Féra de Vries (17) is Nederlands Kampioen brood- en banketbakken
Jongeren die niet weten wat ze willen? Dat geldt niet voor de zeventienjarige Féra de Vries uit Heerenveen. Naast school en stage mocht Féra – als één van de beste bakkers van Noord-Nederland – naar het Nederlands Kampioenschap brood- en banketbakken in Wageningen, een vakwedstrijd. “Omdat de uitdaging me leuk leek”, zoals ze zelf zegt. Féra werd eerste in haar categorie. We blikken met Féra terug op de weg naar dat kampioenschap, dat werd begeleid door bakker Roel Boonstra.

Na haar vmbo-opleiding aan het Keicollege in Heerenveen kiest Féra voor de opleiding brood en banket aan het Deltion college in Zwolle. “Ik hield wel van bakken, en deze opleiding sprak me aan. Je kunt heel veel doen met deeg. Er zijn zoveel smaken, soorten en modellen brood en banket. Je raakt er niet snel op uitgekeken”, legt Féra uit. Ze gaat stage lopen bij Bakkerij Boonstra in Heerenveen. “Hier leer je hoe het bakken in de praktijk werkt. Dingen gaan soms anders dan op de opleiding, maar ik vind het echte werk juist het leukst.”
Excellentieklas
Féra is een zeer gemotiveerde studente, die op school in een ‘excellentieklas’ zit, een klas voor excellent presterende studenten. Vanuit de opleiding wordt ze gestimuleerd om mee te doen aan de regiovakwedstrijd. “Het was een eer dat je daarnaartoe mocht. Maar anders had ik het ook wel gedaan, het leek me een mooie uitdaging.” Féra mag zelf bedenken welke producten ze gaat maken. Samen met Roel Boonstra werkt ze aan een ‘elfstedengebakje’ met een vulling van beerenburg en witte chocolade. “Een suikerbrood had ik al gemaakt en ingevroren. Dat was maar goed ook, want vlak voor de wedstrijd kreeg ik corona. Hoewel ik nog niet fit was, moest ik nog wel de gebakjes en een hartig brood met rucola, zongedroogde tomaat en walnoot maken.”
Meer druk
Als Féra de producten heeft ingeleverd, blijkt dat ze ondanks haar ziekte toch eerste is geworden in haar categorie. “Dat vond ik superleuk, want ik had geen idee wat het niveau zou zijn. Het was echt een verrassing.” Deze uitslag betekent dat Féra door mag naar het Nederlands Kampioenschap in Wageningen. Een wedstrijd met een heel andere opzet: “Je moet de producten op de dag zelf maken, op een locatie die je niet kent. Daar heb je vijf uur de tijd voor. Er lag dus veel meer druk op.”
Vanaf dan is het oefenen, oefenen en nog eens oefenen geblazen. Samen met Roel Boonstra verzint Féra wat ze gaat maken: een lentebroodje, een plukbrood met tapenade en koningsdaggebakjes. “De winter was voorbij, dus een elfstedengebakje kon eigenlijk niet meer. Iets rondom Koningsdag leek me wel wat. Ik heb opgezocht welke drank bij Koningsdag hoorde: oranjelikeur. Daarbij wilde ik een verrassende smaak zoeken. Ik heb van alles geprobeerd en uiteindelijk vond ik kruidnagel het lekkerst.”
Iets te kritisch
Regelmatig oefent Féra bij Roel Boonstra in de bakkerij. Vooral het gebakje is veel werk: allerlei combinaties en manieren van verwerking worden uitgeprobeerd om te kijken wat het lekkerst is. “Dat gebakje eet ik nu zelf niet meer”, bekent Féra. Hierbij komt haar perfectionisme om de hoek kijken. “Ik ben soms iets te kritisch, zie altijd nog wel iets dat beter kan. Dat had ik nu ook: het kostte me veel energie om alles nog net een stapje beter te maken.” De dag voor het NK is er nog een laatste tijdstraining, waarbij Féra in vijf uren tijd alles maakt. Pas dan is ze helemaal tevreden: “Toen alles perfect was, had ik het zelfvertrouwen voor het NK.”
Marmeren plaat
Dan komt de dag zelf. In een haar onbekend lokaal heeft Féra vijf uren de tijd om te bakken. Alle ingrediënten en materialen heeft ze zelf mee moeten nemen. “Dat vond ik heel spannend, je moet alles van tevoren heel goed afwegen. Als je daar een fout in maakt, kan dat fataal zijn. Ook de materialen heb ik allemaal meegenomen: linialen, spatels, krabbetjes en natuurlijk de marmeren plaat.” Deze marmeren plaat blijkt heel belangrijk te zijn. Het is behoorlijk warm in het lokaal, en dankzij de plaat lukt het om de chocolade goed af te laten koelen. “Het was precies Heel Holland Bakt”, vertelt Féra.
Tijdens het bakken zijn er bij haar gelukkig geen zenuwen te bekennen. “Ik had er heel veel zin in, ik had immers niets te verliezen. Ik was gefocust op wat ik ging maken. Ik had vaak geoefend op die vijf uur, dus ik wist precies wat ik daarin kon doen.”
Nog steeds gewoon Féra
Na de wedstrijd is het wachten geblazen. Als Féra alle mooie producten van de andere deelnemers ziet liggen, verwacht ze niet dat haar baksels het beste zullen zijn. Ze is dan ook enorm verrast als ze de eerste prijs in ontvangst mag nemen. “Dat vond ik heel leuk: ik had veel tijd in de voorbereiding gestoken en dan is het heel mooi als dat er ook uitkomt. Mijn klasgenoten vonden het heel leuk voor me. Maar ik ben nog steeds gewoon Féra, ik doe nog lang niet alles goed en moet nog veel leren. Volgend jaar ga ik de opleiding boulanger doen, voor luxe broden. Dat is een werken-leren-opleiding, daar heb ik veel zin in. En daarna wil ik nog graag de patisserie-opleiding doen. Wat ik uiteindelijk ga doen? Ik heb nog geen idee.”
Tekst: Hannah Zandbergen
Foto’s: Féra de Vries











