Friese Canadees Eddy Dykstra: “Ik beleef een muzikale tweede jeugd”
Drie maanden later emigreerde de familie Dijkstra naar Canada, het land van de ultieme vrijheid en de onbegrensde mogelijkheden. Nederland werd Canada en werd na het overlijden van vader Sjoerd weer Nederland. Ids werd Eddy, Dijkstra werd Dykstra. Het bleef Eddy Dykstra, ook na de terugkeer naar Nederland. Hij werd jaren later bekend als de Friese Canadees, die zong over emigranten en terugkeer naar ‘it Heitelân’.

“Waarom emigratie? Mijn vader was de jongste van het gezin. Hij was vrachtwagenchauffeur in het bedrijf van zijn oudste broer. Het was maar een klein bedrijfje met weinig mogelijkheden, dus toekomstperspectief had hij in Nederland niet. Bovendien was hij in de oorlog tot tweemaal toe tewerkgesteld in een Duits werkkamp; de eerste keer in de Oekraïne, waar hij na een week verlof niet naar terugkeerde. De tweede keer in een Duits kamp, nadat hij op zijn onderduikadres door een NSB’er was verraden en door de Duitsers opgepakt. Hij wist te ontsnappen en lopend terug naar huis te komen. Wel met een flink trauma ten aanzien van vrijheid en vrijheidsberoving. En niet te vergeten zat de drang naar verre oorden de Dijkstra’s in het bloed. De eerste was al in 1928 naar Canada geëmigreerd.
Terug naar Joure
Eddy genoot van het weidse land en de no-nonsense cultuur in Canada. Maar het noodlot sloeg toe. Sjoerd Dijkstra kwam om het leven bij een ongeval, waarna moeder Elizabeth met haar kinderen Eddy, Thelma, Lowell en Harvey in november 1959 terugkeerde naar Nederland. “Gelukkig had mijn vader een goede levensverzekering afgesloten”, vertelt Eddy, “Zodat mijn moeder niet berooid achterbleef, maar een huis kon laten bouwen in hun vroegere woonplaats Joure.”
Muzikale veelvraat
Muziek speelde toen al een belangrijke rol in zijn leven. Hij zong en kreeg les op een oude bakelieten blokfluit. Hij werd in Joure tamboer bij het korps van CSC. In 1963 kreeg hij zijn eerste eigen gitaar, een ‘Egmond’. Bandjes, het was onvermijdelijk, kwamen en gingen. De eerste band waarin zowel Eddy als zijn jongere broer Lowell (drums) speelden was de schoolband, The Movers.
Na The Movers volgde The Cads (ploerten), waarmee aan zoveel mogelijk talentenjachten werd meegedaan, niet zelden met een podiumplaats als eindresultaat. The Cads werd omgedoopt tot Spot ’66. Van 1966 tot 1970 werd er door heel Fryslân opgetreden in buurthuizen, danszalen en in de open lucht. Het viertal had het er druk mee.
De oogklappen op tegen de verleidingen
Eddy zat inmiddels op de Pedagogische Academie in Sneek. Hij was zo druk met zowel muziek als het andere geslacht bezig dat hij tijd tekort kwam voor zijn studie en prompt, uiterst voorspelbaar, bleef zitten. Het gevolg was dat hij de spreekwoordelijke oogkleppen opzette en zich helemaal op zijn studie concentreerde. De muziek en de vrouwen in iets mindere mate kwamen twee jaar in de wacht te staan. Dat betekende het einde van Spot’66 en menig gebroken vrouwenhart.
Tsunami aan emoties
Na zes jaar op een tweemansschool in Terkaple, werd hij leraar en na een paar jaar hoofd van de toen nieuwe christelijke school ‘de Drait’ in Drachten. “Ik was in die periode heel actief in de kerk”, vertelt hij. “Door de predikante van onze kerk werd ik gevraagd om wat over het fenomeen emigratie te vertellen omdat ik ervaringsdeskundige was. Maar toen ik voor die kerk stond, klaar om mijn verhaal te doen, sloeg ik dicht. Ik had de herinnering en het verdriet van de voor mij achteraf toch traumatische dood van mijn vader, de emigratie en het verlies van een broertje, allemaal keurig netjes in een laatje geparkeerd, dat dichtgedaan en er nooit meer over gesproken. Zelfs niet met mijn vrouw. Zo’n cultuur bestond er vroeger bij ons thuis. Dus toen ik op dat moment in de kerk dat laatje opentrok, kwam die wagonlading aan onverwerkt verdriet als een mokerslag binnen en kon ik geen woord meer uitbrengen. Het was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen.
Vanaf dat moment zat ik in een identiteitscrisis. Ik kon de verantwoordelijkheid in mijn baan niet meer aan, stopte met de kerkelijke activiteiten, raakte mijn baan uiteindelijk kwijt, mijn relatie kwam op het hellend vlak en eindigde in een scheiding.”
Professioneel muzikant
“Ik kon mijn gevoelens wel kwijt in de muziek. Mijn teksten waren opgevallen bij muziekuitgever Wobbe van Seijen; ‘Verrek Eddy jij schrijft over emigranten. Ik ken niemand in Friesland die zoiets doet. Daar gaan we wat mee doen’. Dat resulteerde in mijn eerste Fries-Engelse cd, die fantastisch werd ontvangen. Een droom kwam uit. In 1998 ben ik professioneel muzikant geworden.”
‘Simmer 2000’ kwam eraan. Het nummer ‘Efkes Werom’, geïnspireerd op de grootste wereldwijde reünie die Friesland ooit heeft gezien, scoorde als een dolle en ineens stond Eddy Dykstra in de spotlights. (Het nummer ‘Efkes Werom’ staat nog steeds in de Friese Top-100.)
Eddy and the Phantoms, een tweede jeugd
“Net toen mijn leven in een wat rustiger vaarwater was gekomen, waarbij ik overigens muzikaal een beetje dreigde in te dutten, kwam drie jaar geleden de Leeuwarder band The Pantoms, een Cliff Richard tribute band, voorbij. Ze zochten een zanger en ik ben daarin gestapt op een ‘laten-we-maar-eens-kijken-wat-het-wordt’ manier, maar ik kreeg er enorm veel energie van.
Zij zijn er debet aan dat ik begonnen ben aan mijn tweede jeugd in de muziek.”
Thúskomme Mei Eddy Dykstra
Op 30 maart van 20:30 – 22:30 uur treedt deze muzikale omnivoor op met ‘Thúskomme Mei Eddy Dykstra’ in Party- en Zalencentrum ’t Haske. Naast een aantal eigen nummers over grenzen en geborgenheid, speelt Eddy Dykstra ook nummers van zijn muzikale helden van weleer, zoals de Beatles, Billy Joel en Elvis. Met medewerking van popkoor ‘Thats It’ onder leiding van Sjoerd Hiemstra. De backing vocals worden verzorgd door ‘The Chicklets’ en ook doet Eddy een paar nummers met zijn zonen.
Partycentrum ’t Haske is gevestigd aan de Vegelinsweg 20 in Joure.















