan een echte boer. Die hebben misschien meer een hekel aan melken en gebruiken daarvoor robots. Holtrop noemt het mild een ander soort boer. Maar: “wý moatte noch troch de knibbels.” Legt uit dat hij evenwel bliksemsnel kan melken.
Hij heeft drie jaar terug zorgvuldig gerekend. Een grupstal kost hem 15 jaar drie cent van elke liter melk. Dat kan. En als dan de productie per koe omhoog gaat als die nieuwe stal er is, is dat mooi meegenomen. Het maakt Sytze Holtrop tot een tevreden boer. Als de grupstal zou zorgen voor veel kreupele of zieke koeien, zoals Friesland-Campina veronderstelt, zou zijn lol er gauw af zijn. “Je moet consequent zijn”, zegt hij. “Een zieke koe wordt niet automatisch beter. Ingrijpen. Direct.” Maar zijn koeien worden niet ziek of kreupel. Ze hebben geen gevechten om de rangorde. En ze zijn schoon, ruiken fris. Ze gaan liggen. Ze eten en geven melk. En als de ‘maaitiid’ komt stormen ze enthousiast de wei in.
Januari 2018: toch wel een grupstal
Friesland-Campina stuitte op een hoop tegengas na hun uitlating over het afserveren van de grupstal. Holtrop en andere boeren ontvingen onlangs een excuusbrief van de voorzitter van Friesland-Campina. Hierin gaf de voorzitter aan dat het bericht over de grupstallen nooit zo geformuleerd had mogen worden. De komende jaren gaat er vanuit de zuivelcoöperatie nu niet zoveel veranderen.
“Mijn koeien zijn gemiddeld zeven jaar oud en ik heb er ook een paar van 14 jaar die het nog heel goed doen. De dieren hebben plezier. Er werd heel eenzijdig gekeken door Friesland-Campina. Het negatieve beeld van grupstallen is de afgelopen maanden een beetje bijgesteld. Geen kreupele koeien en de dieren hebben meer rust. Ze staan wel gebonden, maar ik combineer de grupstal áltijd met weidegang. In de zomer gaan ze zelfs dag en nacht naar buiten. En met dit weer – regen, wind en kou - willen de dieren helemaal niet naar buiten. Koeien zijn wat dat betreft net mensen.”
Helemaal gerust is Holtrop nog niet. “Niks is zeker, het is net als met politiek. Maar ik ben blij dat ook de positieve kant van de stallen is toegelicht. Anders krijg je het gevoel dat je niks meer goed doet. Met de nieuw stal had ik juist in dierwelzijn geïnvesteerd. De terugverdientermijn is ook lang en als je dan maar vijf jaar vooruit kan kijken is dat moeilijk.” Echt een nacht wakker heeft hij er niet van gelegen. “Wij zijn nuchtere Friezen. Mijn koeien hebben geen stress en ze doen het goed. Met stallen is het zoals Cruijff ooit zei: elk voordeel heb z’n nadeel en vice versa.”
Schaalvergroting
Boer zijn is een prachtig vak. Holtrop heeft het geërfd. In 1985 nam hij de 27 koeien van zijn vader over. Hij kijkt wel om zich heen: toen waren er 46 boeren rondom. Nu nog 11. Maar buurman koopt land van buurman. Die 11 boeren hebben nu alle land van die 46. Dat is niet veranderd. Dus moet de overheid steeds verder ingrijpen. Strijd tegen de fosfaten. Holtrop pleit voor het gebruik van “rûge dong”, de stront van de koeien vermengen met stro. Dat in het voorjaar over het land brengen. Wetenschappers zeggen dat de boeren die maïs kweken het land vernietigen, waardoor er geen insecten meer zijn. Holtrop: “Lit de boeren de maïs mar dwaan mei rûge dong”.
Of nee, dat zegt Holtrop ook weer niet. Iedereen moet het maar op eigen manier doen. Vrijheid in handelen is het bestaansrecht van de boeren. Tot bepaalde grenzen natuurlijk. Holtrop is bijvoorbeeld geen lid meer van de LTO, de nationale boerenorganisatie. Voelt zich daarin niet meer thuis. De LTO voert de productiefactor te vaak uit, zonder met andere dingen rekening te houden. “De bedriuwstak fielt net mear goed. We moatte wat mear binnen de perken bliuwe”. Hij laakt het nitraatgehalte in het grondwater van de boeren.
Op “eigen hiem” voelt het beter. Snuift diep als hij zijn (grup)stal binnenkomt. Hij ruikt geen ammoniak, maar koeien. “En at de kij maaitiids wer it lân yngeane tink ik: wat is dit een hearlik fak”. Dat weer niet te veel moet veranderen. Want “yn in lizboks sil ik nea wurkje. Dan hâldt ik op”.

















