Algemeen

Henk de Boer: Eigenzinnige autodidact en creatieve veelvraat

WORKUM - Op een van de meest pittoreske plekjes langs de Workumer Trekvaart, hartje Workum, op het hoekje van de Dwarsnoard en de Trekwei, ligt het atelier van beeldend kunstenaar Henk de Boer, ‘De Halve Zwaan’.

Vreemde naam? Niet als je weet dat het atelier de helft is van de voormalige trekschippersherberg ‘De Zwaan’ en is gelegen naast zijn woning ‘De Worckumer Peerdestal’. Henk is beeldend kunstenaar, alhoewel je je kunt afvragen of die vlag de lading wel dekt, wanneer je met deze creatieve omnivoor in gesprek raakt. Henk de Boer, eigenzinnige autodidact uit Workum, is een creatieve veelvraat.

Een betere kwalificatie zou ‘verhalenverteller’ zijn, want dat is wat hij doet; met verf, met ruimtelijke objecten, met poëzie en met muziek, al dan niet in combinatie met elkaar. Verhalen over hoe hij naar de wereld kijkt, sociaal bewogen, maatschappijkritisch, en met een knipoog naar de manier waarop wij mensen onszelf belangrijk vinden. Dat kunnen intieme verhaaltjes zijn, resulterend in een schilderij van een mus of een krantenbezorger, tot theaterproducties waarin alle creatieve disciplines samenkomen.

“Die mus,” reageert hij, “is een bewonderenswaardig diertje; brutaal, dapper, een overlever, een opportunist en dat bewonder ik. De krantenbezorger, een wat oudere man, is elke morgen om een uur of zes door weer en wind op pad. Op zich niets bijzonders, want dat geldt voor alle krantenbezorgers. Maar als je weet dat die man vioolbouwer is en wellicht kranten bezorgt om het werk waar zijn hart ligt te kunnen blijven doen, krijgt het verhaal een heel andere lading. Daarnaast vind ik het prachtig om beeld, geluid, vorm en poëzie samen te brengen in theater, bij voorkeur buiten in een bij het verhaal passend natuurlijk decor, dat de tongen losmaakt. Dat heeft een kleine dertig jaar geleden geleid tot de oprichting van ‘De Paupers’, waarover later meer. Een ‘Face-to-Face-portret’ van deze veelzijdige Workumer kunstenaar, bouwjaar 1954.

‘Alle hekken open’

Henk groeide op als jongste van de vijf kinderen van het aannemersgezin De Boer in Workum. “Dat had wel voordelen,” reageert hij breed lachend, “want mijn broers en zusters hadden voor mij ‘alle hekken al opengezet’; ik hoefde alleen nog maar rechtdoor te draven.” Henk ging in Sneek naar de HBS op het Bogerman, maar haalde uiteindelijk zijn diploma aan de MMS, de Middelbare Meisjes School. “Dat had alles te maken met de Mammoetwet. Ik zat in vier HBS-B, dus de exacte richting, met wiskunde 1 en 2, schei- en natuurkunde en dat bleek achteraf niet een echt verstandige keuze, want op de exacte vakken scoorde ik gemiddeld niet hoger dan een vier. De enige optie die mij en nog een jongen, die in hetzelfde schuitje zat, restte was om de MMS te doen, zeg maar de meisjesvariant van HBS-A, met de nadruk op talen, aardrijkskunde, geschiedenis en de creatieve vakken. In meerdere opzichten een fantastische periode. 

Vrije tijd voor geld

“Daarna wilde ik naar de kunstacademie in Groningen, maar ik werd uitgeloot. Voor mijn tweede keus, de lerarenopleiding – met als vak Engels - aan het Ubbo Emmius werd ik eveneens uitgeloot. Het werd de ‘Kweekschool’, achteraf geen onverdeeld succes, zodat ik het een paar maanden voor het examen voor gezien hield en aan het werk ging. Bij Tichelaar in Makkum. Daar hadden ze geen ontwerpers. ‘Geef me drie jaar om het vak in de vingers te krijgen’, beloofde ik ‘de oude’ Tichelaar ‘en dan doe ik dat voor jullie’. En zo geschiedde. Ik werd na een paar jaar ontwerper. Het extra salaris dat ik daarmee verdiende liet ik me uitbetalen in vrije tijd, zodat ik meer ruimte kreeg voor werk in opdracht en vrije expressie, maar ook voor mijn twee kinderen want ik was inmiddels getrouwd. Uiteindelijk ben ik helemaal thuis gaan werken, vooral omdat de computer zijn intrede deed en ik mijn ontwerpen thuis kon maken op een moment dat het mij goed uitkwam, om ze vervolgens digitaal naar Makkum te sturen. Hierdoor kwam er, we praten over circa twintig jaar geleden, veel tijd vrij voor mijn andere bezigheden. Eigen werk, opdrachten, theaterstukken, kunstprojecten, enzovoorts.”

Stichting De Paupers

Stichting De Paupers, een inmiddels niet meer uit Workum weg te denken creatief bolwerk, waarin theater, poëzie, beeldende kunst en muziek samenkomen in projecten, werd eind 1992 opgericht door Henk de Boer en Jacob Bouwhuis. “Er moest wat voor de jongeren van Workum gebeuren”, blikt Henk terug op de beginperiode, vóórdat De Paupers een stichting werd. “Dat werd ‘Rock & Loll’, een soort ‘Night of the Proms’ muziekevenement, dat uiteindelijk 34 uitvoeringen beleefde, met tijdens de laatste edities bijna duizend toeschouwers.”

Dat schoot zijn doel voorbij, zodat het tijd werd om de Rock & Loll-formule kritisch tegen het licht te houden. Er werd besloten om onder een andere naam, in een ander jasje, met nieuwe muzikale ideeën en mogelijkheden in Sociëteit Noardeinde verder te gaan. Onder de naam ‘Pauperrock’ zou op 28 maart van dit jaar de eerste editie plaatsvinden, maar zoals bekend gooide corona roet in het eten.

In dezelfde periode van het ontstaan van De Paupers, halverwege de jaren tachtig, zag ook de vijfkoppige Friestalige band AID & the Quotums het levenslicht. Hun inspiratiebron was de actualiteit, dus aan onderwerpen geen gebrek. De band bestond uit de gitaristen Jouke Jongstra, Klaas Kemker en Sjoerd Kramer (tegenwoordig Skarl), drummer Sietze Pruiksma (nu theatermaker en paukenist bij onder meer het Concertgebouworkest) en zanger Henk de Boer. “We hebben met deze band een paar jaar getoerd en met de opbrengsten een volledige oefenruimte met installatie bij elkaar gespeeld.”

Die oefenruimte bestaat nu nog steeds als de muziekafdeling van De Paupers, waar sinds 1993 talloze meer of minder bekende bands het levenslicht zagen.

Aflaatbrief voor één gulden

“De naam Paupers is voortgekomen uit een optreden van mij op het Straatfestival in Leeuwarden. Dat speelde in de periode van de Koude Oorlog, de plaatsing van kernraketten in Nederland, protestdemonstraties, discussies over schuilkelders. Ik ging voor dat optreden gekleed als monnik en had speciale ‘aflaatbrieven’ gemaakt waarmee de gewone burgers, de paupers, voor één gulden een toegangsbewijs, in de vorm van de genoemde aflaatbrief, tot de ondergrondse hemel, de schuilkelders, konden kopen. De Volkskrant pikte dat op met als gevolg dat ik een stortvloed van aanvragen kreeg uit heel Nederland. Zelfs de personeelsafdeling van de KLM had een toegangsbewijs van De Paupers tot de hemel gekocht. Ik heb er netto geloof ik iets meer dan een tientje aan overgehouden, maar wel voor een half miljoen plezier aan gehad. Dat was eigenlijk de geboorte van de naam De Paupers.”

‘Kathedraal van Kabaal’

“Het eerste theaterstuk van De Paupers was ‘De Kathedraal van Kabaal’. Een theatrale vaartocht op ’n brug bracht de toeschouwers naar een eilandje in it Heidenskip waar ‘Het kleinste museum van Friesland’ was opgericht. Het was een hartenkreet over het gebrek aan ideeën, daadkracht en creativiteit, een zoektocht naar de Friese identiteit, die eindigde in de Doopsgezinde kerk in Workum. Dat item werd opgepikt door Johan van der Zee van ‘Van Gewest tot Gewest’ en werd op televisie uitgezonden.”

‘De Kathedraal van Kabaal’ was het eerste spreekwoordelijke schaap over de dam. Er zouden nog vele volgens. Een greep: Ferstekkeling, Ajaks, Bliksem Piebe, Oer ’n Ieu, Doolhoofd, Ald Izer en vele andere. Met als grootste gemene deler dat ze de mensen tot nadenken stemmen en discussies aanwakkeren, zoals de in heel Nederland bekend geworden Pauperfontein of Piemelfontein van zijn hand dat ook deed.

‘Ûntskepping’ uitgesteld door Covid-19 

Dit jaar, van 28 mei tot 13 juni stond de productie ‘Ûntskepping’ op het programma. In Ûntskepping wordt de toekomst van mens, dier en aarde onder de loep genomen. Met zoveel omvattende vragen dat ze bijna niet te beantwoorden zijn, maar wel door De Paupers. Net als overal ter wereld, stak ook hier corona een spaak in het wiel.

De première van ‘Ûntskepping’ is voorlopig uitgesteld tot 1 september 2020, op basis van een ‘coronaproof’ plan. 

Corona-kunstwerken

“Persoonlijk heb ik de afgelopen weken als een fijne periode beschouwd”, zegt Henk de Boer. “Een beetje als één lange dag. Je hebt geen verplichtingen, niets hoeft. Je raakt het besef van tijd en de dag van de week kwijt en je agenda kan wel over je schouder de prullenbak in. Verjaardagen worden niet gevierd, daardoor lijkt het alsof de tijd stil staat en dat mensen niet ouder worden. Dus veel tijd om na te denken. Omdat alles gesloten is, besloot ik ‘mijn luiken open te gooien’. In de vorm van een drietal corona-kunstwerken in Workum. Op de Merk stond een vijf meter hoog driedimensionaal werk met gedicht.

De boodschap van het gedicht? Als jij corona krijgt en ik niet, heb ik dan nog de tijd om tegen je te zeggen wat ik nooit heb gezegd? En andersom. Of, als we het allebei overleven, gaan we dan anders met elkaar om? Of vallen we terug in ons oude patroon en blijft het weer net zo oorverdovend stil als voor die tijd het geval was?”

“De conclusie die je hieruit zou kunnen trekken: maak van je hart geen moordkuil, maar zeg wat je wilt zeggen en doe het nu…”  Was getekend, Henk de Boer.

Door: Wim Walda