Algemeen

Schaapsherderin Jacqueline Németh: “Schapen proberen altijd tot hoever ze kunnen gaan’

JOURE - “Schapen dom? Mooi niet. Het zijn juist slimmeriken. Ze proberen altijd tot hoever ze kunnen gaan. 

Zolang er honden voor staan die sterk genoeg zijn om de delinquenten, desnoods hardhandig, tot de orde te roepen, is er niets aan de hand. Maar oh wee, als een hond ‘over zich heen laat lopen’, dan is het chaos.” Schaapsherder Jacqueline Németh, klein van stuk, maar net als haar honden gepokt en gemazeld in de omgang met schapen, is daar gedecideerd over. “Németh met een ‘tien over twee streepje’ hè,” voegt ze er en passant nog even aan toe. Ze is momenteel met haar kudde van 140 schapen te gast op Tjeukemeer in Joure.

Jacqueline Németh

Jacqueline Németh is 57 jaar, geboren in Limburg, moeder van twee kinderen en woonachtig in Havelte. Half Hongaars, half Nederlands. Op haar zevende jaar, toen de Staatsmijnen dicht gingen en haar vader daar zijn baan verloor, verhuisde het gezin Németh naar Utrecht.

Rondritten in de Camargue

Dertien jaar later liet ze Utrecht voor wat het was en reisde ze met haar vriend, twee Friese paarden en twee koetsjes naar de Camargue in Frankrijk om daar rondritten te gaan verzorgen voor de toeristen. De Camargue is een moerasgebied in de Zuid-Franse Rhônedelta. Het ligt aan de Middellandse Zee en is toeristisch gezien vooral bekend vanwege de wilde grijswitte Camargue paarden, de zwarte stieren, en de roze flamingo’s

“Dat gebeurde in een opwelling en zonder degelijke voorbereiding”, vertelt Jacqueline. “Ik houd niet van sleur en was nogal avontuurlijk en reislustig ingesteld. Het duurde niet lang of het woord ‘broodnijd’ kreeg voor ons een heel nieuwe dimensie. We kregen twee parkeerplaatsen toegewezen op een drukke parkeerplaats in het centrum. Een komen en gaan van auto’s. Dat was geen doen. Dus zijn we na een half jaar, nog voor het echte hoogseizoen, teruggegaan naar Nederland. Lopend, de hele dertienhonderd kilometer, want we hadden geen rode cent. En met de paarden uiteraard, want die wilden we niet achterlaten. Een heel avontuur.”

Terug in Nederland vestigde ze zich in Steenwijk, na een tussenstop in Friesland. “Daar heb ik mijn eerste kudde schapen opgestart. Ik wilde buiten zijn en met dieren werken. Als kind mocht ik nooit een huisdier hebben. Toen zich kinderen aandienden, twee in getal en van beide soorten één, heb ik de kudde verkocht, omdat ik er voor mijn kinderen wilde zijn. Maar toen ze naar de middelbare school gingen en ik doelloos met een kopje thee aan de tafel zat, heb ik de draad weer opgepakt. Aanvankelijk ‘herderen’ voor een paar andere kuddes, maar uiteindelijk toch weer een eigen kudde.”

Heb je een opleiding tot schaapsherder gedaan?

“Oh die opleiding. Praat me er niet van. Op het risico af op een heleboel tenen te gaan staan, ik vind het niks. Wat die cursisten leren zal vast wel ergens goed voor zijn. Aan het eind van de rit krijgen ze een diploma. Maar in mijn optiek is dat papiertje alleen een garantie dat ze in de schoolbanken kunnen zitten en boeken door kunnen spitten. Maar dit werk moet je in de haarvaten zitten. Iemand die niet kan leren kan een hele goede herder zijn, terwijl bij wijze van spreken een genie met een papiertje er helemaal niets van kan bakken. Ik zie het als de teloorgang van een ambacht, want dat is het. Ik doe regelmatig een beroep op een herder, die het vak in zijn DNA heeft, een van de beste herders van Nederland. Maar die zou ik dus voor veel projecten niet in kunnen zetten, omdat hij niet over dat bij veel instanties vereiste papiertje beschikt. Dan denk ik: ‘Daar gaan we…’.”

Ondernemer

“Ik ben ondernemer, heb een begrazingsbedrijf met 400 schapen, verdeeld over vier kuddes en verdien daar mijn dagelijks brood mee. Mijn kuddes zijn biologische grasmaaiers. Gerelateerd aan het aantal uren – gemiddeld tien tot twaalf per dag - verdien ik veel te weinig, maar zo moet je niet rekenen. Ik doe dit graag; ik ga dagelijks naar ‘mijn schapen’ en niet naar ‘mijn werk’. Dat is voor mij een cruciale nuance. Mijn seizoen loopt van april tot en met november. Daarna gaan de kuddes de winterbegrazing in en dat is een win-win situatie, want mijn schapen hebben gratis voer en de landeigenaar bij wie ze staan, heeft in het voorjaar een mooi kort grasveld. Maar lang kan ik niet van de rust genieten, want na februari begint de lammertijd alweer.”

Hoe zo’n aanbesteding werkt?  Een gemeente heeft een aantal percelen waarvan het gras kort moet worden gehouden en dat kunnen de schapen van een begrazingsbedrijf als dat van Jacqueline Németh als de beste. Bedrijven schrijven in op een dergelijke aanbesteding en daaruit wordt door de gemeente een keuze gemaakt. Het kan zijn dat de prijs doorslaggevend is, maar in de aanbesteding van gemeente De Fryske Marren stond expliciet vermeld dat er aandacht moest worden besteed aan biodiversiteit en aan educatie en communicatie.

Jacqueline: “De coronacrisis steekt nu een spaak het wiel, maar normaliter zouden we in overleg met het onderwijs een uitgebreid programma draaien, variërend van heel basic en intuïtief voor de laagste groepen tot meer diepgravende onderwerpen voor de hoogste groepen.”

Gezonde sterke kudde

“De 140 schapen tellende kudde in Joure bestaat uit een mengelmoes van verschillende rassen. Mijn doel is een gezonde sterke kudde die een hoge resistentie heeft tegen ziekten, en èn in de zomer èn in de winter buiten kan blijven. Deze kudde is heel goed in het aanvreten van zogenaamde ‘opslag’. Als je in een heideterrein of natuurgebied niets doet aan de talloze kleine boompjes die boven komen, wordt het op den duur bos. Wil je dat voorkomen, dan moet je al die boompjes omzagen, of er een kudde opzetten die de jonge loten aanvreet. Dat geldt niet alleen voor boompjes, maar ook voor de Japanse duizendknoop, een woekeraar van de eerste orde, waar iedereen de zenuwen van krijgt.

Daarnaast heb ik een kudde Solognotes, een heel handzaam heideschaap. Dat is een oud ras uit Frankrijk, rond 1650 ontstaan in de Sologne, een moerassig veengebied met schrale, zure grond. Een typisch heideschaap met een goed kudde instinct.”

Working kelpies

Een herder is zo goed als zijn honden. Zonder honden ben je niks, volgens Jaqueline. Ze heeft er drie, een border collie en twee zogeheten ‘working kelpies‘. De oorspronkelijke ‘border’, een intelligente werker, is slim en heeft een tomeloze energie, maar gaat volgens Jacqueline ten onder aan zijn eigen populariteit. “Ze zijn in de loop der tijd onrustiger en minder stabiel geworden”, licht ze toe.

De kelpie stamt af van de zwartbruine collies die in de negentiende eeuw door de Engelsen mee werden genomen naar Australië. De wetenschappers zijn het met elkaar oneens of er daadwerkelijk dingobloed in zit, maar qua uiterlijk zou je zeker zeggen van wel. De ‘working kelpie’ is een zeer intelligente hond, maar minder geschikt als huishond, omdat hij zijn tomeloze energie kwijt moet. Hij werkt graag en moet daarvoor enerzijds snel en behendig zijn, maar tegelijk ook rustig en traag kunnen bewegen als de situatie daar om vraagt. Het bewaken en drijven van grote kuddes schapen is voor deze honden een tweede natuur.

Wat maakt jouw beroep zo leuk?

“De samenwerking met mijn dieren. Zonder mijn honden zou ik nergens zijn en zo behandel ik ze ook. Ik heb echt een band met ze. Ik heb ze maar heel weinig aan hoeven leren. Ze lijken instinctief aan te voelen wat ik wil. Wanneer er met de kudde gelopen moet worden, hebben ze alle drie hun eigen plek, dat hebben ze zelf zo bepaald. Ik moet vaak met de kudde van het ene naar het andere beweidingsgebied lopen binnen een gemeente en daarbij spelen mijn honden een cruciale rol. De één neemt automatisch de kop en daar loopt de kudde braaf achteraan. Zou die daar niet lopen, dan zouden de schapen alle kanten op lopen. Daarnaast waakt de andere voor achterblijvers en de derde speelt een soort verkeersagentenrol. Die gaat bij tuintjes staan waar de schapen zouden kunnen gaan grazen, sluit zijwegen af, zorgt dat er geen opstoppingen komen bij ‘flessenhalzen’ als bruggetjes en houdt ze dus eigenlijk in het gareel. Machtig mooi hoe ze naadloos samenwerken, het instinct van echte werkhonden. De schapen weten dat en gedragen zich ernaar. Maar oh wee, als een schaap dat niet doet. Dan wordt die door de honden even hardhandig tot de orde geroepen en is ook de rest meteen weer bij de les. Daar hoef ik weinig aan bij te sturen.”

Schapen zijn oliedom?

“Het tegendeel is waar. Wanneer een andere herder bij deze kudde zou komen met een hond die niet sterk genoeg is, dan lachen de schapen zich rot en gaan ze allemaal mooi hun eigen gang. Resultaat: chaos.”

Wanneer worden ze geschoren?

“Was als het warmer wordt, gaat de schaapsscheerder aan het werk. Dan is het wolvet namelijk zachter en gaat het scheren gemakkelijker. Die wol, daar verdien ik overigens geen cent aan. En dat terwijl het een prachtig materiaal is met oneindig veel toepassingen, zoals bijvoorbeeld spinnen, vilten, je vloer mee isoleren, het in een leemmuur verwerken, enzovoorts. Ik zoek dus mensen die er ‘iets mee willen’, particulieren of bedrijven.”

“Belangstellenden kunnen een mailtje sturen naar xanchelle@gmail.com”, besluit Jacqueline, bij wijze van een stukje reclame.