Ondernemer Johannes Kuipers, Vechtlust & Daadkracht
Toen hij 14 was, en ‘afgestudeerd’ op de technische school ging hij in Balk bij Mous werken. Later bij de oude smid Lieuwe Bruinsma in Woudsend. Na zijn soldatentijd vroeg smid Jan Bekema of hij weer voor hem zou willen werken. Kuipers aarzelde niet: “Dat kin wol, mar dan as kompagnon”. Bekema knikte. Net zoals zoveel mensen hebben geknikt bij de argumenten van Johannes Kuipers. Hij is direct, eist veel van zichzelf en doet dat ook van anderen. Wil graag gelijk hebben, maar fungeerde in Woudsend vooral als een sociale verbinder.

Johannes Kuipers komt van Bakhuizen. Heit Maurits en mem Fim verhuisden vanwege gezondheidsproblemen naar Woudsend, naar hotel-café-restaurant ‘de Watersport’. Midden in het dorp, aan het water, bij de brug. Toen al en nu nog steeds de mooiste plek voor een café. Zoon Johannes koos echter een andere richting en ging in ‘het metaal’.
Geld
Hij moest toen hij compagnon werd in 1962, wel geld investeren. Dat had hij niet. De 3400 gulden kwamen van het spaarbankboekje van z’n vriendin Rika Hettinga, die in het Sneker ziekenhuis werkte. Ze is nu zijn vrouw. Wat een vertrouwen in de toen nog jonge Johannes. Ze kijkt op: “Jawis. Dat hie’k ek”.
Compagnon Jan Bekema deed in de smederij de kleine klusjes. Johannes Kuipers zat in het grote werk. Het was al vrij snel duidelijk: beide compagnons moesten hun eigen weg gaan. Er moest voor Johannes wel weer geld op tafel komen voor de uitkoop van zijn compagnon en investering in het eigen bedrijf. Het kwam van George Keulen, een voormalige buurjongen uit Bakhuizen. De ‘Keulens’ waren naar Amerika geëmigreerd. Het bleek dat de Amerikaanse oud-buren wat meer fiducie in de jonge Johannes hadden dan de plaatselijke bank.
Eigenlijk verwonderlijk dat het geld zover weg moest komen. Er was immers werk zat voor de firma Kuipers. De landbouw mechaniseerde gigantisch en Johannes Kuipers was goed in tractoren, scheepsmotoren en in machinebouw. Zuivelfabrieken hadden roestvrijstaal nodig, en mensen die dat konden verwerken. Er was veel werk bij Nestlé in Scharsterbrug, waar Johannes voor zijn overstap had gewerkt; en tot aan de dag van vandaag is dat nog steeds een goede klant.
Nieuwbouw
De orderportefeuille barstte uit z’n voegen. De smederij aan de Kamp was al gauw te klein. Dus vervolgens naar een groter pand aan de Ee; de oude timmerfabriek. In 1970 kwam er nieuwbouw aan de Vosseleane, naast de oude zuivelfabriek. “De bêste beslissing dy’t we naam ha”. Rika knikt.
Ze hoort bij de ‘we’, want Johannes heeft samen met Rika het bedrijf opgebouwd. Ze deed de boekhouding. Johannes maakte mooie en nuttige dingen van metaal en gaf leiding aan steeds meer werknemers. Het toeval wilde dat de eerste werknemers die hij aannam ook een Johannes Kuipers en een Ruurd Bekema waren. Deze Johannes Kuipers kwam uit St. Nicolaasga en zou zijn leven lang bij de andere Johannes werken.
Hij was niet alleen. Er kwamen steeds meer nieuwe werknemers. En het bedrijf werd stilaan uitgebreid. Loodsen, hallen, dokken. Want Kuipers kwam ook in de boten terecht, net als zovelen in Woudsend. Bij hem waren het wat grotere schepen, van politie en douane tot aan de jachten voor welgestelden. Die werden aan de overkant van de Welle in een groot dok gebouwd. De assemblagehal, aan de overkant van de Vosseleane is een derde markant punt.
Personeel
Ongeveer 120 mensen had het bedrijf. Kuipers was er zorgvuldig in. “Alles falt en stiet mei de kwaliteit fan it personiel”. Merkwaardig dat juist in de zuidwesthoek van Fryslân zoveel staalbedrijven in kleine plaatsen zitten. De loyaliteit van het personeel is groot. Al werd dat bij Kuipers altijd breder, als Johannes op zijn eigen verjaardag de mannen op gerookte paling trakteerde, naast het gebruikelijke krat bier.
Natuurlijk leerde Kuipers in die 68 jaar, dat het wel goed is dat de werknemers wat langer op school zitten. Er was nauw overleg met het technisch onderwijs. En stagelopers die goed functioneerden konden rekenen op een seintje “Ast klear bist, komst hjir mar”.
Werknemers voor de firma Kuipers moesten nog een ‘extra eigenschapje’ hebben. Ze moesten alle gereedschappen en afval altijd meteen weer opruimen. Een zorg die Kuipers essentieel vond. En constateert dan tevreden “Dat it no miskien noch wol netsjeser is”.
Dat is een compliment aan Durk Douma, die in 2006 het bedrijf Kuipers overnam. Die liet natuurlijk de naam van de stichter op het bedrijf staan. Kuipers wilde het bedrijf ook niet aan een groot rand-stedelijk bedrijf verkopen. Want die wilden Kuipers wel hebben, omdat het bedrijf technologisch ver voorop loopt, ook landelijk. Maar: “Dan komme der menezjers, dy wol dit, dy wol dat en foar dat je it witte is it bedriuw nei de kloaten”. Douma was het evenbeeld van Johannes Kuipers. Hij nam alle aandelen over. Toch kan Johannes Kuipers er nog steeds binnenwandelen of zelfs een klusje voor zichzelf doen. “Ik kom der wol twa, trije kear yn de wike, wylst ik der neat mear te sykjen ha“.
Genieten
Je kunt als sterke en belangrijke ondernemer na afloop van een drukke werkdag in een leunstoel gaan zitten. Genieten van dat mooie bedrijf. Rika en Johannes genoten ook wel. Kuipers bouwde zelf een camper (heel bijzonder in die tijd) en later ook nog een zeilboot. Ze reisden de wereld rond, vaak naar hun vrienden George en Conny Keulen in Amerika
Maar ze hebben nooit in die leunstoel gezeten. Naast het vernieuwen en uitbouwen van het bedrijf was er namelijk ook nog Woudsend. Vanaf het begin heeft het ‘jonkje út de kroech’ een rol gespeeld in het sociale leven van Woudsend. Sterker, hij speelt het nog. Voor hem op tafel liggen geschreven stukken papier. Zijn verhaal over een discussie rond het multifunctioneel centrum de Driuwpôlle de afgelopen weken. “Rika typt it aanst oer (!) en dan sil we der jûn oer gear”. Een weekje later meldt het bestuur van de Driuwpôlle, dat ze aftreden en dat voorlopig een adviesraad het werk overneemt tot er een nieuw bestuur is. In die adviesraad zit ……. Johannes Kuipers.
Sociaal bewogen bij Woudsend. Een betrokkenheid die er al vroeg was. Gerding, het plaatselijke PvdA-gemeenteraadslid, wilde stoppen en vroeg Johannes als volgend Woudsender raadslid. Zo deden veel dorpen dat in die tijd: een raadslid, ongeacht van welke partij, was in eerste instantie de vertegenwoordiger van het dorp.
Raadslid
Johannes Kuipers kwam in 1970 in de raad als lid van Progressief Wymbritseradeel. Later ging hij naar de VVD, daar werd wat meer ondernemerstaal gesproken. En die VVD kwam ook nog in het college van B en W. Met een wethouder in je fractie kon je veel bereiken. Het zou best kunnen dat Woudsend daar in de ontwikkeling van heeft geprofiteerd.
Kuipers was een ideaal gemeenteraadslid: nooit iets achterhouden, altijd een mening geven en dat luidkeels doen. Actief gemeenteraadslid zijn betekende voor Kuipers constant actievoeren. Dat deed hij met verve. Vond het bovendien gezellig: na afloop even met mannen en vrouwen als Doekele Nauta, Hieke Zondervan, Ids Bergsma en Rintsje Heeringa evalueren. Dat gaat het best met een glas in de hand.
Als het aan Johannes Kuipers had gelegen was de supergrote gemeente Súdwest-Fryslân nooit ontstaan. Met het spandoek ‘Wymbrits net by Snits’ stond hij in 1983 op de stoep van het provinciehuis. Dat ging wel door, maar Kuipers is nog steeds geen ‘liefhebber’. Daar waar bedrijven als ze groter worden beter functioneren, is dat in besturen niet zo. Dan sta je te ver bij de mensen af, zegt hij; het wordt onbestuurbaar.
Johannes Kuipers voert nog steeds een felle strijd met de gemeente over de westelijke ingangsroute van Woudsend. Toen de rondweg werd aangelegd, kon je Woudsend direct na het aquaduct rechtsaf inrijden. Nu moet er een kilometertje worden omgereden. Het eerste weggetje ligt er echter nog wel. Kuipers kan het huidige gemeentebestuur er niet van overtuigen dat dat weggetje de ingang van Woudsend moet worden, anders rijd je Woudsend voorbij. Hij moppert over gebrek aan begrip en geen eerlijke inspraak.
Ook als het gaat om de toekomst van Woudsend. Waar uitbreidingsplan Skar 1 tien jaar geleden wel doorging, zijn de verdere nota’s Skar 2 en 3 in donkere laden verdwenen. Hij weet als ondernemer als geen ander hoe belangrijk het is dat de jeugd in eigen dorp kan blijven wonen (en werken).
Mopperen
Hij mag er nu over mopperen, maar in zijn tijd als raadslid was het niet anders. In het begin van zijn loopbaan ergerde hij zich aan de dikke nota’s van het Streekplan Fryslân. Hij sprak in zijn afscheidsrede de woorden: ‘De ontwikkeling van Fryslân is te danken aan de opgaande economie en de marktontwikkeling. Dy nota’s bin geâldehoer.’
Johannes Kuipers ‘âldehoerde’ niet. Liet zijn handen wapperen en deed wat. Was voorzitter of zat in Dorpsbelang, skûtsjecommissie, jachthaven, de Driuwpôlle, dorpskrant, katholieke kerk, ondernemersvereniging, strand aan de Yndyk. Nam het initiatief voor evenementen, zoals de Sleepbootdagen, omdat hij weet dat toerisme leven in Woudsend blaast. Zijn leven lang: “der wie alle jûnen wol in fergadering”. Of ontspanning als gewaardeerd lid van de biljartvereniging.
Hij komt nog steeds overal. Zegt wel eens wat over vechtlust en daadkracht, die hij hier een daar wel wat mist. Maar kan zich ook omdraaien en tegen anderen zeggen: “Ach, it is no in oare tiid”.
Tekst: Eelke Lok
Foto: Laura Keizer















