Cover verhaal: Sytje de Vries
Was je ingeknipt, dan moest je vier dagen op je kamer blijven en voor de sanitaire stop was je aangewezen op de po. Niks baby’s naast het bed, maar op een babykamer waar ze werden geshowd aan de naaste familie. Keizersnede? Tien dagen in het ziekenhuis. Nu is het net de Kwikfit en ben je met twee dagen weer thuis.

\n
Sytje de Vries uit Luinjeberd weet er alles van. Hoewel ze tijdens haar inservice-opleiding A-verpleegkundige in Ziekenhuis Tjongerschans op verschillende afdelingen had ‘gesnuffeld’, was het voor haar heel duidelijk waar ze het liefst wilde werken: op de kraamafdeling. Daar heeft ze haar hart aan verpand. Al 42 jaar helpt Sytje moeders baby’s op de wereld te zetten en verzorgt ze moeder en kind.
Sytje de Vries
“Het mooie van mijn vak is dat als je aan het eind van de werkdag naar huis rijdt en denkt: ‘Ik was vandaag van meerwaarde’. Dat je goede dingen hebt gedaan. Dat je een moeder hebt geholpen die pijn had met aanleggen en daarna pijnvrij is. Natuurlijk is dat ervaring. Daardoor kunnen mijn handen soms meer dan andere handen. Als de baby niet aan de borst wil, lukt het mij bijna altijd. Een stukje uitleg, een stukje ondersteuning, dat vind ik heel mooi. Je werk moet je passie zijn. Zeker in ons beroep. Als ik collega’s ook zie, met wat voor liefde zij dingen doen. Ik ben trots op mijn collega’s. We hadden een team waar al dertig jaar geen verandering in zat. Dat zegt toch wel iets. Langzaam komt er nieuw bloed. Dat moet ook.”
Rugklachten
Een roeping, passie zelfs, dat blijkt wel als Sytje de Vries vertelt over haar leven als verpleegkundige op de kraam. Het is niet zo dat ze graag praat, maar als het over haar werk gaat, vallen er geen stiltes. Een gesprek over veranderingen, over de vaders van toen en nu en over de toekomst. De reden dat ze na haar opleiding juist voor de kraamafdeling koos, was niet omdat ze per se baby’s zo leuk vond, maar had een lichamelijke achtergrond.
Sytje: “Ik had in die tijd wat last van mijn rug, heel simpel, en op de kraam hoef je niet zo veel te tillen. Baby’s wegen niet zo zwaar en kraamvrouwen hoef je nooit te tillen. Omdat ik inservice ben opgeleid, was ik op vele alle afdelingen geweest. Dat vind ik ook het grote voordeel van inservice. Dat is nu niet meer zo. We hebben hbo-v verplegers, die hebben nog nooit in een ziekenhuis gewerkt en die zijn bijna klaar.”
Omwenteling
Grote vraag natuurlijk is hoe het kan dat ze nooit van afdeling is geswitcht. “Dat komt vooral door de ontwikkeling die de kraamafdeling heeft doorgemaakt. Er is heel veel veranderd. Bijvoorbeeld bij het overlijden van een kindje. Als er veertig jaar geleden een baby was overleden deden we het achter een wit laken. Het grootste deel van de ouders zag hun kind niet.”
Een film uit Australië zorgde voor de omwenteling. “Die ging over hoe je anders om kunt gaan met de begeleiding van ouders met betrekking tot overleden kinderen. Naar aanleiding daarvan hebben we een plan opgesteld en dat is nu met aanpassingen nog steeds de basis. Er is nu veel meer begeleiding. Bewust alles meemaken, kennismaken, een naam geven van een baby, afscheid nemen. Dat vind ik toch wel één van de meeste bijzondere ontwikkelingen die ik heb meegemaakt. Bevallingen zijn prachtig, het werk, het verzorgen van kraamvrouwen, is prachtig.”
Moeder en vader leren worden
“Als je net bevallen bent, zit je helemaal in je eigen wereld. Je moet leren om moeder te worden. Ook leren om vader te worden. Want dát is ook een heel verschil met het verleden. Vaders van nu doen heel vaak de eerste luier aan. Daar moest je veertig jaar geleden niet mee komen, hoor. Vaders vonden baby’s maar eng en vonden dat de eerst maar eens een paar weken oud moesten zijn voordat ze ze zelfs maar vast wilden houden. Dat bestaat niet meer. Dat is het mooie van nu: ouders op één kamer die samen voor de baby zorgen. Dag en nacht verschil.”
Allemaal op de po
“Ik heb meegemaakt dat zwangeren soms drie of vier maanden bij ons waren omdat ze een te hoge bloeddruk hadden of als het vorige kindje te vroeg geboren was. En met zes vrouwen op één kamer. Die konden elkaar bijna aanraken. Dat is nu niet meer voor te stellen. En die gingen allemaal op de po want ze mochten niet uit bed. Het zoutloze dieet, dat ze echt streng zoutloos moesten. Het grote voordeel daarvan was wel, dat ze slagroom mochten. Dus wij hadden elke zondag slagroom op de koffie.
Later is gebleken dat helemaal zoutloos helemaal niet goed was. Het brengt je hele elektrolytenhuishouding in onbalans. En dat is niet goed voor je bloeddruk. Je moet wel zout beperken, maar niet zo streng als toen.”
Het mag wel wat natuurlijker
De natuur speelt een belangrijke rol in het leven van Sytje. Het is niet toevallig dat ze landelijk woont, omringd door groen. Hoewel ze niet terug wil naar hoe het ging toen ze in 1980 begon, zou het er wat haar betreft wel iets natuurlijker aan toe mogen gaan.
“We halen veel van het natuurlijke weg omdat we veel bewaken. We deden indertijd alles met een toeter, nu heb je allemaal apparatuur. Met het CTG de hartslag van de baby horen deden we af en toe en pas na een half uur. Als je nu wordt ingeleid, lig je van het begin tot het eind aan de apparatuur. En word je constant bewaakt. Dat maakt het allemaal ook wat onnatuurlijk. En wat je dan creëert is dat we het daarmee spannender maken. Als je in de bevallingsbubbel zit, heb je pijn en maakt je lichaam endorfine aan. Dat zijn bepaalde hormonen die er voor zorgen dat je de pijn minder ervaart. Maar als je met die apparatuur allemaal prikkels van ons krijgt, creëer je eigenlijk dat je die pijn ook meer voelt. Dat is de keerzijde. Natuurlijk moet er bewaking zijn, maar je haalt ook een stukje natuur weg. Wat dat betreft ben ik blij dat ik ‘vroeger’ heb meegemaakt.”
Virtual reality brillen
“Ik zou wel een heel vriendelijke verloskamer willen. Met een huiskamersfeer. Dat als je poliklinisch bevalt je het gevoel hebt dat je een beetje thuis bent. Ik denk dat hoe meer het richting je eigen omgeving gaat, des te beter het is. Je kunt heel veel doen met een bad, een douche, een geurtje, je eigen muziek. In de toekomst krijgen we van die virtual reality brillen. Dat je wordt afgeleid, alleen maar mooie dingen ziet. En nu heb je nog ouderkamers. Ik denk dat je over tien jaar ook de rest van je gezin mee kunt nemen als je wat langer moet blijven.”
Lactatiekundige
Heeft Sytje nooit gedacht: ik wil wel eens iets anders? “Nou, je hebt allemaal wel eens een periode in je leven dat je denkt: ‘Is dit het?’ Dat je iets anders moet doen. Een paar collega’s van me gingen iets anders doen. Moet ik altijd in Tjongerschans blijven? Jazeker, want ik heb een fantastische baan.
Toen ik vijftig was, heb ik nog de lactatiekundige-opleiding gedaan. Dat maakt mijn werk completer, omdat je dan nog meer deskundig bent op het gebied van borstvoeding. Als lactatiekundige kun je net wat meer ondersteuning bieden. Zoals bij kolven, helpen bij aanlegeggen en bij het op gang brengen van borstvoeding. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, dat is wel echt een meerwaarde. Ik geef ook cursussen, scholingen aan stagiaires, maar ook aan collega’s.”
Borstvoeding is gezondheidswinst
Borstvoeding is niet alleen een goede start voor het kind, ook voor de moeder heeft het volgens Sytje de Vries gezondheidswinst. “Als je als moeder tenminste drie maanden borstvoeding geeft, word je beschermd tegen borstkanker en tegen eierstok-en baarmoederkanker. En iemand met zwangerschapsdiabetes heeft minder kans dat ze later diabetes krijgt. En je zit met borstvoeding sneller weer op je eigen gewicht.”
Envelop naar het raam
Ze kan zich één van ‘haar’ eerste bevallingen nog goed herinneren. “Ik had een wat oudere vrijgezelle leidinggevende en op het moment dat bij de aanstaande moeder de vliezen braken, riep ik: ‘Het water is geknapt!’ ‘Eén ding,’ zei ze heel rustig en bedeesd, ‘water kan niet knappen’. Dat heb ik altijd onthouden.”
Zorgers, je haalt ze er wel uit, meent Sytje. “Voor mij is de zorg zeker een roeping. Ik ben er ook altijd mee bezig. Hoe kan ik je helpen? Als ik ergens ben, ik ruim altijd op, ik neem mee. Een kamer moet netjes zijn. Een kussen mag je niet ínkijken. Die moet met de envelop naar het raam liggen. Dat soort dingen. We zijn daar streng in opgevoed.”
Schapenverloskundige
Naast ‘zuster’ is de inwoonster van Luinjeberd ook echtgenote en moeder. Onder andere van shorttrackster Rianne de Vries die ons land vertegenwoordigt op de Olympische Spelen. Vrijheid betekent voor Sytje zeilen met man Henk, wandelen, veel sporten, vakanties en tuinieren. En zorgen voor de schapen. “Nu hebben we er vijf, maar we hadden er vijftien. Toen heb ik de opleiding schapenverloskundige gedaan. Dan moest je er ook ’s nachts uit, hè, want schapen bellen niet even en appen is er al helemaal niet bij”, lacht
ze.












