grootheerenveen

Face to face: Teun Veldman

Tientallen jaren was Teun Veldman (77) ‘meester Veldman’ op CBS De Roerganger in Heerenveen. De kinderen die hij toen lesgaf zijn nu vijftigers, maar ze herkennen ‘meester’ nog steeds. Hij was de meester die ze vogelgeluiden aanleerde en met ze op pad ging, de natuur in. Die liefde voor de natuur is de rode draad in het leven van Teun Veldman. Aangewakkerd door vakanties op Schiermonnikoog is het daarna alleen nog maar sterker geworden. Gewapend met zijn fototoestel komt hij meestal niet verder dan een paar honderd meter, want er is zó veel te zien en te ontdekken.

Afbeelding

“Mijn vader was leraar en mijn moeder hoofdleidster van de kleuterschool, en het lag voor de hand dat wij ook in het onderwijs terecht kwamen. Maar het onderwijs leek me helemaal niets”, vertelt Veldman. “Ik wilde boswachter of zendeling worden, maar daar had ik niet de juiste opleiding voor. Toen ik voor het eerst voor de klas stond, was ik verkocht. In lesgeven kon ik m’n ei kwijt, en de kinderen zogen alles op als een spons. Daarna heb ik nooit meer anders gewild.”

Schriften corrigeren

Teun Veldman begon met lesgeven in Wezep. “Dat was een leerperiode, ik moest daar echt nog ervaring opdoen.” In het begin van de jaren zeventig kwam hij in Heerenveen terecht, waar CBS De Roerganger net was opgericht in de toen nieuwe wijk De Greiden. “Eerst waren we nog samen in de Ekke de Haanschool. In 1973 is De Roerganger gebouwd aan de huidige locatie en zijn we met een groot feest overgestapt. De ouders waren verschrikkelijk enthousiast, je kon altijd een beroep op ze doen.”

Teun staat bekend als de meester die altijd orgel speelde. “Muziek maken met de klas vond ik geweldig. Sommige klassen konden zó mooi zingen.” Na schooltijd was hij soms nog uren aan het corrigeren in de schriften van de leerlingen. “Ik had soms klassen van veertig leerlingen, dan had je een enorme stapel schriften. Ik schreef er ook altijd van alles bij, daar leren ze wat van. Waarom? Ik heb een enorme drive om mensen dingen bij te brengen. Ik mag graag iets doorgeven. Dat vind ik zó leuk, dat het geen moeite kost.”

Het wad op

Die drive om kennis door te geven is ook sterk aanwezig als het over de natuur gaat. “Ik ben al vanaf mijn negentiende jaar natuurgids. Die interesse is aangewakkerd door mijn vader, die in zijn vrije tijd ook enthousiast bioloog was. Op Schiermonnikoog leerde ik doctorandus Jan Hulscher kennen, die op de scholekster promoveerde. Ik mocht hem helpen met waarnemingen en hij zei: ‘Jij moet met mijn studenten meelopen.’ Op zaterdagochtend ging ik dan met hem en zijn studenten mee. Ook van mijn biologieleraar op de mavo leerde ik ontzettend veel. Hij huurde op eigen kosten een botter en ging het wad op met een groepje leerlingen. Door dingen te laten zien en vragen te stellen liet hij ons van alles zelf ontdekken.” 

Vogelexcursie

Aanschouwelijk onderwijs, dat is wat Teun later zelf ook gaf. “Biologieles uit een boek, daar deed ik weinig aan. Ik deed meer aan projecten. Ieder jaar hadden we het vogelgeluiden project. Dan leerde ik de leerlingen twintig verschillende vogelgeluiden herkennen. Sommigen voelden het feilloos aan, anderen minder. Bij toerbeurt nam ik leerlingengroepjes mee op vogelexcursie: op zaterdagmorgen vijf uur moesten ze bij mij voor de deur staan. En ze stónden er, hoor. We gingen naar De Deelen, het Nannewiid en Oranjewoud. Drie verschillende landschapstypes. En daarna schreven ze er een verslag over.”

Deze natuurlessen maakten indruk op kinderen. “Op Texel kwam ik bij het toiletgebouw een vader met een kind tegen. Hij zei tegen zijn zoon: ‘Dit is nou de meneer die papa alle vogelgeluiden heeft geleerd, die papa nu aan jou leert.’ Dan heeft het toch zin gehad. Prachtig vind ik dat.”

Vleesetende wesp

Het is zijn missie om mensen naar de natuur te leren kijken. Hij gaf lezingen, publiceerde veel in natuurtijdschriften en werkte mee aan het boek ‘Weergenieten’, met weerman Reinier van den Berg. En voor het magazine ‘Elisabeth’ vult hij tweewekelijks de natuurrubriek.

 “Het liefst ga ik op pad met mijn fototoestel. Naar het Ketliker Schar bijvoorbeeld. Ik kom dan niet verder dan driehonderd meter: er is zóveel te zien. Maar ik zit soms ook een uur lang bij een sloot te kijken. Op een keer zag ik een hoornaar, een vleesetende wesp, vlak boven het wateroppervlak zweven. Daar snapte ik niets van, wat zocht hij daar? Op een gegeven moment kwam hij met een libelle aanvliegen. Wat blijkt: een libelle kruipt uit z’n cocon vlak boven het water. Voor een hoornaar is een libelle geen gemakkelijke prooi, maar een libelle die net uit zijn cocon komt is nog teer en zwak. Dus die hoornaar zag zijn kans schoon. Zo leer ik elke dag weer bij. Dat gun ik andere mensen ook: als je gaat wandelen, kijk dan écht. Dan zie je zo veel.”

Complete dierentuin

“Ik mag heel graag aan mensen doorgeven wat de moeite waard is. Mensen missen zo veel. Laatst stond ik in Oranjewoud te fotograferen bij een boom. Er kwam een meneer aan, die me wat lacherig vroeg wat ik aan het doen was. Ik zei: ‘Ik fotografeer vlinders, ik heb er al vier gezien.’ ‘Waar dan?’ ‘U staat er met uw neus bovenop.’ Als je dat niet gewend bent, zie je het niet.”

Met zijn werk als natuurgids is hij inmiddels gestopt, maar nog steeds gaat Veldman regelmatig op pad met een klein clubje mensen. “Vorig was ik met een groepje op natuurexcursie in het Oosterschar. Ik zei: ‘We gaan honderd meter lopen, en dan mag je vertellen wat je gezien hebt.’ Niemand had iets gezien, terwijl er tóch negen soorten dieren zaten. Mensen leerden toen heel anders kijken. Ook over planten en bomen valt zoveel te vertellen. Zo is een eik een complete dierentuin. Eigenlijk vind ik alles in de natuur mooi. En alles hangt met elkaar samen: het één is onlosmakelijk verbonden met het ander.”

Kleine spinnetjes

Er komt een prachtig fotoboek op tafel, vol geweldige close-ups van dieren. “Zie je de ogen van die regendaas met z’n prachtige vormen en kleuren? Daar kan ik lyrisch van worden. Hier zie je een enorme spin, de grote gerande oeverspin, die ik zag zitten op een rietstengel in het Easterskar. Ik ben niet gauw bang, maar deze vond ik wel indrukwekkend. Ze bleef gewoon zitten. Ik heb haar aan alle kanten gefotografeerd en thuis opgezocht. Wat blijkt: die spin beschermt haar cocon met honderden eitjes erin totdat ze zijn uitgekomen. De volgende dag ging ik er weer naartoe en zag ik honderden kleine spinnetjes. Zij had haar plicht goed gedaan. Ik hoop dan dat mensen hierdoor gaan begrijpen dat ze niet alle spinnen moeten doodtrappen.”

Echt leven

Het lijkt een cliché, maar voor Teun Veldman is het zijn levensmotto: LEEF. Toen hij vijftig jaar was, werd hij “straal overspannen”. Hoe dat kwam? Hij vond alles leuk. Hij stond nooit stil, je kon hem alles vragen, en mensen wisten dat. Die overspannenheid was een rotperiode, volgens Veldman. “Maar daardoor heb ik wél mijn gevoel leren kennen. Eerder toonde ik mijn emoties niet, ik deed wat er van me verwacht werd. Vroeger was er een vastomlijnd beeld van hoe je leven eruit zou moeten zien: kerk, werk, huis, vrouw … Na mijn overspannenheid kon ik dat loslaten. Toen besloot ik: nu ga ik écht leven. Ik besloot om over muurtjes heen te gaan kijken. En ik denk dat ik daardoor tien jaar geleden mijn vriendin Chantal heb ontmoet.” 

‘Foutje’ in paspoort

Dat gebeurde tijdens een andere hobby van Teun: hij maakte de huwelijksreportage voor Chantals broer. Nog steeds is hij in te huren voor gezinsseries. “Haar dochtertje was erg verlegen, en ik probeerde wat met haar te kletsen. Via de dochter ontmoette ik de moeder. Chantal is behoorlijk wat jonger dan ik. Zij dacht eerst dat ik tien jaar jonger was, maar helaas… Een foutje in mijn paspoort, zullen we maar zeggen. We kunnen samen dubbel liggen van het lachen. Zij is een echte langeafstandswandelaar, terwijl ik bij ieder blaadje stilsta. Daarin zijn we elkaar tegemoetgekomen.”

Sinds een halfjaar doet ze haar kantoorwerk bij mij thuis. Ik baal ervan dat ze elke dag zit te werken. Tussen de middag mag ik haar even uitlaten, maar daarna gaat ze meteen weer naar boven. En in het weekend moet ze bijkomen van haar werk. Ze zegt wel eens dat ik de verkeerde heb gekozen, maar dat is niet zo. Ze is een hartstikke lieve vrouw, maar ze is nog lang niet aan haar pensioen toe.”

Oog voor het kleine

Toch heeft zijn paspoort het niet verkeerd; Teun Veldman is echt 77. “Ik heb daar wel een verklaring voor. Ik ben blij met alles wat ik kan, ik heb oog voor het kleine. Ik blijf vriendelijk naar dieren en mensen. En weet je, de natuur daagt me nog steeds uit en blijft me verbazen. Als je ergens enthousiast over bent, dan weet je bij mensen ook een snaar te raken. Dat springt over.”