Honderd jaar Artemis: van walvisvaarder tot imposante driemastbark
HARLINGEN - Tall ship Artemis viert in 2026 haar honderdjarig bestaan. Het jubileum valt samen met de Tall Ships Races, waarbij Harlingen dit jaar gastthaven is. Voor de driemastbark, met Harlingen als thuishaven, wordt het daarmee een extra bijzonder moment. Het schip dat nu bekendstaat als comfortabel en indrukwekkend passagiersschip, begon ooit als werkpaard op zee – en paste zich in een eeuw tijd telkens aan een veranderende wereld aan.

De Artemis kwam in 1926 van de werf onder de naam Pol II. Het schip werd gebouwd als walvisvaarder en kreeg een stoommachine. Die motor was relatief stil, zodat het schip dicht bij walvissen kon komen zonder veel lawaai. Juist die ‘stille kracht’ maakte het schip later ook waardevol in de Tweede Wereldoorlog. Toen werd het ingezet als mijnenveger en bij het opsporen van onderzeeërs. “De geallieerden wilden graag die oude schepen van de walvisjagers,” vertelt eigenaar Jan Bruinsma. “Met stoom heb je veel minder mechanisch geluid dan met een stampende dieselmotor.”
Vrachtschip op de Oostzee
Na de oorlog veranderde de functie opnieuw. In de jaren vijftig voer de Artemis vooral over de Oostzee als vrachtscheepje, met ladingen zoals graan en veevoer. Bruinsma kent die periode vooral uit verhalen en de geschiedenis die bij het schip hoort. “Toen wij haar in 1999 kochten, was ze nog een vrachtschip,” zegt hij. “Er kon zo’n driehonderd ton vracht in mee. Als je aan het roer stond, keek je uit over het laadruim.”
![]()
Stoomschip Artemis - Krister Bång
Grote restauratie met behoud van karakter
Samen met zijn broer Jelle kocht Bruinsma het schip in 1999. Daarna volgde een intensieve restauratie, die ongeveer anderhalf jaar duurde. Het vrachtschip werd omgebouwd tot een driemastbark met zestien hutten en twee salons, maar met behoud van historische onderdelen. Projectmanager Joke Santema, die al 12,5 jaar bij het schip betrokken is, wijst op details die nog altijd zichtbaar zijn. “De romp is honderd jaar oud. Boven de waterlijn zie je nog de originele klinknagels. Ook de roeras en het kompas op het dek zijn echt oud. Je voelt die geschiedenis als je aan boord stapt.”
Duurzaam én praktisch
Bij de ombouw is volgens Bruinsma bewust gekozen voor duurzame oplossingen, maar wel op een praktische manier. “Je moet pragmatisch blijven. Houten masten vragen enorm veel onderhoud en het hout van nu is niet meer van dezelfde kwaliteit,” zegt hij. Daarom kreeg de Artemis stalen masten, met ra’s van staal en aluminium. Dat is lichter en beter voor de stabiliteit. Sinds de restauratie in 2000 is het schip vrijwel continu in de vaart gebleven. “Ik grap weleens: we verversen alleen de olie en geven haar in de winter een schilderbeurt,” aldus Bruinsma. “Ondertussen zijn we er wel mee naar de Caraïben geweest.”
Samen zeilen, met comfort aan boord
De Artemis is tegenwoordig een schip waar samenwerken centraal staat. Zeilen hijsen en vooral weer strijken gebeurt met veel handen. “Met alleen de nautische bemanning wordt het spannend, zeker als je snel zeil moet minderen,” zegt Bruinsma. Tegelijk is er comfort: een kok, hospitality crew en ruime salons. Bij dagtochten kunnen 120 mensen mee, bij meerdaagse reizen 32.
Jubileum met onthulling boegbeeld
De Tall Ships Races (3-6 juli) in Harlingen worden dit jaar extra speciaal: de Artemis viert haar honderdjarig bestaan in haar thuishaven. En er komt iets bij dat lang ontbrak: een boegbeeld. “Daar was bij de ombouw in 2000 net geen tijd meer voor,” vertelt Santema. Hoe het boegbeeld eruit ziet, blijft nog even geheim. De onthulling staat gepland tijdens de Tall Ships Races.










